Op 3 december 2007 is een nieuwe Europese verordening gepubliceerd: Verordening (EG) nr. 1370/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende het openbaar personenvervoer per spoor en over de weg en de intrekking van Verordening (EEG) nr. 1191/69 van de Raad en Verordening (EEG) nr. 1107/70 van de Raad. De nieuwe verordening wordt ook wel de ‘Public Service Obligations’-Verordening
(PSO-Verordening) genoemd. De PSO-Verordening is op 3 december 2009 in werking getreden.
De PSO-Verordening heeft tot doel vast te stellen op welke manier instanties die bevoegd zijn voor het
openbaar personenvervoer, er in het licht van het Gemeenschapsrecht, voor kunnen zorgen dat in vergelijking met een volledig vrije marktwerking onder meer het aantal, de veiligheid en de kwaliteit van de diensten van algemeen belang toenemen en deze diensten worden verzekerd tegen een lagere kostprijs. Daartoe worden in deze verordening de voorwaarden gesteld waaronder de
bevoegde instanties, wanneer zij een openbaredienstverplichting opleggen of daartoe een contract afsluiten, aan exploitanten van openbare diensten een compensatie voor de kosten en/of exclusieve rechten verlenen als tegenprestatie voor het vervullen van openbaredienstverplichtingen.
De PSO-Verordening trekt de voormalige Verordeningen (EEG) nr. 1191/69 en nr. 1107/70 in.
De PSO-verordening is van toepassing op de nationale en internationale exploitatie van openbaar personenvervoer per spoor, met andere vormen van spoorvervoer en over de weg, met uitsluiting van diensten die hoofdzakelijk geëxploiteerd worden met het oog op de instandhouding van het historisch erfgoed of vanuit toeristisch oogpunt (artikel 1, lid 2 PSO-verordening).
Het begrip ‘openbaar personenvervoer’ wordt in artikel 1, sub a van de PSO-verordening omschreven als personenvervoersdiensten van algemeen economisch belang die op permanente en niet discriminerende basis aan het publiek worden aangeboden.
De PSO-Verordening is in principe niet van toepassing op personenvervoer over binnenwateren en nationale zeewateren. Lidstaten kunnen er echter wel voor kiezen om de werkingssfeer van de PSO-Verordening daartoe uit te breiden (artikel1, lid 2 PSO-verordening). Meer over de Nederlandse invulling van dit artikel leest u hieronder onder de term 'uitbreiding werkingssfeer Bp2000'.
De PSO-Verordening is bovendien niet van toepassing op de gunning van goederenvervoersdienstcontracten. De bepalingen van de ‘oude’
Verordening (EEG) nr. 1191/69 blijven van toepassing op goederenvervoersdiensten gedurende drie jaar na de inwerkingtreding van deze verordening. Vanaf drie jaar na de inwerkingtreding van de PSO-verordening valt de organisatie van goederenvervoersdiensten onder de algemene beginselen van het Verdrag (artikel 10 PSO-verordening).
Tot slot is de PSO-verordening niet van toepassing op concessieovereenkomsten voor openbare werken (artikel 1, lid 3 PSO-verordening).
Uitbreiding werkingssfeer Bp2000
In Nederland is de PSO-verordening geimplementeerd in de Wet Personenvervoer 2000 en in het Besluit Personenvervoer 2000. Naast de voor de hand liggende vormen van openbaar vervoer, zoals bus tram en trein, bestaat er ook nog met het openbaar vervoer gelijkgesteld personenvervoer.
In het
Besluit personenvervoer 2000 (Bp2000) worden
gedeeltes van dat besluit -en zo indirect
gedeeltes van de PSO-verordening- van toepassing verklaard op met het openbaar vervoer gelijkgesteld personenvervoer. Onder de term 'met het openbaar vervoer gelijkgesteld personenvervoer' wordt in het Bp2000 verstaan:
- voor een ieder openstaand personenvervoer per auto dat niet volgens een diensregeling wordt verricht (artikel 6 Bp2000);
- voor een ieder openstaand personenvervoer volgens een dienstregeling per passagiersschip (artikel 7 Bp2000);
- voor een ieder openstaand personenvervoer met of zonder een dienstregeling per veerboot of passagiersschip dat wordt verricht tussen twee of meer aanlegplaatsen gelegen aan de Waddenzee, met inbegrip van de verbindingen met de Noordzee en met havens die in open verbinding staan met de Waddenzee, waarbij Vlieland, Terschelling, Ameland of Schiermonnikoog met het vasteland wordt verbonden (artikel 7a Bp2000)l; en
- door of vanwege de werkgever verzorgd vervoer van werknemers naar en van de werkplek, voorafgaand aan onderscheidenlijk na afloop van de werkzaamheden, dat wordt verricht met bussen dan wel met auto's ingericht voor vervoer van meer dan zeven personen, de bestuurder daaronder niet begrepen en waarvoor subsidie wordt verleend door een bestuursorgaan als bedoeld in
artikel 20 van de Wet Personenvervoer 2000 (artikel 8 Bp2000).
Welke verplichtingen voor deze vormen van openbaar vervoer precies gelden kunt u nalezen in de zojuist genoemde artikelen.