Het voorzorgsbeginsel is één van de leidende beginselen in het Europees milieurecht. Artikel 191 lid 2 VWEU (ex artikel 174 EG) stelt dat het milieubeleid van de EU berust op het voorzorgsbeginsel en het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden, en het beginsel dat de vervuiler betaalt (zie over dit laatste beginsel het dossier
Vervoer). Het Werkingsverdrag bevat echter geen nadere definitie van het voorzorgsbeginsel. In 2001 heeft de Europese Commissie daarom gemeenschappelijke richtsnoeren voor de toepassing van dit beginsel uitgewerkt (
COM(2001) 1). Daarnaast hebben het Europese Hof van Justitie en het Gerecht van Eerste Aanleg het voorzorgsbeginsel in diverse uitspraken geconcretiseerd. Deze jurisprudentie is onder meer relevant voor de uitleg van nationale milieuwetgeving die de Europese milieuregels omzetten naar Nederlands recht.
Zo verduidelijkte het Gerecht in de zaak
Pfizer Animal Health (
T-13/99) uit 2002 dat preventieve maatregelen kunnen worden genomen ook al is de realiteit en de ernst van de risico’s nog niet volledig aangetoond (zie ook
C-236/01,
Monsanto Agricoltura Italia). Wanneer onvoldoende wetenschappelijke gegevens beschikbaar zijn en een volledige wetenschappelijke beoordeling zeer grondig en lang wetenschappelijk onderzoek vergt, kan dit de bevoegde overheid niet beletten om (desnoods op korte termijn) preventieve maatregelen te treffen (
T-13/99). Dit zou anders namelijk het voorzorgsbeginsel zijn nuttig effect ontnemen.
Het voorzorgsbeginsel beoogt potentiële risico’s te voorkomen (
T-229/04,
Zweden tegen Commissie). Met louter hypothetische risico’s, die berusten op gewone, wetenschappelijk niet bewezen veronderstellingen, kan daarentegen geen rekening worden gehouden (
T‑392/02,
Solvay Pharmaceuticals). Bij onzekerheid omtrent het bestaan en de omvang van risico’s voor de volksgezondheid mogen de instellingen van de EU beschermende maatregelen nemen zonder te hoeven wachten totdat ten volle blijkt dat deze risico’s inderdaad bestaan en groot zijn (
C-157/96,
National Farmers’ Union en
C-180/96,
Verenigd Koninkrijk tegen Commissie).