HomeDossiersAanbestedingenJurisprudentieInbesteden

Aanbestedingen

Voorpagina Wet- en regelgeving Jurisprudentie Praktijk Info&Service
 

Inbesteden

06-12-2011
HvJ 15 oktober 2009, zaak C-196/08, Acoset SpA
HvJ 15 oktober 2009, zaak C-196/08, Acoset SpA
(Quasi-) inbesteden is niet mogelijk als een particuliere onderneming als minderheid deelneemt in het kapitaal van de vennootschap waarin ook de aanbestedende dienst aandeelhouder is. Er is dan geen toezicht zoals op de eigen diensten. De desbetreffende werkzaamheden hoeven echter niet aanbesteed te worden als de private partner, die de werkzaamheden gaat uitvoeren, is geselecteerd vanwege zijn bekwaamheden op basis van een aanbesteding. Dubbel aanbesteden is dus niet nodig. 
In de zaak Acoset SpA stond de vraag centraal of het Europees recht zich verzet tegen het rechtstreeks gunnen, via een (quasi-)inbestedingsconstructie, van een openbare dienst aan een gemengde publiek-private vennootschap, die speciaal is opgericht voor de verlening van deze dienst en een enkel statutair doel heeft. Daarbij is de particuliere partner via een openbare aanbestedingsprocedure geselecteerd na controle van zowel de financiële, technische, operationele en beheersvereisten van de te verlenen dienst als de kenmerken van de offerte gelet op de te leveren prestaties.

Het ging in deze zaak om een concessieovereenkomst voor diensten. Het Hof stelt dat hoewel concessieovereenkomsten voor diensten zijn uitgesloten van de werkingssfeer van de aanbestedingsrichtlijnen, toch de fundamentele regels van het EG-Verdrag nageleefd dienen te worden. Dit leidt ertoe dat aan elke potentiële inschrijver een passende mate van openbaarheid wordt gewaarborgd, zodat de dienstenconcessie voor mededinging openstaat en de aanbestedingsprocedures op onpartijdigheid kunnen worden getoetst. Een oproep tot mededinging is niet verplicht wanneer de concessieverlenende instantie op de concessiehouder toezicht uitoefent zoals op haar eigen diensten en deze concessiehouder het merendeel van haar werkzaamheden verricht ten behoeve van de instantie die hem beheerst (Teckal-criteria).

Echter, de participatie, ook een minderheidsparticipatie, van een particuliere onderneming in het kapitaal van een vennootschap waarin ook de betrokken aanbestedende dienst participeert, sluit uit dat deze dienst op die vennootschap toezicht uitoefent zoals op zijn eigen diensten. In deze zaak kan daarom geen gebruik gemaakt worden van quasi-inbesteden aangezien de particuliere partner 49% van het kapitaal in handen heeft.

Het Hof stelt daarna echter dat een dubbele aanbestedingsprocedure niet goed valt te rijmen met de beoogde vermindering van procedurele lasten. Zij stelt dan ook vervolgens: ‘wanneer in een dergelijke situatie een dubbele procedure wordt gehanteerd waarbij eerst de particuliere partner van de gemengde vennootschap wordt geselecteerd en vervolgens de concessie aan deze vennootschap wordt gegund, zal dit wegens de inherente duur van dergelijke procedures en de rechtsonzekerheid over de gunning van de concessie aan de vooraf geselecteerde particuliere partner, de particuliere entiteiten en de overheidsinstanties ontmoedigen om een geïnstitutionaliseerde publiek-private samenwerking als die in het hoofdgeding op te zetten.’  Rechtstreekse gunning is daarom toch toegestaan in deze zaak om dubbel aanbesteden te voorkomen.