HvJ EG 24 september 1998, zaak C-76/97, Tögel
Oostenrijkse rechtszaak over een opdracht tot ziekenvervoer. De raamovereenkomst was in 1984 aangegaan voor onbepaalde tijd en de tarieven werden- zoals afgesproken- jaarlijks heronderhandeld. Een gepasseerde concurrent beweerde dat het ging om een opdracht in de zin van de Richtlijn diensten, die Europees had moeten worden aanbesteed. Het Hof oordeelde dat het gemeenschapsrecht aanbestedende diensten niet verplicht in te grijpen in bestaande rechtsbetrekkingen die voor onbepaalde tijd of meerdere jaren zijn aangegaan, wanneer die betrekkingen zijn aangegaan voor het verstrijken van de omzettingstermijn van de Richtlijn diensten. Er kan geen beroep worden gedaan op het gemeenschapsrecht tegen opdrachten die over een periode van 14 jaar of langer van kracht blijven.
Het Europese Hof van Justitie oordeelt dat de verwijzing in de bijlagen I A en I B van de Diensten-richtlijn naar de CPC-nomenclatuur verbindend is. Deze bijlagen kunnen niet geïnterpreteerd worden in het licht van de CPV (of CPA) nomenclatuur.
Bij samengetelde diensten die elementen van zowel A-diensten al B-diensten bevatten dient de relatieve waarde van elk te worden bepaald. (Zie tegenwoordig artikel 22 van richtlijn 2004/18).