HomeDossiersStaatssteunVoorpaginaCultuur

Staatssteun

Voorpagina Kernvragen Wet- en regelgeving Uitspraken Procedures Info&Service
 

Cultuur

01-02-2010
Staatssteun Cultuur intro
Het EG-Verdrag bepaalt dat sommige steunmaatregelen als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt kunnen worden beschouwd. De ontplooiing van de culturen van de lidstaten en de instandhouding van het cultureel erfgoed in Europa kunnen als gemeenschappelijk belang worden aangemerkt (artikel 167 VWEU). Artikel 107 lid 3 onder d van het EG-Verdrag biedt om die reden ruimte voor steun aan cultuur. Het voornemen om staatssteun aan cultuur en het behoud van cultureel erfgoed te verlenen dient vooraf te woorden gemeld bij de Europese Commissie. Op basis van deze verdragsuitzondering kan de Commissie de steun goedkeuren.

Bij veel culturele subsidies hoeft deze uitzondering niet te spelen, omdat deze niet aan de staatssteuncriteria voldoen (er is bijvoorbeeld geen sprake van een onderneming, of het gaat om een puur lokale organisatie en activiteiten). Deze uitzondering is dus relevant als de cultuursteun wordt verleend aan een organisatie die ondernemingsactiviteiten ontplooit. Dit wordt wel steeds relevanter, gezien de opkomst van commerciële (neven)activiteiten van culturele instellingen. In de beschikking over Nederlandse Cultuurbeleggingsfondsen (2003) heeft de Europese Commissie benadrukt, dat concurrentievervalsing en effecten op het handelsverkeer tussen de lidstaten door steun aan culturele instellingen niet kan worden uitgesloten. Als voorbeelden worden genoemd het verstrekken van een lening voor de verbouwing van een concertzaal of museum, of een lening voor de aanschaf van een schilderij of van muziekinstrumenten voor een orkest. Het reële effect op de handel is in de praktijk wellicht vrij beperkt, maar een effect op het handelsverkeer kan volgens de Commissie niet worden uitgesloten. Bijvoorbeeld: voor de aanschaf van schilderijen bestaat er ongetwijfeld een sterke (internationale) concurrentie tussen musea. De cultuuruitzondering wordt relatief strikt toegepast en een decentrale overheid moet daarom een goede onderbouwing van het cultureel belang geven.

Voorgenomen vrijstelling voor cultuursteun
De Europese Commissie heeft in het Actieplan Staatssteun van juni 2005 aangekondigd dat zij zal nagaan of het toepassingsbereik van de Verordening (EG) nr. 994/98 moet worden verruimd zodat de Commissie o.a. gemachtigd wordt om bepaalde projecten van steun ten behoeve van cultuur en de instandhouding van het culturele erfgoed aan grote ondernemingen vrij te stellen van voorafgaande aanmelding. In november 2006 heeft zij een ontwerpverordening gepresenteerd en er was sprake van het opnemen van cultuur in de algemene groepsvrijstellingsverordening, maar dit is uiteindelijk niet gebeurd. Tot op de dag van vandaag (februari 2010) heeft de Commissie echter geen ontwikkelingen op dit gebied gemeld.
28-04-2010
staatssteun cultuur monumenten erfgoed
Behoud cultureel erfgoed
Monumentenregeling
De nationale monumentenregeling is volgens de Europese Commissie verenigbaar met de gemeenschappelijke markt. De Europese Commissie heeft de monumentenregeling op basis van artikel 107, lid 3, onder d) VWEU (oud artikel 87, lid 3, onder d) EG-verdrag) goedgekeurd (Steunmaatregel N-606-2009). De Europese Commissie heeft overwogen dat de  steun voor het restaureren en conserveren van monumenten bedoeld is voor een zeer specifieke categorie projecten, die zonder staatssteun economisch niet haalbaar zou zijn. Omdat de begunstigden van de steun (eigenaren van monumenten die natuurlijke en/of rechtspersonen zijn) actief zijn op lokale markten en de concurrentie met andere vastgoedondernemingen zeer gering is door de hoge renovatiekosten, zullen de gevolgen van de steun onder de maatregel voor het handelsverkeer en de mededinging niet dermate nadelig zijn dat het gemeenschappelijk belang wordt geschaad, zo stelt de Europese Commissie. Wel moeten de begunstigden op de markt van verhuur van monumenten zich gedragen als normale marktpartijen.

De nationale monumentenregeling is opgesteld door de ministeries van OCW, VROM en BZK, met consultatie van VNG en IPO. Hoewel de regeling nog niet officieel gepubliceerd is mag er al wel gebruik gemaakt van worden.

Voorwaarden
De monumentenregeling is alleen van toepassing op compensatiesteun voor de extra kosten voor instandhouding en herstel van monumenten. Voor vergoeding komen daarom alleen kosten voor het verrichten van werkzaamheden die vanuit technisch oogpunt noodzakelijk zijn voor de instandhouding van het monumenten in aanmerking. Daarentegen mag de steun niet ingezet worden voor de kosten van commerciële en/of operationele activiteiten. Monumenten met een commerciële functie zoals een hotel of restaurant komen daarom slechts in aanmerking voor de extra kosten van restauratie- en herstel. Daarnaast zijn kosten ter verbetering van comfort of voor uitbreidingen van de gebouwen ook niet subsidiabel.

Cumulatie met andere steunmaatregelen is onder de monumentenregeling toegestaan, mits de steunintensiteit de 100% niet te boven gaat.

Eerdere steunmaatregelen over monumenten
Steunmaatregel N 393/2007 - Nederland - Subsidie aan NV Bergkwartier 
Het project beoogt de renovatie van het IJsselhotel, een nationaal monument, en de uitbreiding van het gebouw met een nieuw gedeelte. Als zodanig kan het renovatieproject niet geheel als een marktinvestering worden beschouwd. Door de uitvoering van het project te steunen investeren de Nederlandse autoriteiten in het behoud van  het nationaal cultureel erfgoed. NV Bergkwartier, de ondernemingdie het project realiseert, is echter actief op een markt die openstaat voor concurrentie in de EU. Daarom kan de Commissie een effect van deze steun op het handelsverkeer niet uitsluiten. De steunmaatregel wordt goedgekeurd voor zover deze het behoud van het cultureel erfgoed (art. 87 lid 3 onder d) betreft.

Steunmaatregel NN 76/2005 - Nederland - Monumentenfonds Noord Brabant
Het monumentenbeleid van de provincie is erop gericht beschermde (geregistreerde) monumenten te bewaren als onderdeel van het algemene streven naar een duurzame ontwikkeling van Noord-Brabant. Het beleid richt zich op het behoud door middel van ontwikkeling en fysiek onderhoud. Daartoe worden samenwerkingsverbanden met derde partijen opgezet. Een voorbeeld van zo’n samenwerkingsverband is NV Monumenten Fonds Brabant. Het Monumenten Fonds verwerft een kleine groep monumenten waarvan de financiering dermate problematisch is dat deze anders teloor zouden gaan. Het Fonds restaureert deze monumenten en instaat voor het behoud en de exploitatie ervan. Het Fonds ontvangt hiervoor een rechtstreekse subsidie van maximaal € 800.000. Voorts verleent de provincie Noord-Brabant een zachte, achtergestelde converteerbare lening van maximaal € 4 miljoen verstrekken tegen een rentepercentage van 5%. De Commissie heeft geoordeeld dat de betrokken steun verenigbaar is met artikel 107 lid 3 onder d VWEU (oud artikel 87 lid 3 onder d van het EG-Verdrag).

Ook de beschikking over het National Heritage Memorial Fund in het Verenigd Koninkrijk (NN 11/2002) geeft de voorwaarden weer die de steun ten behoeve van het behoud van cultureel erfgoed mogelijk maken.

Evenementen: theater, dans en muziek
In deze Spaanse zaken N 340/2007 en N 368/2008 over een steunregeling ten behoeve van theater, dans, muziek en audiovisuele activiteiten in Baskenland stelt de Commissie zich op het standpunt dat de genoemde activiteiten uitgeoefend kunnen worden door ondernemingen. Ook al zal het vaak om lokale activiteiten gaan, kan enig effect op het handelsverkeer tussen de lidstaten niet worden uitgesloten. De Commissie keurt de steun vervolgens goed op basis van artikel 107 lid 3 onder d (oud artikel 87 lid 3 onder d EG-Verdrag).
17-12-2009
Staatssteun infra Ahoy
Infrastructuur voor culturele, sport- en recreatie-evenementen

Gemeente Rotterdam en Ahoy'
(C 4/08, ex N 97/07, van 21 oktober 2008)
De Europese Commissie heeft op 21 oktober 2008 een investering van 42 miljoen euro door de gemeente Rotterdam in de renovatie en uitbreiding van het Sportpaleis, een onderdeel van het Ahoy'-complex, goedgekeurd . Een diepgaand onderzoek heeft uitgewezen dat de investering geen onrechtmatig voordeel toekent aan de exploitant van het complex of aan enige andere onderneming, omdat de overeenkomsten met de gemeente Rotterdam tegen marktvoorwaarden (het zogenaamde market economy investor principle) zijn gesloten. De Commissie heeft geconcludeerd dat de maatregel geen staatssteun inhoudt. Deze beschikking is interessant voor andere decentrale overheden die investeren in accommodaties voor culturele, sport- en recreatie-evenementen.

Het Ahoy'-complex omvat een Sportpaleis, tentoonstellingshallen en een groot vergader- en congrescentrum. Het biedt onderdak aan een groot aantal verschillende evenementen zoals tentoonstellingen, conferenties, handelsbeurzen, shows, concerten en sport- en maatschappelijke evenementen. In 2006 privatiseerde Rotterdam de exploitatie van het Ahoy'-complex en verhuurde het gebouw aan de exploitant, Ahoy Rotterdam N.V.. Als eigenares van het complex investeert de gemeente thans in de renovatie en uitbreiding van het Sportpaleis.

In februari 2007 meldde de gemeente Rotterdam de voorgenomen investering bij de Commissie om rechtszekerheid te verkrijgen, waarbij zij het standpunt innam dat de investering geen staatssteun vormde, omdat de gemeente geen selectief voordeel aan de exploitant van het complex verschafte. De Europese Commissie opende op 30 januari 2008 een officieel onderzoek (steunmaatregel nr. C 4/2008) naar de geplande investering in de renovatie en ontwikkeling van het Ahoy’-complex. Ze onderzocht de voorwaarden waaronder de transacties tussen de gemeente en de exploitant van het complex zijn gesloten. Na het onderzoek heeft de Commissie geconcludeerd dat noch de aangemelde investering in het Sportpaleis, noch de daarmee samenhangende verkoop- en verhuurtransacties in verband met de exploitatie van het complex een onrechtmatig voordeel aan de exploitant of aan enige andere onderneming verlenen. Met name kwam zij tot de conclusie dat de prijs van de aandelen in Ahoy'-Rotterdam N.V. en de huurprijs voor het Ahoy'-complex marktconform zijn.
28-04-2010
Staatssteun cultuur Aviodrome
Musea
Praktijkvoorbeeld Aviodrome – steun aan een museum in Flevoland
Zowel gemeenten als provincies verstrekken subsidies aan musea. Tot nog toe bestaat er veel onduidelijkheid over staatssteunaspecten op dit gebied. De beschikking in de zaak Aviodrome in Flevoland (2004) geeft aanwijzingen voor de wijze waarop de Europese Commissie de steun aan musea maar ook internationaal georiënteerde themaparken beoordeelt. Daarnaast heeft Aviodrome gedemonstreerd hoe de kosten van de museale en commerciële activiteiten gescheiden kunnen worden om de kans op kruissubsidiëring van commerciële activiteiten te verkleinen.

Zie andere beschikkingen van de Commissie over steun aan musea:
Steunmaatregel NN 136a/2002 – Frankrijk - Ecomusée d’Alsace
Steunmaatregel N 630/2003 - Italië - Local Museums - Region of Sardinia
Steunmaatregel NN 50/2007 - Oostenrijk  - Garantieregeling voor federale musea
Deze regeling voorziet in overheidsgaranties die de federale musea in staat stellen om tentoonstellingen te organiseren die ook door andere internationale, voor toeristen aantrekkelijke musea interessant kunnen zijn. Zo heeft deze steunmaatregel een effect op de tussenstaatse handel. De steun wordt goedgekeurd op basis van art. 87 lid 3 onder d. Deze beschikking wijst erop dat (decentrale) steun aan internationaal gerenommeerde musea onder de meldingsplicht valt.

Reconstructie van een schip uit de 17e eeuw
Steunmaatregel N 377/2007 – Nederland - Steun voor Bataviawerf.
In deze beschikking van 28 november 2007 bevestigt de Commissie dat de betrokken maatregel geen staatssteun vormt in de zin van artikel 87 lid 1 EG. De activiteiten van de Bataviawerf hebben betrekking op de instandhouding van het culturele erfgoed en/of museale activiteiten, en moeten niet worden beschouwd als typische scheepswerfactiviteiten. De Commissie merkt op dat de Bataviawerf gericht is op een zeer lokale vraag en dat het heel onwaarschijnlijk is dat toeristen uit het buitenland zouden komen om de Bataviawerf te bezoeken. Daarom heeft steun aan de Bataviawerf geen effect op het handelsverkeer binnen in de EU.

Themaparken
De volgende beschikking gaat over een themapark met een internationale uitstraling. Een dergelijke steunmaatregel valt volgens de Commissie niet onder de uitzondering op het steunverbod in de zin van artikel 107 lid 3 onder d VWEU (oud artikel 87 lid 3 onder d EG).
Steunmaatregel NN 53/2002 – Duitsland – Space Park Development GmbH & Co KG