HomeDossiersAanbestedingenJurisprudentiePPS/gebiedsontwikkeling

Aanbestedingen

Voorpagina Wet- en regelgeving Jurisprudentie Praktijk Info&Service
 

PPS/gebiedsontwikkeling

04-03-2011
Aanbesteden Jurisprudentie Scala
HvJ EG 12 juli 2001, C-399/98, Ordine degli architetti delle Province di Milano e Lodi - Scala
In dit geval werd de aanleg van infra in eigen beheer als overheidsopdracht gezien. De gemeente werd verplicht de Europese aanbestedingsrichtlijn in acht te nemen. Dit betekende niet dat het gemeentebestuur zelf de aanbestedingsprocedure startte.

Het Hof besliste in deze zaak date een tegenprestatie (in de zin van ‘bezwarende titel’) ook kan bestaan in het afzien van de inning van een geldsom door de aanbestedende dienst (in casu ging het om een opdracht om baat want de gemeente liet legesinkomsten gaan tegenover de verkrijging van infra en openbare werken). Een gunning op bestuursrechtelijke grondslag kan onder de werkingssfeer van de richtlijn vallen. De enkele omstandigheid dat een overeenkomst onder het publiekrecht valt en is gesloten in het kader van de uitoefening van overheidsgezag verzet zich niet tegen het voldoen aan de definitie van ‘schriftelijke overeenkomst’.

Het is niet vereist dat de persoon die een overeenkomst met een aanbestedende dienst sluit in staat is de overeengekomen prestatie in eigen beheer met zijn eigen middelen te verrichten om als aannemer te kunnen worden aangemerkt; hij behoeft enkel in staat te zijn de betrokken prestatie te laten uitvoeren door de daartoe vereiste garanties te bieden.

In rechtsoverweging 100 van deze uitspraak stelt het Hof dat in geval van aanleg van een infrastructurele voorziening de richtlijn slechts wordt nageleefd indien het gemeentebestuur zelf de in deze richtlijn omschreven aanbestedingsprocedures toepast. Het nuttig effect daarvan zou evengoed worden verzekerd indien het gemeentebestuur op grond van de nationale wetgeving de exploitant-vergunninghouder door middel van de met hem gesloten overeenkomsten kon verplichten de overeengekomen werken uit e voeren volgens de in de richtlijn omschreven procedures, zulks ter vervulling van de verplichtingen die dienaangaande krachtens de richtlijn op het gemeentebestuur rusten. In dat geval moet de exploitant krachtens de met de gemeente gesloten overeenkomsten die hem vrijstellen van betaling van de bijdrage in de exploitatiekosten als tegenprestatie voor de aanleg van een openbare infrastructurele voorziening, worden beschouwd als houder van een uitdrukkelijke volmacht van de gemeente voor de aanleg van deze voorziening.

Deze zaak speelt in de Nederlandse situatie ook een rol bij een beroep van een particuliere grondeigenaar op het zelfrealisatiebeginsel en de mogelijkheid van een gemeente om een locatie onderhands te verwerven en door middel van de doorlegverplichting uit dit arrest een aanbestedingsprocedure te bewerkstelligen. Zie hierover ook IOEA nieuwsbrief nr. 32 (2004).