HomeDossiersAanbestedingenJurisprudentieSamenloop opdrachten

Aanbestedingen

Voorpagina Wet- en regelgeving Jurisprudentie Praktijk Info&Service
 

Samenloop opdrachten

08-03-2007
Aanbesteden jurisprudentie Krinkels Moerdijk
Voorzieningenrechter Rechtbank Breda, 30 december 2004, 140873 / KG ZA 04-668, Krinkels BV tegen de gemeente Moerdijk
Is de gemeente Moerdijk op grond van de Richtlijn Diensten verplicht om een opdracht voor regulier plantsoenonderhoud openbaar aan te besteden? Geschil of plantsoenonderhoud conform de CPV en CPC classificaties is aan te merken als 1A-dienst waarvoor openbare aanbesteding verplicht is, of als 1B-dienst waarvoor niet de verplichting tot openbare aanbesteding geldt.

De voorzieningenrechter komt tot het oordeel dat de opdracht diensten noch onder de CPC-omschrijvingen, noch onder de CPV-omschrijvingen van categorie 16 van bijlage 1A bij de Richtlijn Diensten zijn onder te brengen. Nu gesteld noch gebleken is dat de onderhavige diensten onder enige andere categorie van bijlage 1A of 1B kunnen worden ondergebracht, luidt de conclusie dat de onderhavige diensten dienen te worden ondergebracht bij categorie 27, in bijlage 1B omschreven als “overige diensten”, en dus geclassificeerd behoren te worden als B-diensten.
15-03-2007
Aanbesteden jurisprudentie Felix Swoboda
HvJ EG 14 november 2002, zaak C-411/00, Felix Swoboda GmbH
Dit arrest verduidelijkt dat, indien een opdracht die één doel beoogt, maar bestaat uit afzonderlijke diensten die deels vallen onder bijlage 1A van de Richtlijn Diensten en deels onder 1B, de gezamenlijke waarde van de diensten doorslaggevend is om te bepalen onder welk regime ze vallen en niet het hoofdvoorwerp van de opdracht. Indien de waarde van de 1A-diensten (in casu verhuizing en inboedelvervoer) hoger is dan de 1B-diensten (coördinatie, planning en opslag), dient de aanbesteding onder het 1A-regime plaats te vinden. (Zie ook tegenwoordig artikel 22 van richtlijn 2004/18).
15-03-2007
Aanbesteden Jurisprudentie Vendee
HvJ EG 5 oktober 2000, zaak C-16/98, Commissie/Frankrijk (Electrification Vendée)
Het ging in deze kwestie om de vraag of verschillende verstrekte opdrachten (binnen een samenwerkingsverband van intergemeentelijke elektriciteitsbedrijven) voor onderhouds- en uitbreidingswerkzaamheden aan elektriciteits- en straatverlichtingswerkzaamheden als één werk moesten worden aangemerkt. Het Hof stelt dat bepalend is of de betrokken electriciteits- en straatverlichtingsnetten/werken eenzelfde economische en technische functie vervullen, hetgeen in casu niet het geval werd geacht. De afzonderlijke opdrachten van de intergemeentelijke syndicaten van de Vendée op het gebied van straatverlichting werden niet als één werk gezien. Uit technisch oogpunt omdat zij tot bebouwde zones beperkt kunnen zijn en een onderlinge verbinding niet nodig is. Uit economisch oogpunt omdat de betrokken plaatselijke diensten ieder de financiële lasten van de exploitatie van het net dragen.
19-01-2009
Aanbesteden jurisprudentie Tögel
HvJ EG 24 september 1998, zaak C-76/97, Tögel
Oostenrijkse rechtszaak over een opdracht tot ziekenvervoer. De raamovereenkomst was in 1984 aangegaan voor onbepaalde tijd en de tarieven werden- zoals afgesproken- jaarlijks heronderhandeld. Een gepasseerde concurrent beweerde dat het ging om een opdracht in de zin van de Richtlijn diensten, die Europees had moeten worden aanbesteed. Het Hof oordeelde dat het gemeenschapsrecht aanbestedende diensten niet verplicht in te grijpen in bestaande rechtsbetrekkingen die voor onbepaalde tijd of meerdere jaren zijn aangegaan, wanneer die betrekkingen zijn aangegaan voor het verstrijken van de omzettingstermijn van de Richtlijn diensten. Er kan geen beroep worden gedaan op het gemeenschapsrecht tegen opdrachten die over een periode van 14 jaar of langer van kracht blijven.

Het Europese Hof van Justitie oordeelt dat de verwijzing in de bijlagen I A en I B van de Diensten-richtlijn naar de CPC-nomenclatuur verbindend is. Deze bijlagen kunnen niet geïnterpreteerd worden in het licht van de CPV (of CPA) nomenclatuur.

Bij samengetelde diensten die elementen van zowel A-diensten al B-diensten bevatten dient de relatieve waarde van elk te worden bepaald. (Zie tegenwoordig artikel 22 van richtlijn 2004/18).