'Duurzame mobiliteit' - het wegwerken van de schadelijke effecten van mobiliteit - is reeds jaren een centrale doelstelling van het EU-vervoersbeleid. Bij nadelige effecten kan men denken aan de schade die vervoer kan toebrengen aan de menselijke gezondheid, de negatieve invloed van vervoer op het milieu en de bijdrage die de vervoerssector levert aan klimaatverandering door de uitstoot van schadelijke broeikasgassen. Daarnaast kunnen lawaai- en fileoverlast als nadelige effecten van mobiliteit worden beschouwd en de talrijke slachtoffers die jaarlijks bij verkeersongevallen vallen.
Mobiliteit heeft echter vanzelfsprekend niet alleen nadelige effecten. Zo zijn velen van mening dat de vervoerssector de ruggengraat van de Europese economie is, aangezien deze sector de verschillende stadia van de productieketen met elkaar verbindt en aanbieders van diensten in staat stelt hun klanten te bereiken. Daarnaast kan men vaststellen dat de vervoerssector zelf een grote werkgever is. De vervoerssector wordt door de Europese Commissie dan ook beschouwd als een belangrijke factor om de Europese doelstellingen inzake groei en werkgelegenheid te halen.
De Europese strategie inzake duurzaamheid en mobiliteit heeft tot doel de belangrijkste schadelijke effecten die de vervoerssector genereert tegen te gaan en tegelijkertijd de groei van mobiliteit in Europa op duurzame wijze te stimuleren.
In 2006 wees de Commissie er in haar evaluatie van het
Witboek 'Het Europees Vervoersbeleid tot het jaar 2010: tijd om te kiezen' op, dat om duurzame mobiliteit tot stand te brengen uiteenlopende beleidsinstrumenten zullen moeten worden aangewend. De Commissie noemt dat het waarschijnlijk zal moeten gaan om een combinatie van infrastructuurinvesteringen, nieuwe technologieën, economische instrumenten en regelgevende maatregelen.