|
Non-discriminatie
HvJ EG, 12 november 2009, zaak C-199/07, Commissie tegen Griekenland (ERGA OSE)
Deze zaak betrof een overheidsopdracht voor het uitvoeren van een studie in het kader van de bouw van een spoorwegstation. De Commissie verzocht het Hof vast te stellen dat Griekenland, door in feite een bijkomend criterium voor automatische uitsluiting in te voeren, naast die waarin is voorzien bij artikel 31, lid 2, van richtlijn 93/38/EEG (vervangen door Richtlijn 2004/17/EG), ten nadele van buitenlandse adviesbureaus, en door bij de litigieuze aanbesteding geen onderscheid te maken tussen kwalitatieve selectiecriteria en gunningscriteria, niet heeft voldaan aan de verplichtingen die op haar rusten krachtens de gemeenschapswetgeving inzake openbare aanbestedingen, en met name de artikelen 4, lid 2, 31, leden 1 en 2, en 34, lid 1, sub a, van deze richtlijn, zoals uitgelegd door het Hof, het beginsel van de wederzijdse erkenning van formele kwalificaties, dat aan het gemeenschapsrecht inzake openbare aanbestedingen ten grondslag ligt, en de artikelen 12 EG (nu artikel 18 VWEU) en 49 EG (nu artikel 56 VWEU).
HvJEG, 29 april 2004, zaak C-496/99, Succhi di Frutta
110. Het beginsel van gelijke behandeling van de inschrijvers beoogt de ontwikkeling van een gezonde en daadwerkelijke mededinging tussen de aan een overheidsopdracht deelnemende ondernemingen te bevorderen en vereist dat alle inschrijvers bij het opstellen van het in hun offertes gedane voorstel dezelfde kansen krijgen. Het betekent derhalve dat voor deze offertes voor alle mededingers dezelfde voorwaarden moeten gelden.
HvJ EG, 4 december 2003, zaak C-448/01, Wienstrom
In deze zaak ging het om de aanbesteding tot levering van elektriciteit. Als een economisch voordelig criterium werd gesteld dat de stroom moest worden opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen. Dit is op zich geen probleem. Er mag zelfs een wegingsfactor van 45% aan gegeven worden.
Gerechtshof Den Bosch 24 juli 2001, Rolnr. KG c0100285/HE, CSU schoonmaak B.V. tegen Politieregio Brabant Zuid Oost
In deze zaak ging het om een te laat ingediende offerte. Op grond van het gelijkheidsbeginsel, dat bij een aanbestedingsprocedure als een belangrijke leidraad heeft te gelden, mocht de politieregio de onderhavige offerte niet zonder meer in aanmerking nemen. De omstandigheid, dat de overige inschrijvingen ten tijde van het aanbieden van de offerte van CSU nog niet geopend waren, doet aan het voorgaande niet af.
HvJ EG 7 december 2000, zaak C-94/99, Arge
Het beginsel van gelijke behandeling van de inschrijvers wordt niet geschonden door het loutere feit dat de aanbestedende dienst tot een procedure voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor dienstverlening lichamen toelaat, die van de betrokken dienst of van andere aanbestedende diensten subsidie van welke aard ook ontvangen, waardoor die lichamen aanbiedingen kunnen doen waarvan de prijzen veel lager zijn dan die van hun mededingers die niet een dergelijke subsidie ontvangen.
HvJ EG 7 december 2000, zaak C-324/98, Telaustria
Het Gemeenschapsrecht op het gebied van overheidsopdrachten bestaat niet alleen uit de aanbestedingsrichtlijnen, maar ook uit bepalingen van primair recht, vervat in het EG-Verdrag. Deze bepalingen zijn van toepassing op alle overheidsopdrachten. Dus ook op opdrachten die niet onder de toepassing van de aanbestedingsrichtlijnen vallen. Te denken valt aan opdrachten in de vorm van een dienstenconcessie en/of opdrachten onder het Europese drempelbedrag.
HvJ EG 25 april 1996, zaak C-87/94, Commissie/België, Waalse bussen
Het Hof stelt in deze uitspraak o.a. dat het transparantie (doorzichtigheids)beginsel en het gelijkheidsbeginsel als een algemeen beginsel van aanbestedingsrecht gelden.
HvJ EG 22 juni 1993, zaak C-243/89, Commissie/Denemarken, Storebaelt
In deze zaak was o.a een besteksbepaling opgenomen waarin inschrijvers werden verzocht zoveel mogelijk Deens personeel in te schakelen. Het Hof verwijst hier naar artikel 39 van het EG-Verdrag (verbod op (in)directe discriminatie naar nationaliteit van werknemers uit EG-lidstaten).
HvJ EG 20 september 1988, zaak 31/87, Beentjes/ Staat der Nederlanden
De Richtlijn Werken bevat geen regeling ten aanzien van aanvullende bijzondere voorwaarden (in dit geval de eis dat 70% van het totale arbeidspersoneel bij uitvoering van de opdracht ingeschreven werklozen uit Nederland betrof). Het Hof geeft aan dat dergelijke voorwaarden onverkort aan de Verdragsbeginselen dienen te worden getoetst en achtte in dit geval het beginsel van vrij verrichten van diensten en non discriminatie geschonden.
Indien een aanbestedende dienst aanvullende bijzondere voorwaarden stelt, moeten deze in de aankondiging worden opgenomen. (NB in de nieuwe aanbestedingsrichtlijn 2004/18 is sprake van in de aankondiging óf het bestek).
|
|
|
|
|