HvJ EG, 16 oktober 2003, zaak C-283/00, Commissie tegen Spanje (SIEPSA)
Deze zaak betrof een verzoek van de Commissie om vast te stellen dat Spanje door in het kader van de openbare aanbesteding voor het uitvoeren van de werken aan het Centro Educativo Penitenciario Experimental de Segovia (Experimenteel educatief-penitentiair centrum van Segovia), uitgeschreven door de Sociedad Estatal de Infraestructuras y Equipamientos Penitenciarios SA (SIEPSA), een ‘aanbestedende dienst’ in de zin van Richtlijn 93/37/EEG (thans vervangen door Richtlijn 2004/18/EG), waarvan het bedrag aanzienlijk hoger is dan de in de richtlijn vastgestelde drempel, niet aan de bepalingen van Richtlijn 93/37/EEG te voldoen, met name aan de regels inzake bekendmaking, de krachtens die richtlijn op de lidstaat rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Bij de Commissie werd een klacht ingediend over een procedure voor de plaatsing van een opdracht voor de uitvoering van werken voor het Experimenteel educatief-penitentiair centrum van Segovia, georganiseerd door SIEPSA overeenkomstig een door de ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken goedgekeurd project voor een maximumbedrag van 4 392 399 500 ESP, exclusief btw. De Commissie wees de Spaanse autoriteiten er vervolgens op dat in die openbare aanbesteding werd voorbijgegaan aan tal van bepalingen van Richtlijn 93/37/EEG. Spanje stelde daarop dat SIEPSA, als onder het privaatrecht vallende staatshandelvennootschap, geen aanbestedende dienst in de zin van die richtlijn is en dat de bepalingen ervan in casu dan ook niet van toepassing waren.
Volgens vaste rechtspraak moet een entiteit, om als publiekrechtelijke instelling in de zin van Richtlijn 93/37/EEG te worden gekwalificeerd, voldoen aan de daarin genoemde drie cumulatieve voorwaarden, namelijk dat zij een instelling is die is opgericht met het specifieke doel te voorzien in behoeften van algemeen belang andere dan die van industriële of commerciële aard, dat zij rechtspersoonlijkheid heeft en dat zij in grote mate afhankelijk is van de staat, van territoriale lichamen of van andere publiekrechtelijke instellingen (zaak C-44/96, Mannesmann). De twee partijen in de onderhavige zaak betwistten slechts het eerste punt; de Commissie en Spanje waren het er niet over eens of de behoeften van algemeen belang ter voldoening waarvan SIEPSA specifiek is opgericht, niet van commerciële aard zijn (r.o. 69-70).
Het Hof herhaalde dat de in bijlage I bij Richtlijn 93/37/EEG vervatte lijst met publiekrechtelijke instellingen geen uitputtend karakter heeft en dat van geval tot geval moet worden onderzocht of een instelling al dan niet voorziet in een behoefte van algemeen belang. Het begrip ‘behoeften van algemeen belang andere dan die van industriële of commerciële aard’, zo vervolgde het Hof, moet in alle lidstaten op eenvormige wijze worden uitgelegd. Bovendien is er in de regel sprake van andere behoeften van algemeen belang dan die van industriële of commerciële aard, wanneer het gaat om behoeften waarin op een andere wijze wordt voorzien dan door het aanbieden van goederen of diensten op de markt, en waarin de staat bovendien om redenen van algemeen belang besluit zelf te voorzien of ten aanzien waarvan hij een beslissende invloed wil behouden (zaak C-373/00, Adolf Truley) (r.o. 77-80).
Eveneens, zo stelde het Hof vervolgens, moet bij de beoordeling of er sprake is van een behoefte van algemeen belang die niet van industriële of commerciële aard is, worden gelet op alle relevante elementen rechtens en feitelijk, zoals de omstandigheden waaronder de betrokken instelling is opgericht en de voorwaarden waaronder zij werkzaam is, met inbegrip van met name het ontbreken van mededinging op de markt, het niet hoofdzakelijk hebben van een winstoogmerk, het niet dragen van de met die activiteit verbonden risico’s alsook het financieren van de betrokken activiteit met openbare middelen (zaak C-373/00, Adolf Truley en C-18/01, Korhonen) (r.o. 81).
Aan de hand van de in bovengenoemde rechtspraak ontwikkelde criteria moet de vraag of de behoeften van algemeen belang waarin SIEPSA beoogt te voorzien al dan niet industrieel of commercieel van aard zijn, worden beantwoord. Het Hof concludeerde dat SIEPSA aan alle criteria voldoet en derhalve als een aanbestedende dienst in de zin van Richtlijn 93/37/EEG moet worden aangemerkt. Spanje is aldus de krachtens die richtlijn op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.