Wet-
en regelgeving: Richtlijn
Omgevingslawaai
De
Europese
Richtlijn Omgevingslawaai (2002/49/EG)
heeft tot doel om, op basis van prioriteiten, de schadelijke gevolgen
(inclusief hinder) van blootstelling aan omgevingslawaai te vermijden,
voorkomen of verminderen. Daarnaast moet de richtlijn een grondslag bieden voor
het ontwikkelen van Europees bronbeleid. Het gaat daarbij om eventuele
aanscherping van de maximale geluidsniveaus (bronvermogens) van de
belangrijkste bronnen. Hieronder vallen onder andere weg- en spoorwegvoertuigen
en -infrastructuur, vliegtuigen, materieel voor gebruik buitenshuis en in de
industrie en verplaatsbare machines.
Evaluatie richtlijn
Elke
vijf jaar moet over de richtlijn worden gerapporteerd. In juni 2011 publiceerde
de Europese Commissie het eerste
evaluatierapport (COM(2011) 321
final of 1 June 2011). Dit rapport vat het implementatieproces in de lidstaten
samen en gaat in op mogelijkheden om dit proces te verbeteren en de effectiviteit
van het Europese beleid op dit terrein te vergroten.
Verplichtingen voor decentrale overheden
De richtlijn brengt voor decentrale overheden in stedelijke gebieden
(met meer dan 100.000 inwoners en een hoge bevolkingsdichtheid) verplichtingen
met zich mee. Dit zijn bijvoorbeeld het opstellen van strategische
geluidsbelastingkaarten over de situatie in het voorgaande kalenderjaar en het
uitwerken van actieplannen bestemd voor de beheersing van lawaai-uitstoot en
lawaai-effecten.
Implementatie
in Nederland
De Europese Richtlijn Omgevingslawaai is geïmplementeerd via het toevoegen van
hoofdstuk IX aan de Wgh in 2004. Ook de Spoorwegwet en de Luchtvaartwet zijn
aangepast. De Wetswijzigingen, het Besluit omgevingslawaai en de Regeling
omgevingslawaai, zijn op 18 juli 2004 in werking getreden.