HomeDossiersDienstenrichtlijnVergunningstelsels en eisenTermijnen

Dienstenrichtlijn

Voorpagina Diensten Vergunningstelsels en eisen Notificatie Dienstenloket Administratieve samenwerking Praktijk Info&Service
 

Termijnen

13-02-2012
Termijnen
Bij vergunningaanvragen en bijhorende formaliteiten gelden beslistermijnen voor decentrale overheden. Een daarvan is de Lex Silencio Positivo. Daarnaast gelden bepalingen uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de Dienstenrichtlijn en de Dienstenwet.

Beslistermijnen

Volgens de Dienstenrichtlijn
Artikel 13 lid 3 van de Dienstenrichtlijn vereist onder meer dat vergunningsprocedures en –formaliteiten aanvragers de garantie bieden dat hun aanvraag zo snel mogelijk en in elk geval binnen een redelijke, vooraf vastgestelde en bekendgemaakte termijn wordt behandeld. De termijn mag eenmaal worden verlengd, met als voorwaarden:

- De complexiteit van het onderwerp rechtvaardigt de verlenging.
-Zowel verlenging als duur dienen gemotiveerd en voorafgaand aan het verstrijken van de oorspronkelijke termijn aan de aanvrager kenbaar te worden gemaakt; en
-Verlenging dient van beperkte duur te zijn.

Volgens de Algemene wet bestuursrecht
Deze vereisten in de Dienstenrichtlijn wijken af van de Awb, in die zin dat uit artikel 4:13 van de Awb voortvloeit dat een beschikking dient te worden gegeven binnen de daarvoor bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn. Of, bij het ontbreken van zo’n termijn, binnen een redelijke termijn.

De richtlijn eist dat er sprake is van een tevoren bepaalde en bekendgemaakte termijn. Daarom is in het eerste lid van artikel 31 Dienstenwet de termijn voor het geven van een beschikking op een aanvraag om een vergunning, indien het desbetreffende specifieke voorschrift geen termijn bevat, bepaald op acht weken. Deze termijn is ontleend aan artikel 4:13, tweede lid, van de Awb.

Artikel 4:14, eerste lid, van de Awb bepaalt dat, indien een beschikking niet binnen de bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn kan worden gegeven, het bestuursorgaan dit aan de aanvrager meedeelt en daarbij een zo kort mogelijke termijn noemt waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.

Daarnaast sluit de bepaling niet uit dat meer dan een keer wordt verlengd. Artikel 13, derde lid, van de richtlijn bepaalt dat de termijn slechts eenmaal kan worden verlengd indien dat gerechtvaardigd is door de complexiteit van het onderwerp. Daarom wordt de toepassing van artikel 4:14, eerste lid, van de Awb op grond van het tweede lid van artikel 31 Dienstenwet met die elementen ingeperkt.

Het derde lid van artikel 31 Dienstenwet geeft de door artikel 13, derde lid, van de Dienstenrichtlijn vereiste aanvulling van artikel 4:14, derde lid, van de Awb. Indien een kennisgeving wordt gedaan dat de beschikking niet binnen de gestelde termijn kan worden gegeven dient deze met redenen omkleed te zijn en een zo kort mogelijke termijn waarbinnen de beslissing wel tegemoet kan worden gezien te geven.

Opschorten beslistermijn

Volgens de Dienstenrichtlijn
De behandeling van de aanvraag gaat lopen als alle documenten zijn ingediend. Is de aanvraag onvolledig, dan moet een decentrale overheid dit zo snel mogelijk melden aan de aanvrager. Ook moet zij melden welke gevolgen dit heeft voor de beslistermijn. De termijn begint pas, als alle documenten zijn ontvangen.

Is een aanvraag in eerste instantie als volledig beoordeeld, en blijkt dit toch niet zo te zijn, dan moet dit zo snel mogelijk worden medegedeeld aan de aanvrager. De richtlijn laat open welke gevolgen dit heeft voor de gestelde termijn. Omdat het bestuursorgaan niet gestimuleerd wordt  dit zo snel mogelijk te doen, kan dit nadelig zijn voor de aanvrager.

Volgens de Algemene wet bestuursrecht|
De behandeling van de aanvraag gaat lopen, als de aanvraag is ingediend, ongeacht of deze volledig is. Bestuursorganen zijn verplicht een aanvrager in de gelegenheid te stellen een onvolledige aanvraag aan te vullen. De mogelijkheid om aanvullende gegevens te vragen is niet beperkt. Wel is het zo dat (telkens) gedurende de tijd dat een aanvrager gevraagd is aanvullende gegevens te verstrekken, de beslistermijn wordt opgeschort. Zodra de aanvraag is aangevuld, loopt de termijn weer verder door.

De verplichting voor een bestuursorgaan een aanvrager gelegenheid te bieden een onvolledige aanvraag te herstellen, geldt ook op grond van artikel 13, zesde lid, van de richtlijn, waarbij de gevolgen voor de beslistermijn aangegeven dienen te worden. Het zou daarbij ten nadele van een dienstverrichter zijn, indien tot aan het moment dat de aanvraag volledig is nog geen beslistermijn is begonnen. Het bestuursorgaan zou dan geen stimulans hebben om in het geval een aanvraag onvolledig is niet langer te wachten met het verzoeken van de benodigde aanvullende gegevens.

De Algemene wet bestuursrecht bevat wel een dergelijke stimulans. Ook bij een onvolledige aanvraag loopt de termijn gewoon door en wordt de termijn niet eerder opgeschort dan nadat gelegenheid tot herstel wordt geboden. Dat dient het doel van de richtlijn om garantie te bieden dat een aanvraag zo snel mogelijk wordt behandeld. Het systeem van de Algemene wet bestuursrecht, met de aanvullingen daarop in hoofdstuk 5 van het wetsvoorstel, voldoet daarmee aan de eisen van de richtlijn.

Artikel 13, zesde lid, van de richtlijn, bepaalt dat bij verzoeken om aanvullende documenten, in voorkomend geval, ook wordt medegedeeld welke gevolgen dit heeft voor de in artikel 13, derde lid, bedoelde termijn. De Algemene wet bestuursrecht bevat niet de verplichting aan de aanvrager mede te delen wat de gevolgen voor de beslistermijn zijn, indien een verzoek krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht wordt gedaan om de aanvraag aan te vullen. Artikel 31, eerste lid, van het wetsvoorstel bevat daarom een mededelingsplicht die betrekking heeft op de duur van opschorting, zodat daarmee een passende omzetting van de richtlijn plaatsvindt.