HomeDossiersDienstenrichtlijnVergunningstelsels en eisenDe ontvangstbevestiging

Dienstenrichtlijn

Voorpagina Diensten Vergunningstelsels en eisen Notificatie Dienstenloket Administratieve samenwerking Praktijk Info&Service
 

De ontvangstbevestiging

13-02-2012
Ontvangstbevestiging
Een decentrale overheid dient de ontvangst van een vergunningaanvraag zo snel mogelijk te bevestigen. Dit staat in artikel 13 lid 5 en artikel 29 lid 1 en 2 Dienstenrichtlijn, artikel 35 Dienstenwet. Er gelden eisen voor de manier van bevestigen en de inhoud van de bevestiging.

Manier van bevestigen
De Dienstrichtlijn vereist dat alle vergunningaanvragen bevestigd moeten worden. Dit geldt ook voor niet-elektronische aanvragen.

Als een vergunningaanvraag via het Dienstenloket is ingediend dan wordt de ontvangstbevestiging ook via dit loket verzonden.

In de bevestiging moet altijd informatie staan over:
1          De tot die vergunning wettelijk bepaalde termijn waarbinnen de beschikking wordt afgegeven, of de termijn van acht weken.
2          De beschikbare rechtsmiddelen om tegen de beschikking op te komen.
3          Als er niet tijdig op de aanvraag is beslist, is Lex Silencio Positivo van toepassing. Bij bevestiging wordt aangegeven dat de gevraagde vergunning (beschikking) van rechtswege is verleend.

Rechtsmiddelen
Art. 3:45 lid 1 Awb, heeft ook betrekking op het vermelden van rechtsmiddelen. Maar dit hoeft pas bij de bekendmaking en de mededeling van een besluit. Voorwaarde is dat daartegen bezwaar kan worden gemaakt of beroep kan worden ingesteld. Niet alleen het moment van informatieverstrekking over rechtsmiddelen verschilt, ook de inhoud daarvan.

Volgens art. 3:45 lid 2 Awb, dient te worden vermeld door wie, binnen welke termijn en bij welke orgaan bezwaar kan worden gemaakt of beroep kan worden ingesteld. Art. 29 lid 1b Dienstenwet vereist dit niet. Een algemene vermelding van de toepasselijke categorieën van rechtsmiddelen volstaat bij toepassing van dit artikel.

Anders dan bij art. 3:45 lid 2 Awb, dient een bevoegde instantie aan art. 29 lid 1b van een wetsvoorstel al uitvoering geven op het moment van versturen van een ontvangstbevestiging van de aanvraag. Inhoudelijke beoordeling van de aanvraag moet dan nog plaatsvinden. Het gaat telkens om rechtsmiddelen die gebruikelijk zijn om een beslissing op een aanvraag ter discussie te stellen. De aanvrager dient in algemene zin te worden geïnformeerd over de rechtsmiddelen die op een aanvraagbeslissing van toepassing zijn.