Het beleid voor de sectoren die geen onderdeel uitmaken van het
emissiehandelsysteem – non-ETS-sectoren – is in Nederland vaak op decentraal niveau gemaakt. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering en handhaving van de regelgeving ligt ook bij decentrale overheden. De EU wil een eerlijke lastenverdeling voor de reductie van de uitstoot van broeikasgassen.
Wet- en regelgeving: Beschikking lastenverdeling reductiedoelen broeikasgasemissies
Deze
beschikking regelt een eerlijke lastenverdeling voor emissievermindering. Dit is één van de manieren om de
20/20/20 doelstellingen te realiseren.
Voor veel sectoren is er al specifieke wetgeving buiten de beschikking, die gericht is op de vermindering van CO2-uitstoot. Voor de overige sectoren zijn er ook maatregelen nodig. Daarom zijn er in de beschikking streefcijfers vastgesteld voor de non-ETS-sectoren (sectoren die buiten het
emissiehandelsysteem vallen).
Streefcijfers per lidstaat
Voor elke lidstaat stelt de beschikking een streefcijfer vast voor non-ETS-sectoren. Ook wordt er een methode beschreven voor het bepalen van de reductiedoelstelling van individuele lidstaten.
Er zijn geen voorschriften over hoe de doelstellingen gerealiseerd moeten worden, dit is geheel aan de lidstaten op te bepalen. Wel moet er elk jaar gerapporteerd worden of de grenswaarden wel of niet behaald zijn.
Reductiedoelstelling Nederland
De reductiedoelstelling voor Nederland is –16% in 2020, ten opzichte van 2006 (art. 3 beschikking), dit ligt lager dan de doelstelling uit het werkprogramma
Schoon en Zuinig. Andere Noordwest-Europese landen hebben vergelijkbare doelstellingen.
Implementatie in Nederland
De beschikking is
rechtstreeks werkend en wordt dus niet omgezet in nationale regelgeving. Alle mogelijke klimaatprogramma’s en afspraken waarin energiebesparing wordt behandeld (
Schoon en Zuinig,
klimaatakkoorden, etc.) een invulling van de streefcijfers die in de beschikking zijn vastgelegd.
Schoon en Zuinig
De EU reductiedoelen liggen lager dan de doelen die het werkprogramma
Schoon en Zuinig stelt. Alle maatregelen uit dit programma hebben ruimtelijke consequenties voor decentrale overheden. De Europese doelstellingen hebben hiermee indirect effect op de ruimtelijke ordeningpraktijk van decentrale overheden.
Belangrijke data
25 juni 2009: inwerkingtreding beschikking
2012: evaluatie en verslag vooruitgang
31 december 2012: voorstel aangescherpte of nieuwe maatregelen ter ondersteuning van lidstaten (art. 4)
15 januari van ieder jaar: rapportage voortgang (rapportagedata afkomstig uit het beschikking inzake het KYOTO-protocol nr.
280/2004/EG)
Publicaties
BNC-fiche Nederlandse regering over de beschikking
Links
Programma Schoon en Zuinig van VROM
Agentschap NL over energiebesparing