MERs
MERs moeten worden gemaakt om de effecten op het milieu en de omgeving van een nieuw of gewijzigd project, bijvoorbeeld de bouw van een woonwijk, te toetsen. Niet in alle gevallen moet een MER worden gemaakt, maar als het wel moet is de uitkomst van de MER bepalend voor de vergunningverlening ten behoeve van projecten. In de praktijk wordt het maken van een rapport als last ervaren. Het Hof stelt in de uitspraak dat Nederland te soepele regels hanteert bij de beoordeling of een MER moet worden gemaakt of niet.
Criteria
In de Europese MER-richtlijnen zijn criteria vastgesteld op basis waarvan de afweging moet worden gemaakt of een MER nodig is of niet. Deze criteria hebben te maken met de omvang, de aard en de ligging van het project. Op basis van deze criteria mogen lidstaten drempelwaarden voor de voorziene milieubelasting bepalen, waaronder een MER niet noodzakelijk is. De Commissie heeft geconstateerd dat in Nederland onvoldoende rekening wordt gehouden met deze criteria bij het vaststellen van de drempelwaarden, en het Hof geeft de Commissie gelijk.
Oordeel
Het Hof oordeelt dat er in Nederland te veel wordt gekeken naar enkel de omvang van het project, en te weinig naar de aard en de ligging. Dit heeft tot gevolg dat sommige projecten die naar omvang niet groot zijn, maar door de aard en de ligging wel grote milieubelasting tot gevolg zouden kunnen hebben, in Nederland onder de drempelwaarde vallen en zodoende onterecht uitgezonderd zijn van de MER-plicht.
De uitspraak van het Hof is zonder bindende conclusie of strafmaat. Het ministerie van VROM moet, om verdere problemen met de Commissie te voorkomen, wel met een oplossing komen waardoor de Europese regels correct worden toegepast.
Mogelijke gevolgen praktijk decentrale overheden
Het Nederlandse beleid is volgens minister Cramer van VROM gericht op zorgvuldigheid en zo min mogelijk administratieve en bestuurlijke lasten. Het Hof concludeert nu dat in sommige gevallen, zoals voor woningbouwprojecten van beperkte omvang, te ruime uitzonderingen zijn toegepast. Dit kan achteraf voor meer lasten zorgen, doordat projecten opnieuw moeten worden beoordeeld. Minister Cramer zegt te werken aan een aanpassing die zo min mogelijke lasten met zich mee brengt. Dit zou een andere wijze voor het vaststellen van drempelwaarden in kunnen houden.
Decentrale overheden moeten na deze uitspraak zelf rekening houden met dit oordeel en niet vanzelfsprekend de gestelde drempelwaarden hanteren bij het verlenen van vergunningen met of zonder MER. Decentrale overheden dienen Europese regels namelijk zelf correct toe te passen, dit vloeit voort uit eerdere jurisprudentie van het Europese Hof zoals de arresten Francovich en Konle. Bij meer informatie staat een link naar de website van Europa decentraal hierover.
Mogelijke gevolgen Wetsvoorstel Crisis- en herstelwet
Op dit moment wordt het wetsvoorstel voor de Crisis- en herstelwet behandeld door de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel bevat regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten. Hierin worden tijdelijke maatregelen ter versoepeling van de MER-procedures aangekondigd, namelijk de mogelijkheid om vrijwillig af te zien van de strengere MER-voorwaarden die in Nederland gelden ten opzichte van de Europese MER-richtlijnen. Dit zijn de verplichting tot het in beeld brengen van alternatieven en om advies te vragen aan de Commissie voor de milieueffectrapportage (art. 1.11). Deze tijdelijke maatregelen zijn gericht op versterking van de economische structuur en gelden voor (vooralsnog) 58 projecten met betrekking tot duurzame energie, infrastructuur, stedelijke ontwikkeling en kustverdediging, en voor 20 categorieën van ruimtelijke en infrastructurele besluiten.
De Raad van State heeft het wetsvoorstel met deze constructie beoordeeld, en is op 7 september 2009 tot de conclusie gekomen dat dit niet in strijd was met de Europese MER-regels zoals op dat moment omgezet in Nederlandse wetgeving. Doordat het wetsvoorstel aanhangig is in de Tweede Kamer is het te verwachten dat VROM of de Raad van State binnen korte tijd een zienswijze naar buiten brengt over de verhouding tussen de uitspraak van het Hof van Justitie en de voorgenomen tijdelijke maatregelen in de Crisis- en herstelwet
Na een eerste verkenning van het Arrest en het wetsvoorstel, lijkt het erop dat het oordeel van het Hof geen problemen oplevert voor de voorgestelde maatregelen in de Crisis- en herstelwet. Deze wet verklaart de artikelen 7.10 en 7.26 buiten toepassing, terwijl het arrest heeft betrekking op de beoordeling door het bevoegd gezag om wel of niet een MER uit te voeren (art. 7.2 en 7.8). Te verwachten valt dat de Crisis- en herstelwet daadwerkelijk tot een versnelling en vereenvoudiging zou kunnen leiden, zoals de Raad van State stelt, maar dat als gevolg van deze uitspraak vaker MERs uitgevoerd zullen moeten worden voor kleinere projecten die qua ligging en aard schadelijke milieueffecten kunnen hebben.
Meer informatie:
Arrest C-255/08 (zoeken op
website Europees Hof van Justitie)
Wetsvoorstel Crisis- en herstelwet
Memorie van Toelichting Crisis- en herstelwet
Samenvatting Advies Raad van State
Website Europa decentraal over milieu-effectrapportage
Website Europa decentraal over toepassing Europees recht door decentrale overheden
Bron:
Arrest C-255/08
AGD