HomeDossiersAanbestedingenVoorpaginaVerdragsbeginselen

Aanbestedingen

Voorpagina Wet- en regelgeving Jurisprudentie Praktijk Info&Service
 

Verdragsbeginselen

08-11-2010
Aanbesteden algemeen Verdragsbeginselen
De belangrijkste Verdragsbeginselen die ten grondslag liggen aan de Europese aanbestedingsrichtlijnen, en waarmee decentrale overheden in hun inkoop- en aanbestedingspraktijk ook rekening dienen te houden zijn de volgende:
-          Het vrije verkeer van goederen
-          De vrijheid van vestiging
-          Het vrij verlenen van diensten
alsmede de daarvan afgeleide beginselen zoals
-          Het transparantiebeginsel
-          Het non-discriminatie en gelijkheidsbeginsel
-          Het beginsel van wederzijdse erkenning
-          Het evenredigheidsbeginsel.
Deze beginselen worden genoemd in rechtsoverweging 2 van de Richtlijn 2004/18/EG.

Specifiek in aanbestedingstermen leiden deze beginselen ertoe dat overheden bij aanbestedingen transparant, objectief en non-discriminatoir dienen te handelen en daarbij geen disproportionele eisen mogen stellen.

Deels vinden de beginselen hun uitwerking direct in de Europese Verdragen, deels is er ook sprake van ongeschreven rechtsbeginselen die bijvoorbeeld nader worden uitgewerkt in jurisprudentie. Met name over het transparantiebeginsel en de uitleg daarvan is de laatste jaren specifiek voor decentrale overheden zowel als gevolg van jurisprudentie als in de ontwikkeling en uitwerking van de Aanbestedingswet veel te doen.

De uitleg van het transparantiebeginsel
Mede als gevolg van de onduidelijkheid over de uitleg van het transparantiebeginsel bij Europese aanbestedingen (als gevolg van de jurisprudentie hierover) heeft de Europese Commissie in de zomer van 2006 een Interpretatieve Mededeling uitgebracht waarin zij een uitleg geeft over de wijze van interpretatie van dit beginsel.

Lidstaat Duitsland heeft tegen deze Mededeling in september 2006 een klacht ingediend bij het Gerecht van Eerste Aanleg bij het Europese Hof van Justitie. Duitsland stelt hierin dat de Commissie niet bevoegd is om dergelijke de facto wetgeving uit te vaardigen.

Het Europees Parlement is in februari 2007 Duitsland bijgevallen in de klacht. ‘Voor het aanbesteden onder de drempel gelden reeds de grondbeginselen van het EG-Verdrag, namelijk de beginselen inzake non-discriminatie, gelijke behandeling en transparantie’. Zo stelt Andreas Schwab, plaatsvervangend coördinator van de Interne Markt commissie van het Europees Parlement. Ook stelt hij dat het invoeren van een aanbestedingsregime onder de drempel door de Europese Commissie formeel niet mogelijk is door een Mededeling van de Commissie, omdat de interne markt volgens de opvatting van de wetgever door opdrachten onder het drempelbedrag helemaal niet geraakt wordt.
Volgens Schwab heeft de Commissie niet de bevoegdheid om dergelijke ‘quasi-wetgeving’ te maken. Daarmee zou ook het EG-Verdrag omzeild worden. De door de mededeling ontstane vragen kunnen alleen beantwoord worden door de beide EU-wetgevers, namelijk het Parlement en de Raad, aldus Klaus-Heiner Lehne, spreker van de EVP-ED fractie in het Parlement.

In de mededeling die de Commissie op 23 juni 2006 publiceerde stelt de Commissie weliswaar dat de tekst niet bindend is, maar worden toch concrete regels gegeven voor het aanbesteden onder de drempel. Hiermee gaat de Commissie verder dan de tot heden geldende rechtspraak van het Europese Hof van Justitie. In de rechtspraak wordt namelijk gesteld dat bij aanbestedingen onder de drempel de grondbeginselen van het EG-Verdrag in acht genomen moeten worden.

Specifiek voor decentrale overheden in lidstaat Nederland geldt dat vermoedelijk een aanbestedingsregime voor opdrachten onder de drempel nader zal worden uitgewerkt in (nadere regels onder) de Aanbestedingswet. Het ligt in de lijn dat de Nederlandse wetgever daarbij ook rekening zal houden met de meest gangbare interpretatie van de Interpretatieve mededeling. Over deze interpretatie zijn nu dus ook binnen het Europees Parlement vragen opgeworpen.

De brief aan het Hof van Justitie van de EG waarin het Europees Parlement officieel de klacht van Duitsland ondersteunt was ten tijde van het verschijnen van het persbericht nog niet uit, maar –aldus het persbericht- het is ‘hoogst waarschijnlijk’ dat de voorzitter van het Europees Parlement de aanbevelingen van de parlementaire commissie juridische zaken in dezen volgt.

De behandeling van de klacht bij het Gerecht van Eerste Aanleg, waarin een aantal lidstaten (Nederland, Frankijk, Polen, Griekenland en Oostenrijk) en het Europees Parlement zich gevoegd hebben, zal naar verwachting zeker tot eind 2009 gaan duren. 

Zie voor nadere informatie ook: Europa en decentrale overheden algemeen verdragsbeginselen, jurisprudentie aanbesteden, Wet- en regelgeving, interpretatieve documenten Commissie en Nederlandse Aanbestedingswet