HomeDossiersVrij verkeerPersonen

Vrij verkeer

Voorpagina Personen Diensten Goederen Kapitaal Praktijk Info&Service
 

Personen

25-05-2010
Vrij verkeer van personen
Personen (art. 45-54 VWEU (voormalig art. 39-48 EG))
Het vrij verkeer van personen gaat voornamelijk over het vrij verkeer van werknemers. Tegenwoordig is het echter zo dat het vrij verkeer van personen ook geldt voor economisch niet-actieven (zoals werklozen en gepensioneerden). Ook familieleden van EU-burgers kunnen zich beroepen op het vrij verkeer van personen. Het streven is dat iedere burger van de Unie vrij kan reizen en verblijven binnen de EU.

Zo mag bijvoorbeeld een gemeente sociale en fiscale voordelen niet beperken tot nationale onderdanen; werknemers uit andere lidstaten hebben namelijk recht op dezelfde voordelen, zoals in Verordening 1612/68 is bepaald.

Het vrij verkeer van personen wordt in belangrijke mate beheerst door secundaire wetgeving (verordeningen en richtlijnen). De richtlijnen zijn omgezet in de Nederlandse wetgeving. In 2006 is het merendeel van deze richtlijnen vervangen door Richtlijn 2004/38. De Verordeningen dienen rechtstreeks te worden toegepast door de decentrale overheden.

Sinds mei 2006 is het verblijfsrecht van EU-burgers in andere lidstaten van de EU verruimd. Met een geldig identiteitsbewijs of paspoort mag een persoon drie maanden in een andere EU-lidstaat verblijven. De voorwaarde dat men voldoende bestaansmiddelen moet kunnen aantonen en daarom ook gedurende die eerste drie maanden geen recht op bijstand heeft, is vervallen. De consequentie daarvan zou zijn dat alle EU-burgers in Nederland, net als Nederlanders, die eerste drie maanden recht op bijstand krijgen. Om een toevlucht van buitenlandse bijstandsclaimers te voorkomen, heeft het kabinet de wet zodanig aangepast dat EU-burgers gedurende de drie maanden die zij in Nederland mogen verblijven, geen uitkering kunnen claimen.