Decentrale overheden hebben vaak directe taken en verantwoordelijkheden op onderwijsgebied en kunnen innovatieve activiteiten binnen het onderwijs stimuleren. In Nederland geeft de centrale overheid sturing aan het onderwijsbeleid. Provincies hebben voornamelijk een toezichthoudende rol en gemeenten hebben wettelijke taken en bevoegdheden voor lokale scholen.
Optreden EU
Volgens art. 165 VWEU moeten Europese activiteiten bijdragen tot de ontwikkeling van onderwijs van hoog niveau. Het optreden van de EU is voornamelijk gericht op:
- De ontwikkeling van de Europese dimensie in het onderwijs;
- Bevordering van de mobiliteit van studenten en docenten;
- Bevordering van de samenwerking tussen Europese onderwijsinstellingen;
- Bevordering van de uitwisseling van informatie over gemeenschappelijke vraagstukken waarmee onderwijsstelsels van lidstaten worden geconfronteerd;
- Stimulatie van de ontwikkeling van afstandsonderwijs;
- Bevordering van de samenwerking met derde landen (afspraken tussen twee of meer EU-lidstaten en een ander land) en internationale organisaties.
De EU heeft geen bevoegdheid om
bindende regels op te stellen op het terrein van onderwijs. Wel bestaat er een Europees onderwijsbeleid.
Beleid
Taalonderwijs
In art. 22 Handvest van de Grondrechten staat dat de EU de verscheidenheid van
taal eerbiedigt. De EU wil Europeanen stimuleren om naast hun moedertaal twee andere talen te leren. Dit is nuttig om volledig te kunnen profiteren van de interne markt en het Europese burgerschap. Europeanen kunnen in andere EU-landen onderwijs volgen of een baan vinden. Bij de stimulatie van het taalonderwijs wordt samengewerkt met decentrale overheden.
Europa2020 strategie
De Europa2020 strategie kent vijf kerndoelen. Één daarvan is een hoger onderwijsniveau. Het percentage vroegtijdige schoolverlaters moet worden verlaagd naar 10% en het percentage van de jongeren dat hoger onderwijs heeft gevolgd, moet worden verhoogd naar 40%. In Nederland zijn deze doelstellingen gehaald.
Lissabonstrategie en LLP
De Lissabonstrategie uit 2000 moest zorgen voor meer economische groei en werkgelegenheid in de EU. Een belangrijk onderdeel was het idee van ‘een leven lang leren’, omgezet in het
Lifelong Learning Programme (LLP). LLP loopt van 2007-2013 en volg het programma
Onderwijs en Opleiding 2010 op.
Door onderwijs- en trainingsmogelijkheden te stimuleren, kunnen EU-burgers zich gedurende hun carrière blijven ontwikkelen. Decentrale overheden kunnen hun beleid aansluiten op het ‘leven lang leren’. Gemeenten kunnen ook deelnemen in Europese
onderwijsprogramma’s om kennis en ervaring met andere lidstaten uit te wisselen. Gemeenten kunnen bijvoorbeeld samen met lokale onderwijsinstellingen deelnemen aan verschillende onderdelen van programma’s.
Publicaties
Onderwijs en Opleiding 2010
Links
EACEA, uitvoerend agentschap Europese Commissie op onderwijsgebied
Europese Commissie, over meertaligheid
Europese Commissie, over onderwijs