De Dienstenrichtlijn omschrijft met betrekking tot vergunningstelsels en eisen een aantal functies die ten behoeve van de dienstverleners en afnemers langs elektronische weg beschikbaar moet zijn. Het Dienstenloket kent een drietal functies: een informatiefunctie, bijstandsfunctie en een transactiefunctie.
Informatiefunctie: het toegankelijk maken van informatie
De Dienstenrichtlijn vereist dat bepaalde informatie via een één-loket (in Nederland via het Dienstenloket) wordt ontsloten. Daarbij gaat het niet enkel om informatie die betrekking heeft op de eigen lidstaat, maar ook om meer algemene informatie die op andere lidstaten betrekking heeft. Voor wat betreft Nederland moet de volgende informatie via het Dienstenloket worden ontsloten (artikel 7 Dienstenwet):
-de eisen en vergunningstelsels die onder de reikwijdte van de Dienstenrichtlijn vallen en de namen en adresgegevens van de bij die eisen en vergunningstelsels betrokken bevoegde instanties;
-de rechtsmiddelen die algemeen voorhanden zijn voor het beslechten van geschillen tussen bevoegde instanties en dienstverleners, tussen dienstverleners en afnemers of tussen dienstverleners onderling;
-de middelen en voorwaarden om toegang te krijgen tot openbare registers en openbare databanken met gegevens over dienstverleners en diensten;
-de namen en adresgegevens van verenigingen en organisaties zonder winstoogmerk, anders dan de bevoegde instanties, van welke dienstverleners praktische bijstand kunnen krijgen.
Al deze informatie moet actueel, duidelijk en ondubbelzinnig zijn (art. 9 Dienstenwet).
Decentrale overheden zijn verplicht om zelf bepaalde informatie langs elektronische weg toegankelijk te maken. Dit stelt Antwoord voor bedrijven vervolgens weer in staat om al die door bevoegde instanties afzonderlijk toegankelijk gemaakte informatie via het Dienstenloket op één plek te ontsluiten. Op die manier kan aan deze verplichting van de Dienstenrichtlijn worden voldaan. De informatie die decentrale overheden zelf moeten ontsluiten, kan worden teruggevonden in artikel 8 en 19 Dienstenwet. Het betreft onder meer informatie over:
-de eisen of vergunningstelsels, waarbij de bevoegde instantie is betrokken en haar naam en adresgegevens;
-de rechtsmiddelen die algemeen voorhanden zijn voor het beslechten van geschillen tussen haar en een dienstverlener/afnemer of tussen een dienstverlener en een afnemer over eisen en vergunningstelsels waarbij zij is betrokken;
-de middelen en voorwaarden om toegang te krijgen tot een openbaar register of een openbare databank met gegevens over dienstverleners en diensten, voor zover die instantie daarbij betrokken is.
De Dienstenrichtlijn en Dienstenwet stellen echter geen eisen aan de taal waarin de informatie beschikbaar moet worden gesteld. Wel wordt op basis van artikel 7 lid 5 Dienstenrichtlijn aangemoedigd (een inspanningsverplichting) om de informatie in andere talen van de Europese Unie te vertalen. In Nederland is ervoor gekozen de algemene informatie op Antwoord voor bedrijven ook in het Engels aan te bieden.
Bijstandsfunctie: het op verzoek verlenen van bijstand
Decentrale overheden dienen op verzoek, en eveneens via de elektronische weg, bijstand te verlenen aan dienstverleners en afnemers van diensten in binnen- en buitenland (art. 7 lid 2 Dienstenrichtlijn en art. 12 en 25 Dienstenwet). Deze bijstand is gericht op algemene informatie over de wijze waarop eisen (en vergunningstelsels) doorgaans worden uitgelegd en toegepast. Ook deze informatie dient actueel, duidelijk en ondubbelzinnig te zijn. Indien een decentrale overheid niet betrokken is bij de betreffende eisen of vergunningstelsels hoeft die op grond van de Dienstenwet daarover ook niet verplicht deze algemene informatie te verstrekken. Is er wel sprake van betrokkenheid, dan betekent dat niet dat decentrale overheden in individuele gevallen juridisch advies moeten verstrekken.
Transactiefunctie: het afwikkelen van procedures en formaliteiten
De laatste functie van het Dienstenloket is de transactiefunctie (art. 6 en 8 Dienstenrichtlijn en art. 13 t/m 16 Dienstenwet). Deze functie houdt de verplichting voor decentrale overheden in om het mogelijk te maken dat dienstverleners alle (vergunning)procedures en formaliteiten op afstand en elektronisch via het Dienstenloket met de betreffende decentrale overheid moeten kunnen afwikkelen. Zo moet een dienstverlener in de praktijk niet alleen een vergunning elektronisch kunnen aanvragen, maar moet de betreffende vergunning ook daadwerkelijk elektronisch worden afgegeven. Hiervoor geldt het beginsel van wederzijdse erkenning, wat inhoudt dat een Nederlandse bevoegde instantie gegevens en bescheiden (bijvoorbeeld een diploma) uit een andere lidstaat die een gelijkwaardig doel dienen of waaruit blijkt dat aan de betrokken eis is voldaan of de vergunning is verkregen, in beginsel accepteert (art. 5 lid 3 en 4 Dienstenrichtlijn en art. 4 Dienstenwet). Zie voor meer informatie over wederzijdse erkenning deze praktijkvraag.
Om deze transactiefunctie mogelijk te maken, is een berichtenbox ontwikkeld binnen het Dienstenloket via welke de transacties tussen bevoegde instanties en dienstverleners moeten kunnen plaatsvinden.