HomeDossiersAanbestedingenJurisprudentieAlleenrecht

Aanbestedingen

Voorpagina Wet- en regelgeving Jurisprudentie Praktijk Info&Service
 

Alleenrecht

22-11-2011
Aanbesteden/jurisprudentie/Hofner
HvJ EG, 23 april 1991, zaak C-41/90, Höfner
Beslissingen om ondernemingen uitsluitende rechten te verlenen kunnen een inbreuk op het Verdrag vormen indien de dienstverlener – ook mededingingsrechtelijk gezien- kennelijk niet in staat is om aan de vraag (in deze zaak arbeidsbemiddelingsdiensten voor hoger en leidinggevend personeel) te voldoen (overweging 25 en 34 ev.).
Overwegingen Hof: Een publiekrechtelijk orgaan voor de werkgelegenheid, dat zich bezighoudt met arbeidsbemiddeling, kan voor de toepassing van de mededingingsregels van de Gemeenschap als een onderneming worden aangemerkt, omdat deze kwalificatie in de context van het mededingingsrecht van toepassing is op elke eenheid die een economische activiteit uitoefent, ongeacht haar rechtsvorm en de wijze waarop zij wordt gefinancierd. Als onderneming belast met het beheer van diensten van algemeen economisch belang en overeenkomstig artikel 90, lid 2, EEG-Verdrag, is een publiekrechtelijk orgaan voor de werkgelegenheid, dat zich bezighoudt met arbeidsbemiddeling, onderworpen aan de mededingingsregels, en met name aan het verbod van artikel 86 EEG-Verdrag (mededinging, misbruik van machtspositie), voor zover de toepassing van deze bepaling de vervulling van de hem toevertrouwde bijzondere taak niet verhindert. De lidstaat die hem voor die bemiddeling een uitsluitend recht heeft verleend, maakt inbreuk op artikel 90, lid 1, EEG-Verdrag, wanneer hij een situatie in het leven roept waarin handelen in strijd met artikel 86 voor dat orgaan onontkoombaar is. Dit is met name het geval wanneer:
- het uitsluitend recht het bemiddelen van hoger en leidinggevend personeel van ondernemingen omvat;
- het publiekrechtelijk orgaan voor de werkgelegenheid kennelijk niet in staat is aan de vraag naar dat soort bemiddeling te voldoen;
- de daadwerkelijke bemiddelingsactiviteit van particuliere adviesbureaus voor werving en selectie onmogelijk wordt gemaakt door de handhaving van een wettelijke bepaling die die activiteit verbiedt op straffe van nietigheid van de betrokken overeenkomsten;
- de betrokken bemiddelingsactiviteiten zich kunnen uitstrekken tot de onderdanen of het grondgebied van andere lidstaten.
Aangezien de verdragsbepalingen inzake het vrij verrichten van diensten niet van toepassing kunnen zijn op activiteiten die zich in al hun relevante aspecten in een enkele lidstaat afspelen, kan een in een lidstaat gevestigd adviesbureau voor werving en selectie zich met betrekking tot het bemiddelen tussen onderdanen en ondernemingen van die lidstaat niet beroepen op de artikelen 7 en 59 EEG-Verdrag (beginsel van de vrije dienstverlening).