HvJ EG 20 september 1988, zaak 31/87, Beentjes/ Staat der Nederlanden
De Richtlijn Werken bevat geen regeling ten aanzien van aanvullende bijzondere voorwaarden (in dit geval de eis dat 70% van het totale arbeidspersoneel bij uitvoering van de opdracht ingeschreven werklozen uit Nederland betrof). Het Hof geeft aan dat dergelijke voorwaarden onverkort aan de Verdragsbeginselen dienen te worden getoetst en achtte in dit geval het beginsel van vrij verrichten van diensten en non discriminatie geschonden.
Indien een aanbestedende dienst aanvullende bijzondere voorwaarden stelt, moeten deze in de aankondiging worden opgenomen. (NB in de nieuwe aanbestedingsrichtlijn 2004/18 is sprake van in de aankondiging óf het bestek).
De aanbestedingsrichtlijnen geven geen eenvormige en uitputtende communautaire regeling. Lidstaten blijven vrij om aanvullende materiële en procedurele regels vast te stellen en toe te passen mits de communautaire normen maar volledig in acht worden genomen.
Het begrip ‘ Staat’ onder de definitie van aanbestedende dienst, moet functioneel worden uitgelegd en moet worden geacht mede te omvatten een lichaam dat, hoewel in het leven geroepen om bij de wet opgedragen taken uit te voeren, formeel geen deel uitmaakt van de overheidsadministratie. Het ontbreken van rechtspersoonlijkheid van dit lichaam is in dit geval geen reden om aan de toepasselijkheid van de richtlijn te ontkomen.
Ten aanzien van de selectiecriteria (huidige richtlijn 2004/18, artikelen 47-52) stelt het Hof dat het om een gesloten systeem gaat. De aanbestedende diensten kunnen de geschiktheid van de aannemers enkel beoordelen op basis van criteria die verband houden met hun economische en financiële draagkracht en technische bekwaamheid. Daarnaast stelt het Hof dat deze artikelen niet beogen de bevoegdheid van de lidstaten af te bakenen om het niveau te bepalen van de voor deelneming aan overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken vereiste economische en financiële draagkracht; zij strekken er slechts toe vast te stellen, door welke referenties of bewijsmiddelen de financiële en economische draagkracht en technische bekwaamheid van de aannemers kan worden vastgesteld.
In openbare procedures mogen de beoordeling van de geschiktheid van inschrijvers en de beoordeling van ingediende offertes gelijktijdig plaatsvinden.
Een nationaalrechtelijke gunningsbepaling die de aanbestedende diensten een onvoorwaardelijke keuzevrijheid gaf bij de gunning van het betrokken werk aan een inschrijver werd door het Hof als onverenigbaar met de aanbestedingsrichtlijn geacht. Zij zijn echter niet onverenigbaar met de richtlijn indien zij aldus moeten worden uitgelegd, dat zij de aanbestedende diensten de vrijheid laten om de verschillende aanbiedingen te vergelijken en op basis van objectieve criteria (zie huidige criteria in richtlijn 2004/18, art. 53 lid 1 sub a) hun keus te laten vallen op de voordeligste.