HomeDossiersAanbestedingenJurisprudentieAlleenrecht

Aanbestedingen

Voorpagina Wet- en regelgeving Jurisprudentie Praktijk Info&Service
 

Alleenrecht

05-12-2011
Aanbesteden/jurisprudentie/AVRWestlandHVC
Voorzieningenrechter Den Haag, 25 augustus 2009, KG-ZA 09-797, LJNnr. BJ5981, AVR-gemeente Westland-HVC alsmede Gerechtshof Den Haag, 15 december 2009, LJNnr. BK6928 alsmede Hoge Raad, 18 november 2011, LJNnr. BU4900
In deze zaak gaat het om de verlening van een uitsluitend recht voor de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval.
Aan de orde komen in voorlopige voorziening onder meer:
- de vraag of opdrachtnemer is te kwalificeren als een aanbestedende dienst/ publiekrechtelijke instelling (zie ook uitleg begrip 'behoefte van algemeen belang); zie rechtsoverweging 5.3 ev
- de vraag of het uitsluitend recht is verleend op basis van een wettelijk of bestuursrechtelijk besluit; zie rechtsoverweging 5.8 ev
- de vraag naar de geografische beperking van het uitsluitend recht; zie rechtsoverweging 5.10 ev
- de vraag of een verleend uitsluitend recht verenigbaar is met het EG-Verdrag; zie rechtsoverweging 5.11 en 5.12.. " Artikel 18 van richtlijn 2004/18/ 17 BAO impliceert dat discriminatie, dat in beginsel in strijd is met artikel 12 en mitsdien de artikelen 43 en 49 EG-Verdrag, onder bepaalde voorwaarden door de Europese regelgever is toegestaan. Een redelijke uitleg van het laatste deel van artikel 17 BAO - mits dit uitsluitend recht met het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap verenigbaar is - brengt derhalve mee dat daarmee wordt bedoeld dat de aanbestedende dienst aan wie een uitsluitend recht is verleend zich dient te houden aan de overige bepalingen van het EG-Verdrag, zoals de mededingingsbepalingen van artikel 81 e.v. EG-Verdrag."
Het Hof bekrachtigd het vonnis van de voorzieningenrechter en gaat onder meer in op de grieven van AVR dat HVC geen aanbestedende dienst zou zijn (zijn het inzamelen en verwerken van afval behoeften van algemeen belang die niet van commerciele of industriele aard zijn?), dat geen sprake zou kunnen zijn van een alleenrecht in de zin van artikel 17 Bao en dat HVC staatssteun ontvangt.
De Hoge Raad verwerpt het beroep in cassatie van AVR tegen het arrest van het Hof. Volgens de Hoge Raad is er sprake van een juist oordeel dat het overheidsbedrijf waaraan een uitsluitend recht voor afvalverwerking is toegekend een aanbestedende dienst is. Ook is er sprake van behoeften van algemeen belang die niet van commerciele of industriele aard zijn. Er is sprake van een uitsluitend recht in de zin van artikel 17 Bao en het recht heeft betrekking of een dienst of activiteit binnen een bepaald geografisch gebied, ook al vindt verwerking zelf plaats buiten de gemeentegrenzen. Artikel 18 van richtlijn 2004//18/EG eist volgens de Raad niet dat het alleenrecht is verleend voor een bepaald geografisch gebied. Er is naar de mening van de Raad geen sprake van strijd met het EU-recht. De Teckal-doctrine (inbesteding) is van toepassing en verder vindt dus geen toetsing plaats aan het EU-recht. Op staatssteunaspecten gaat de Hoge Raad verder niet expliciet in en verwijst zij naar de uitspraak van het hof (rechtsoverwegingen 2.45, 2.47 en 2.49).