Klimaat- Energieakkoord tussen Rijk en provincies
Het Het klimaatakkoord tussen Rijk en provincies loopt van januari 2009 tot eind 2011 en bevat het provinciale programma om bij te dragen aan het behalen van deze doelstellingen. Het akkoord geeft een omschrijving van de rollen van Rijk en provincies hierin en bevat afspraken en intiatieven rondom de volgende vijf verschillende thema's. Voor de initiatieven uit het programma is 203,6 miljoen euro provinciaal geld gereserveerd. Voorbeelden van voorbeelden van energie- en adaptatieprojecten zijn te vinden op de
website van het IPO.
- Realisatie van duurzame energieproductie. De provincies en het Rijk zetten zich via het scheppen van noodzakelijke randvoorwaarden, het wegnemen van knelpunten en het stimuleren van
projecten in om het totale potentieel aan duurzame energieproductie van 700 PJ in 2020 te realiseren.
- Duurzame mobiliteit. De provincies zetten zich in om CO2-uitstoot te verminderen via bijvoorbeeld concessiecontracten voor openbaar vervoer, ze bevorderen betere benutting van infrastructuur streven samen met het Rijk naar een reductie van het aantal autokilometers in de spits met minimaal 5 procent.
- Energiebesparing en vermindering van uitstoot broeikasgassen. Energiebesparing wordt gestimuleerd in de gebouwde omgeving en de industrie, door bijvoorbeeld de benutting van restwarmte en het afvangen en opslaan van CO2.
- Energie-innovatie. Ter bevordering van het ontwikkelen en stimuleren van energie-innovaties op verschillende gebieden initiëren de provincies innovatieve projecten.
- Adaptatie aan klimaatverandering (ruimte, steden, water, landbouw, toerisme en recreatie, economie). In dit kader voeren provincies de regie bij de aanpassing van de ruimtelijke inrichting aan de klimaatverandering vanuit hun verantwoordelijkheid voor gemeentegrenzenoverstijgende ruimtelijke ontwikkeling.