De laatste van de vier vrijheden is het vrije verkeer van kapitaal. Al voor het ontstaan van de interne markt hebben de lidstaten maatregelen genomen ter bevordering van het vrij verkeer van kapitaal. In 1988 zorgde Richtlijn 88/361 voor algemene liberalisatie tussen EU lidstaten. Die richtlijn zorgde ervoor dat alle hindernissen die kapitaalverkeer tussen de lidstaten belemmerden werden opgeheven. De Economische en Monetaire Unie zorgde voor verdergaande liberalisatie door het afschaffen van de vrijwaringclausule binnen de eurozone in 1999.
Het vrij verkeer van kapitaal is gebaseerd op artikel 63-66 en art. 75 VWEU (voormalig art. 56 tot en met 60 van het EG-Verdrag). In artikel 63 VWEU (voormalig art. 56 EG) is het verbod op beperkingen van het vrije kapitaal- en betalingsverkeer neergelegd. Het gaat daarbij zowel om kapitaalverkeer tussen de lidstaten onderling, als kapitaalverkeer tussen lidstaten en derde landen, oftewel landen die geen lidstaten zijn van de EU. Artikel 65 lid 1 sub b VWEU (voormalig art. 58 lid 1 sub b EG) voorziet in de mogelijkheid van beperkende maatregelen die ‘op grond van openbare orde of de openbare veiligheid gerechtvaardigd zijn’.
Meer informatie op het gebied van kapitaal- en betalingsverkeer vindt u via het tabblad info&service. Hebt u vragen met betrekking tot het vrij verkeer van kapitaal? Schroom dan niet om contact op te nemen met de helpdesk van Europa decentraal.