Dit dossier biedt decentrale overheden inzicht in Europese regelgeving over het verbod en uitzonderingen op staatssteun.
Doel staatssteun
De EU wil gelijke concurrentievoorwaarden scheppen voor alle ondernemingen op de interne markt. Controle op overheid- of staatssteun aan ondernemingen is dan ook één van de belangrijkste onderdelen van het Europese mededingingsbeleid.
Decentrale overheden
Decentrale overheden krijgen op diverse beleidsterreinen te maken met staatssteunregels. Veel voorkomende beleidsterreinen zijn:
- gebiedsontwikkeling;
- werkgelegenheid;
- onderzoek, ontwikkeling en innovatie (O&O&I);
- milieu en duurzaamheid;
- vervoer;
- landbouw;
- cultuur.
Decentrale overheden vallen direct onder de staatssteunregels. Zij zijn verantwoordelijk voor de naleving en een correcte toepassing ervan. Het verlenen van steunmaatregelen moet ter kennisgeving of goedkeuring gemeld worden bij de Europese Commissie. Zij heeft de exclusieve bevoegdheid om steunmaatregelen te beoordelen.
Risico’s
Worden staatssteunregels niet nageleefd, dan kan dit leiden tot een onderzoek van de Commissie. Als hieruit blijkt dat dit inderdaad het geval is, kunnen rechtszaken, nietigverklaringen, terugvorderingen en/of boetes het gevolg zijn. Bij het verlenen van onrechtmatige steun kunnen decentrale overheden problemen ondervinden bij de accountantscontrole.
Staatssteunverbod met uitzonderingen
Staatssteun die tussenstaatse handel beïnvloedt, is in principe verboden. Toch kent het staatssteunverbod uit
art. 107 lid 1 VWEU vele uitzonderingen. Als een decentrale overheid bepaalde beleidsprioriteiten wil steunen, is het vaker toegestaan dan verboden. De uitzonderingen zijn uitgewerkt in het VWEU, in vrijstellingsverordeningen, kaderregelingen, richtsnoeren en mededelingen.