Het vrij verkeer van goederen is verankerd in de artikelen 28 en 29 van het EU-Werkingsverdrag (voormalig art. 23 en 24 van het EG-Verdrag). In artikel 28 is onder meer bepaald dat ‘de Gemeenschap is gegrondvest op een douane-unie welke zich uitstrekt over het gehele goederenverkeer en welke zowel het verbod medebrengt van in- en uitvoerrechten en van alle heffingen van gelijke werking in het verkeer tussen de lidstaten onderling als de invoering van een gemeenschappelijk douanetarief voor hun betrekkingen met derde landen’. De specifieke verboden waarnaar in dit artikel verwezen wordt zijn vastgelegd in de artikelen 30, 34, 35 en 110 VWEU (voormalig art. 25, 28, 29 en 90 van het EG-Verdrag).
De artikelen inzake het vrij verkeer van goederen hebben rechtstreekse werking en zijn daarmee direct op decentrale overheden van toepassing. Decentrale overheden zullen dus te allen tijde moeten zorgen dat zij niet in strijd handelen met een van de verboden die het vrij verkeer van goederen kunnen belemmeren. Wat deze verboden precies inhouden en welke uitzonderingen daarop bestaan, zal in dit dossier nader toegelicht worden.