HomeDossiersAanbestedingenJurisprudentieNon-discriminatie

Aanbestedingen

Voorpagina Wet- en regelgeving Jurisprudentie Praktijk Info&Service
 

Non-discriminatie

04-03-2011
aanbestedingen/jurisprudentie/commissie tegen griekenland
HvJ EG, 12 november 2009, zaak C-199/07, Commissie tegen Griekenland (ERGA OSE)
Deze zaak betrof een overheidsopdracht voor het uitvoeren van een studie in het kader van de bouw van een spoorwegstation. De Commissie verzocht het Hof vast te stellen dat Griekenland, door in feite een bijkomend criterium voor automatische uitsluiting in te voeren, naast die waarin is voorzien bij artikel 31, lid 2, van richtlijn 93/38/EEG (vervangen door Richtlijn 2004/17/EG), ten nadele van buitenlandse adviesbureaus, en door bij de litigieuze aanbesteding geen onderscheid te maken tussen kwalitatieve selectiecriteria en gunningscriteria, niet heeft voldaan aan de verplichtingen die op haar rusten krachtens de gemeenschapswetgeving inzake openbare aanbestedingen, en met name de artikelen 4, lid 2, 31, leden 1 en 2, en 34, lid 1, sub a, van deze richtlijn, zoals uitgelegd door het Hof, het beginsel van de wederzijdse erkenning van formele kwalificaties, dat aan het gemeenschapsrecht inzake openbare aanbestedingen ten grondslag ligt, en de artikelen 12 EG (nu artikel 18 VWEU) en 49 EG (nu artikel 56 VWEU).

De grieven van de Commissie waren gericht tegen een aantal bepalingen en voorwaarden in een aankondiging van opdracht van ERGA OSE, een openbaar bedrijf dat in handen is van de Griekse spoorautoriteit. De aankondiging had betrekking op het uitvoeren van een studie betreffende onroerende en elektromechanische projecten in het kader van de bouw van een spoorwegstation. Overeenkomstig het Griekse systeem werden de certificaten van de adviesbureaus en de adviseurs naargelang de ervaring en de uitgevoerde studies ingedeeld in categorieën en ingeschreven in met die ervaring overeenstemmende registers. Voor buitenlandse adviesbureaus en adviseurs bestond er geen verplichting tot inschrijving in die registers. Voor elke opdracht werden concrete categorieën certificaten verlangd, naargelang de voor die opdracht vereiste ervaring.

Het Hof oordeelde dat door de uitsluiting van buitenlandse adviesbureaus en adviseurs die blijk hebben gegeven van hun belangstelling om deel te nemen aan een aanbestedingsprocedure van ERGA OSE in de zes maanden voorafgaande aan hun blijken van belangstelling in de aanbestedingsprocedure waarop die aankondiging betrekking heeft, en daarbij kwalificaties hebben opgegeven die overeenkomen met andere categorieën van certificaten dan in het kader van die procedure worden verlangd, en door geen onderscheid te maken tussen kwalitatieve selectiecriteria en criteria voor de gunning van de betrokken opdracht, Griekenland niet heeft voldaan aan de verplichtingen die op haar rusten krachtens de artikelen 4, lid 2, en 34, lid 1, sub a, van richtlijn 93/38/EEG.