Kaderregeling voor staatssteun ten behoeve van O&O&I
De steun ten behoeve van O&O die niet onder de vrijstellingsverordening valt, moet gemeld worden aan de Europese Commissie. De Europese Commissie heeft op 21 november 2006 een nieuwe
kaderregeling voor Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie (O&O&I) goedgekeurd. Door deze kaderregeling breidt de Commissie de bestaande mogelijkheden uit om onderzoek, ontwikkeling en innovatieve activiteiten van het Europese bedrijfsleven door staatssteun te stimuleren.
Kaderregeling voor O&O&I van 21 november 2006
Innovatie houdt verband met een proces waarbij kennis en technologie, niet zonder enig risico, worden samengebracht met het benutten van marktkansen voor nieuwe of betere producten, diensten en zakelijke processen ten opzichte van hetgeen al op de gemeenschappelijke markt beschikbaar is.
Verder betreffen de activiteiten op het gebied van O&O (kort omschreven):
- fundamenteel onderzoek (experimenteel of theoretisch onderzoek zonder beoogde praktische toepassing van de verworven kennis);
- industrieel onderzoek (gericht op kennis die gebruikt kan worden voor de ontwikkeling van nieuwe of verbetering van bestaande producten);
- experimentele ontwikkeling (het gebruik van bestaande kennis in ontwikkeling van nieuwe producten of diensten).
De nieuwe kaderregeling voor O&O&I voorziet in hoge steunplafonds voor fundamenteel en industrieel onderzoek. De categorie ‘experimentele ontwikkeling’ wordt als nieuw geïntroduceerd. Deze omvat ook innovatie. Hiermee wordt meer ruimte geschapen voor steun in de fase tussen onderzoek en feitelijke markttoepassingen. Ook pilotprojecten en commercieel inzetbare prototypes komen voortaan in aanmerking voor staatssteun. Om goedkeuring van de Commissie te verkrijgen moet o.a. het stimulerend effect van een project worden bewezen. Hiermee wordt bedoeld dat de begunstigde onderneming door de steun zijn activiteiten op O&O&I-gebied uitbreidt en projecten of activiteiten plaatsvinden die anders niet, of op beperktere schaal zouden zijn uitgevoerd.
De nieuwe regels voor innovatie bieden onder andere ruimte voor steun aan:
- jonge innovatieve ondernemingen (maximaal 1 miljoen euro per starter),
- het midden en kleinbedrijf (MKB) voor advies- en ondersteunende diensten (200.000 euro per MKB in drie jaar) of salarissen van hooggekwalificeerd personeel (50% gedurende drie jaar),
- bedrijven in de dienstensector voor proces- en organisatie-innovatie (15% tot 25% van de kosten),
- steun voor innovatieclusters van bedrijven en instituten (15% tot 30% van de startkosten).
Daarnaast wordt de definitie van een publieke onderzoeksorganisatie aangepast, die tot een duidelijkere afbakening moet leiden.
Lees hier een
samenvatting van de reactie van de Nederlandse overheid naar aanleiding van de openbare raadpleging (november 2005).