|
Overig
HvJ EU, 15 juli 2010, zaak C-74/09, Batiments et Ponts Construction SA, WISAG Productionsservice GmbH vs Berlaymont 2000 SA
In deze zaak, die betrekking had op de aanbesteding voor de renovatie van het Berlaymontgebouw van de Europese Commissie, stonden twee prejudiciële vragen centraal. Allereerst wenste de verwijzende rechter te vernemen of de algemene beginselen van het Unierecht op het gebied van overheidsopdrachten en artikel 24, tweede alinea, van richtlijn 93/37 (nu vervangen door richtlijn 2004/18) aldus moeten worden uitgelegd dat zij in de weg staan aan een nationale regeling waarbij een in een andere lidstaat gevestigde aannemer geregistreerd moet zijn in de lidstaat van de aanbestedende dienst om aldaar een opdracht toegewezen te kunnen krijgen. Dit terwijl hij door de autoriteiten van zijn lidstaat van vestiging afgegeven getuigschriften heeft overgelegd waaruit met name blijkt dat deze aannemer in laatstgenoemde staat zijn verplichtingen ter zake van de betaling van sociale zekerheidsbijdragen en belastingen is nagekomen.
HvJ EU, 15 juli 2010, zaak C-271/08, Europese Commissie tegen Bondsrepubliek Duitsland
Krachtens een Duitse wettelijke regeling kan de werknemer in dienst bij een gemeente in het geval de voor hem geldende cao daarin voorziet, er voor kiezen een deel van zijn loon in te zetten om premie te betalen voor een verhoging van zijn toekomstige pensioen. Als de werknemer daarvoor kiest gaat de gemeente voor hem een overeenkomst aan met een pensioenverzekeraar. De werkgever gaat de verzekeringsovereenkomst aan; de cao bepaalt limitatief met welke verzekeraar de gemeente mag contracteren.
HvJ EU, 23 december 2009, zaak C-376/08, Serrantoni en Consorzio stabile edili
Het verzoek om een prejudiciële beslissing in deze zaak werd ingediend in het kader van een geding tussen de bouwonderneming Serrantoni Srl en de gemeente Milaan (Italië). De zaak betrof het besluit van deze gemeente om Serrantoni uit te sluiten van deelneming aan een procedure voor het plaatsen van een overheidsopdracht voor werken, wegens overtreding van een Italiaanse wetsbepaling die de deelneming van een duurzaam consortium en diens leden aan dezelfde gunningsprocedure verbiedt en strafbaar stelt. Duurzame consortia (‘consorzi stabili’) zijn, naar Italiaans recht, consortia die bij besluit van hun respectieve bestuursorganen hebben besloten om gedurende een periode van ten minste vijf jaar gezamenlijk deel te nemen aan overheidsopdrachten voor werken, diensten en leveringen, en om daartoe een gezamenlijke ondernemingsstructuur in het leven te roepen. Het verzoek betrof de uitlegging van artikel 4 van richtlijn 2004/18/EG, van de artikelen 39 EG, 43 EG, 49 EG en 81 EG, en van de algemene beginselen van gelijke behandeling en evenredigheid.
HvJ EU, 10 december 2009, zaak C-299/08, Europese Commissie vs Franse Republiek
In deze zaak gaat het om een door Frankrijk gebruikte aanbestedingsprocedure genaamd ‘procedure voor het plaatsen van opdrachten voor projectdefiniëring’. Dit betreft een procedure die zowel kenmerken van raamoverenkomsten als van de concurrentiegerichte dialoog bevat. Frankrijk stelt dat de procedure moet worden beschouwd als een afgeleide van de procedure van de concurrentiegerichte dialoog. Frankrijk stelt verder dat richtlijn 2004/18 slechts een coördinerende functie heeft, zodat de lidstaten vrij blijven andere regels op het gebied van overheidsopdrachten te handhaven of vast te stellen dan die waarin deze richtlijn voorziet. Het Hof is het hiermee niet eens.
Hvj EU, 29 oktober 2009, C-536/07, Europese Commissie vs Duitsland
In deze zaak stond de vraag centraal of de stad Keulen ten onrechte een overeenkomst betreffende de huur van een stuk grond met vier expositiehallen heeft gesloten zonder een Europese aanbesteding uit te schrijven. Keulen had een huurovereenkomst gesloten met GKM-Gbr (een particuliere investeringsmaatschappij) betreffende de huur van eens stuk grond met vier expositiehallen. GKM-Gbr moest de expositiehallen bouwen. Vervolgens heeft Keulen een onderverhuurovereenkomst gesloten met Kolnmesse (een privaatrechtelijke vennootschap waarvan het kapitaal voor 79,02% door de stad Keulen en voor 20% door de deelstaat Noordrijn-Westfalen wordt gehouden). De stad Keulen verleende met deze laatste overeenkomst het gebruiksrecht op de op te trekken gebouwen aan Kolnmesse die in de eerder genoemde overeenkomst waren beschreven en door GKM-GbR gebouwd moesten worden.
HvJ 15 oktober 2009, zaak Hochtief AG, C-138/08
Wanneer een opdracht wordt geplaatst volgens de procedure van gunning via onderhandelingen en het aantal geschikte gegadigden de voor de betrokken procedure vastgestelde benedengrens niet bereikt, dan kan de aanbestedende dienst de procedure toch voortzetten door de geschikte gegadigde(n) uit te nodigen om over de voorwaarden van de opdracht te onderhandelen.
HvJ EG, 19 juni 2008, zaak C-454/06, Pressetext Nachrichtenagentur
In deze zaak ging het om een dienstverleningsovereenkomst voor onbepaalde tijd, buiten procedures voor plaatsing van overheidsopdrachten om gesloten tussen de staat en een (enig nationaal) nieuwsagentschap. Er vond een overdracht plaats -met toestemming van aanbestedende dienst- van de uitvoering van verschillende onderdelen van de overeenkomst aan een vennootschap waarover de dienstverrichter zeggenschap uitoefent, alsmede andere wijzigingen van de overeenkomst, betrekking hebbende op doen van afstand van opzeggingsmogelijkheid door aanbestedende dienst, vergoedingen van verrichte diensten en aan de aanbestedende dienst verleende korting. De vraag deed zich voor of deze latere wijzigingen moeten worden gekwalificeerd als een nieuwe "plaatsing van opdracht" waarvoor voorafgaande bekendmaking van aankondiging van opdracht was vereist.
Voorzieningenrechter Rechtbank Utrecht, 12 december 2007, 240555/ KG-ZA 07-1167 (LJN.nr BB9889), MKB tegen diverse gemeenten
Zestien gemeenten en twee gewesten hebben hun individuele opdrachten tot de inhuur van tijdelijk personeel geclusterd in 1 opdracht en deze vervolgens via een Europese aanbesteding op de markt gebracht. Vanuit het MKB Nederland is vervolgens een kort geding geinitieerd. Het MKB stelt met name dat door de clustering de mededinging wordt belemmerd en de ondernemers in het MKB uit de markt worden gedrukt. De rechter geeft het MKB geen gelijk.
GvEA HvJEG, 4 maart 2003, zaak T-319/99, FENIN
In deze zaak behandelde het Hof de vraag of een aankoopactiviteit een economische activiteit behelst of dat deze classificatie afhankelijk is van het betreffende gebruik van de goederen of diensten die worden ingekocht. Op de uitoefening van economische activiteiten namelijk is het Europese mededingingsrecht van toepassing.
HvJ EG 27 februari 2003, zaak C-373/00, Truley
In dit arrest wordt het begrip aanbestedende dienst/ publiekrechtelijke instelling uit de aanbestedingsrichtlijnen verder verduidelijkt voor wat betreft het criterium 'voorzien in behoeften van algemeen belang niet zijnde van industriële of commerciële aard' (in casu ging het om lijkbezorging) en het criterium 'toezicht op het beheer van de instelling'.
Ten aanzien van het laatste criterium oordeelt het Hof dat het niet gaat om alleen een controle van de bedrijfsvoering achteraf aangezien de overheid via een dergelijke controle de besluiten van de instelling terzake van de overheidsopdrachten per definitie niet kan beinvloeden.
HvJ EG 16 september 1999, zaak C-27/98, Fracasso-Leitschutz
Uit deze uitspraak volgt dat de aanbestedende diensten over een ruime beoordelingsvrijheid beschikken ten aanzien van de beslissing om een aanbestedingsprocedure te beëindigen, door te besluiten de opdracht niet te verlenen dan wel de betreffende aanbesteding in te trekken. Zoals immers is aangetoond, bevatten de communautaire richtlijnen in zoverre geen bijzondere beperkingen of voorwaarden en eisen zij evenmin dat sprake is van gewichtige of uitzonderlijke omstandigheden.
Pres. Rb. Groningen 22 juli 1999, rolnr. 40412, KG ZA 00-229, Arriva Nederland B.V. en FNV Bondgenoten tegen de gemeente Stadskanaal
Contractuele relaties met een gemeenschappelijke regeling die is opgericht met het doel uitvoering te geven aan de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) vallen binnen het toepassingbereik van de Richtlijnen.
RvS Afd. Bestuursrechtspraak 28 oktober 1996, Voerendaal/ van Gansewinkel (Vindplaats BR 1997, 269)
De onderlinge uitbesteding van afvalinzameling door een gemeente aan een andere gemeente in het kader van een gemeenschappelijke regeling valt buiten werkingssfeer van de richtlijnen. Volgens de Raad kan een dergelijke uitbesteding niet op één lijn worden gesteld met uitbesteding aan een particulier bedrijf. Het is volgens de Raad niet van belang dat de onderhavige gemeenschappelijke regeling slechts het karakter van een samenwerkingsovereenkomst heeft.
HvJ EG 20 september 1988, zaak 31/87, Beentjes/ Staat der Nederlanden
De Richtlijn Werken bevat geen regeling ten aanzien van aanvullende bijzondere voorwaarden (in dit geval de eis dat 70% van het totale arbeidspersoneel bij uitvoering van de opdracht ingeschreven werklozen uit Nederland betrof). Het Hof geeft aan dat dergelijke voorwaarden onverkort aan de Verdragsbeginselen dienen te worden getoetst en achtte in dit geval het beginsel van vrij verrichten van diensten en non discriminatie geschonden.
Indien een aanbestedende dienst aanvullende bijzondere voorwaarden stelt, moeten deze in de aankondiging worden opgenomen. (NB in de nieuwe aanbestedingsrichtlijn 2004/18 is sprake van in de aankondiging óf het bestek).
|
|
|
|
|