HomeDossiersAanbestedingenJurisprudentieTransparantie

Aanbestedingen

Voorpagina Wet- en regelgeving Jurisprudentie Praktijk Info&Service
 

Transparantie

14-03-2011
Evropaiki Dynamiki
Evropaďki Dynamiki vs Europees Milieu Agentschap, T-331/06, 8 juli 2010
In deze zaak verzoekt het bedrijf Evropaiki Dynamiki, actief in het veld van de informatietechnologie en communicatie, om het nietig verklaren van het besluit tot gunning van een opdracht door het Europees Milieu Agentschap. Evropaiki brengt drie klachten naar voren. De eerste klacht betreft een inbreuk op het Financieel Reglement, de implementatieregels en richtlijn 2004/18. De tweede en derde klacht hebben betrekking op duidelijke beoordelingsfouten en inbreuk op de verplichting om de beslissing te onderbouwen. Alleen de eerste klacht zal worden besproken. 
De eerste klacht
De eerste klacht is onderverdeeld in drie afzonderlijke klachten: 1) inbreuk op de verplichting onderscheid te maken tussen selectie- en gunningscriteria, 2) het geven van een gewicht aan de sub-gunningscriteria wat niet aan de inschrijvers vermeld was, 3) onjuiste toepassing van het derde gunningscriterium betreffende algemeen milieubeleid.

Onderdeel een van de eerste klacht wordt niet ontvankelijk verklaard omdat deze klacht eerder in de procedure nog niet naar voren gebracht was. In onderdeel twee van de eerste klacht ging het om de vraag of de aanbestedende dienst ten onrechte na de inschrijving gewicht aan de sub-gunningscriteria had gehangen, zonder dat de inschrijvers hiervan op de hoogte waren. Bij deze aanbesteding werd gebruik gemaakt van het gunningscriterium ‘economisch meest voordelige inschrijving’ welke de aanbestedende dienst ertoe verplicht om in de aanbestedingsstukken de gunningscriteria en het gewicht dat aan elke van deze criteria gehangen wordt, uiteen te zetten.  Dit moet om in overeenstemming met het gelijkheids- en transparantiebeginsel te handelen. De aanbestedende dienst heeft ruime beleidsvrijheid om factoren aan te wijzen waarmee rekening gehouden wordt bij het beoordelen van de inschrijvers. Inschrijvers moeten hier echter wel vooraf van op de hoogte zijn. Het Hof kijkt alleen of er geen sprake is van grove fouten.

Evropaiki beroept zich op de zaak ATI EAC e Viaggi di Maio en anderen (C-331/04) waarin het Hof bepaald heeft dat het vaststellen van de wegingsfactoren van de subgunningscriteria, op een later moment, kort voor het openen van de enveloppen, in overeenstemming is met de aanbestedingsrichtlijn. Echter, het mag niet zo zijn dat hierdoor de gunningscriteria veranderen, en het mag ook niet zo zijn dat inschrijvers, wanneer ze hiervan op voorhand geweten hadden, hadden gezorgd voor een andere inschrijving, ook mag het niet zo zijn dat dit leidt tot discriminatie. Het Hof vindt echter niet dat van een van laatste gevallen sprake is en dat de aanbestedende dienst in strijd met de aanbestedingsregels heeft gehandeld en verwerpt de klacht.

Onderdeel drie van de eerste klacht betreft de onjuiste toepassing van het derde gunningscriterium betreffende milieubeleid van de inschrijvers. Het Europees Milieu Agentschap heeft bij haar beoordeling gebruik gemaakt van een certificeringssysteem, terwijl er in de aanbestedingsstukken slechts werd gerefereerd aan ‘algemeen milieubeleid van de onderneming’. Het maximale aantal punten heeft het Agentschap gegeven aan de onderneming die een certificaat overlegd heeft, terwijl daar niet om gevraagd werd.

Het Hof stelt dat wanneer er in algemene bewoordingen wordt gevraagd om aan te tonen wat de onderneming doet aan milieubeleid, de onderneming de vrijheid heeft om zelf te bepalen hoe zij dat aantoont. Een certificaat overleggen is dan een van de conventionele mogelijkheden. Het Hof vindt dan ook niet dat het Milieuagentschap het milieucriterium fout heeft toegepast aangezien ze ook andere bewijsstukken dan certificaten heeft toegelaten. Ook het derde onderdeel en daarmee de hele eerste klacht wordt verworpen.