Voor grensoverschrijdend personenvervoer per trein zijn volgens zowel de
Wet Personenvervoer 2000 als de liberaliseringsrichtlijn voor grensoverschrijdend personenvervoer per spoor (
richtlijn 2007/58/EG) geen
concessies nodig. Het is echter wel toegestaan.
Bij grensoverschrijdende concessies voor OV zijn altijd twee samenwerkende overheden (
bevoegde autoriteiten conform de PSO-verordening) nodig. Het kan voorkomen dat wordt overwogen grensoverschrijdende concessies te verlenen, maar dat de concessietermijnen nog niet op elkaar afgestemd zijn. Wel is de maximale concessieduur voor heel Europa gelijk. De concessieverlenende overheden zullen in overleg met elkaar tot een afgestemde concessietermijn voor de grensoverschrijdende lijn moeten komen.
Ter illustratie: twee treinconcessies van twee verschillende vervoersautoriteiten lopen af in 2013 respectievelijk in 2017. Om vanaf 2017 één gemeenschappelijke concessie af te kunnen geven, kan de bevoegde concessieverlener in de lidstaat met het in 2013 aflopende contract bepalen om met ingang van 2013 voor zijn traject slechts een vier jaar durende concessie te verlenen, die afloopt voorafgaand aan de start van de nieuwe, gezamenlijk, grensoverschrijdende concessie per 2017.
Bron: brief van de Minister en Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat over ontheffings- en verlengingsmogelijkheden voor concessies in het openbaar vervoer, 8 december 2009,
Kamerstuk 2009-2010, 23645, nr. 328, Tweede Kamer.