HomeDossiersAanbestedingenJurisprudentieOverig

Aanbestedingen

Voorpagina Wet- en regelgeving Jurisprudentie Praktijk Info&Service
 

Overig

10-03-2011
Batiments et Ponts Construction vs Berlaymont 2000 SA
HvJ EU, 15 juli 2010, zaak C-74/09, Batiments et Ponts Construction SA, WISAG Productionsservice GmbH vs Berlaymont 2000 SA
In deze zaak, die betrekking had op de aanbesteding voor de renovatie van het Berlaymontgebouw van de Europese Commissie, stonden twee prejudiciële vragen centraal. Allereerst wenste de verwijzende rechter te vernemen of de algemene beginselen van het Unierecht op het gebied van overheidsopdrachten en artikel 24, tweede alinea, van richtlijn 93/37 (nu vervangen door richtlijn 2004/18) aldus moeten worden uitgelegd dat zij in de weg staan aan een nationale regeling waarbij een in een andere lidstaat gevestigde aannemer geregistreerd moet zijn in de lidstaat van de aanbestedende dienst om aldaar een opdracht toegewezen te kunnen krijgen. Dit terwijl hij door de autoriteiten van zijn lidstaat van vestiging afgegeven getuigschriften heeft overgelegd waaruit met name blijkt dat deze aannemer in laatstgenoemde staat zijn verplichtingen ter zake van de betaling van sociale zekerheidsbijdragen en belastingen is nagekomen. 
Het Hof antwoordt op deze vraag dat het Unierecht aldus moet worden uitgelegd dat het niet in de weg staat aan een nationale regeling waarbij de in een andere lidstaat gevestigde aannemer om een opdracht in de lidstaat van de aanbestedende dienst te kunnen krijgen aldaar geregistreerd moet zijn om te voorkomen dat hij op grond van de uitsluitingsgronden uit de aanbestedingsrichtlijn wordt uitgesloten van deelneming. Echter zo’n nationale regeling is alleen toegestaan op voorwaarde dat een dergelijke verplichting de deelneming van de aannemer aan de betrokken overheidsopdracht belemmert noch vertraagt, en evenmin buitensporige administratieve lasten meebrengt, en dat zij er uitsluitend toe strekt na te gaan of betrokkene professioneel geschikt is in de zin van deze bepaling.  De verwijzende rechter moet beoordelen of de registratieplicht aan die criteria voldoet.

Met de tweede prejudiciële vraag wenst de verwijzende rechter te vernemen of de algemene beginselen van het Unierecht op het gebied van overheidsopdrachten en artikel 24 van richtlijn 93/37 (nu 2004/18) aldus moeten worden uitgelegd dat zij in de weg staan aan een nationale regeling die erin voorziet dat de door de fiscale en sociale autoriteiten van andere lidstaten afgegeven getuigschriften waaruit blijkt dat de aldaar gevestigde aannemers hun desbetreffende verplichtingen zijn nagekomen, worden gecontroleerd door een Belgische instantie, te weten de commissie voor registratie van aannemers.

Op deze vraag antwoordt het Hof dat het Unierecht aldus moet worden uitgelegd dat het in de weg staat aan een nationale regeling op grond waarvan het onderzoek van de aan een aannemer van een andere lidstaat door de fiscale en sociale autoriteiten van die lidstaat afgegeven getuigschriften, aan een andere instantie dan de aanbestedende dienst wordt opgedragen wanneer:
- die instantie grotendeels bestaat uit personen die worden benoemd door de werkgevers- en werknemersorganisaties uit het bouwbedrijf in de provincie waar de betrokken overheidsopdracht wordt uitgevoerd, en
-die bevoegdheid zich uitstrekt tot een inhoudelijke toetsing van de geldigheid van deze getuigschriften.