HomeDossiersEuropees recht en beleid decentraalInleiding Europees rechtDoorwerking van EU-recht

Europees recht en beleid decentraal

Voorpagina Inleiding Europees recht Europabewust Organisaties Praktijk Info&Service
 

Doorwerking van EU-recht

01-10-2010
Europa als autonome rechtsorde
Bij de 'doorwerking' van het Europese recht in de nationale rechtsorde gaat het vaak om de rechtsgevolgen die Europees recht heeft in de verschillende nationale rechtspraktijken van de lidstaten. Het begrip doorwerking is een ruim begrip en kan bijvoorbeeld zien op vraagstukken als Europees recht-conform handelen (goede, correcte implementatie en naleving van Europees recht), de rechtstreekse of directe werking van Europees recht en aansprakelijkheid voor naleving van Europeesrechtelijke verplichtingen. Het gaat zowel om de horizontale (tussen particulieren onderling) als verticale werking (tussen particulieren en overheden) van het Europees recht en betreft zowel de werking van het Europees recht in de nationale rechtsordes van de lidstaten als de afstemming van de nationale rechtsorde op de relevante Europese bepalingen die van toepassing kunnen zijn.

Door het ruime bereik van het vraagstuk van de doorwerking leven er ook veel vragen over. Op deze webpagina van het dossier Europees recht en beleid, tab Inleiding europees recht, wordt vooral vanuit de theoretische invalshoek ingegaan op het vraagstuk van de rechtstreekse werking. Het onderdeel aansprakelijkheid wordt nader uitgewerkt onder de tab Europabewust, omdat in de uitvoeringspraktijk van decentrale overheden deze aansprakelijkheidsvraag steeds vaker wordt gesteld en (het besef van) overheidsaansprakelijkheid vaak een van de redenen blijkt om een Europa-bewust traject in te gaan. Europees recht conform handelen tenslotte is ook de rode draad in de uitwerking van de verschillende beleidsdossiers op deze website. Voor meer informatie over Europees-recht conform interpreteren en handelen kunt u dus de betreffende dossiers raadplegen.
01-10-2010
Rechtstreekse werking
Doorwerking van EU-richtlijnen en -verordeningen
Het Europees recht is niet alleen een zaak van de nationale wetgever. Het is aan de nationale wetgever om richtlijnen correct om te zetten in nationale wetgeving. Maar EG-Verdrag artikel 10 (oud; ten gronde vervangen door artikel 4 lid 3 VEU) over gemeenschapstrouw (nu 'unietrouw") bepaalde al dat decentrale overheden zelf verantwoordelijk zijn indien de nationale wetgever verzuimt of niet tijdig of onjuist rechtstreeks werkende bepalingen van een Europese richtlijn heeft omgezet. Om rechtstreeks werkend te zijn, moet een bepaling voldoende duidelijk en onvoorwaardelijk zijn. Op het moment dat de nationale wetgever verzuimt, zijn de decentrale overheden zelf verantwoordelijk voor het correct toepassen van de rechtstreeks werkende bepalingen van de richtlijn. Burgers kunnen de (decentrale) overheden hier voor de rechter op aanspreken.

In alle gevallen is het zo dat decentrale overheden (zonder tussenkomst van de nationale wetgever) de bepalingen uit verordeningen moeten toepassen. Verordeningen zijn rechtstreeks werkend en moeten direct worden toegepast, zonder omzetting in nationale wetgeving.

De rechtstreekse werking van Europees recht is al sedert de jaren 60 van vorige eeuw een terugkerend item in bijvoorbeeld rechtspraak van het Europese Hof van Justitie en wordt aan de hand van die uitspraken steeds verder ingekleed. Hieronder volgen er een aantal. Het vraagstuk van de rechtsstreekse werking en een overzicht van diverse jurisprudentie komt onder meer ook aan de orde op pag.245 ev. van de publicatie "Europees recht algemeen deel' Sinds het Verdrag van Lissabon, 3e geheel herziene druk, W.T. Eijsbouts, J.H. Jans, A. Prechal en L.A.J. Senden, Europa law publishing, Groningen 2010

Uit het arrest Van Gend en Loos (26/62) bleek dat de communautaire rechtsorde een rechtstreekse bron van rechten en plichten vormt voor zowel lidstaten als burgers. In deze zaak ging het om de vraag of een bepaald Verdragsartikel zg. rechtstreekse werking, dus werking ook zonder tussenkomst van de lidstaat, had. Het Hof van Justitie bevestigde dit inderdaad, aangezien de tekst van het betreffende artikel ‘duidelijk’ en ‘onvoorwaardelijk’ was. In zulke gevallen kan een burger, wanneer het Hof heeft bepaald dat een Verdragsbepaling rechtstreekse werking heeft, een beroep doen op deze bepaling voor de nationale rechter.

In het arrest Costa-Enel (6/64) gaf het Hof aan dat het Gemeenschapsrecht autonoom van karakter is. Dit betekent dat EU-instellingen, EU-lidstaten en burgers zonder tussenkomst van nationaal of internationaal recht onderworpen zijn aan het Gemeenschapsrecht. Indien Verdragsbepalingen en nationale wetgeving in conflict zijn, dan heeft het Gemeenschapsrecht voorrang boven het nationale recht.

Een groot aantal Verdragsbepalingen hebben in de loop der jaren ook expliciet rechtstreekse werking toegeschreven gekregen, zoals bijvoorbeeld de artikelen over het vrije verkeer, vervoer en staatssteun.

Een verdere verduidelijking van het vraagstuk rechtstreekse werking werd gegeven door de uitspraak van het Hof in de zaak Les Verts (216/83), waaruit blijkt dat de Gemeenschap een eigen rechtsorde is.

In 1995 speelde in Nederland de zaak Lubsen (Rb Utrecht, 25 oktober 1995, JB 1995, 305). Lidstaat Nederland had Richtlijn 79/7, over gelijke behandeling van mannen en vrouwen met betrekking tot sociale zekerheidszaken, niet correct geďmplementeerd. De gemeente Utrecht werd in deze zaak door de rechtbank mede aansprakelijk gesteld voor schade die uit deze incorrecte implementatie voortkwam. De gemeente had bestaande wetgeving gevolgd. Echter, deze was niet conform de Richtlijn. De rechtbank achtte zowel de staat als de gemeente aansprakelijk voor de schade die de eiser had geleden. De staat werd verantwoordelijk geacht voor niet-correcte implementatie en de gemeente voor uitvoering van nationale wetgeving die niet conform de Richtlijn was. Er werd hiermee gewezen op de eigen verantwoordelijkheid van decentrale overheden. (zie Hessel en Mortelmans, 1997, p.124).

In 2006 gaf het Hof in het Adeneler arrest (zaak C-212/04) aan dat de nationale rechter het EG-recht niet zo mag uitleggen dat het strijdig kan zijn met een richtlijn die al wel in werking is getreden, maar waarvan de omzettingstermijn nog niet is verlopen. Wanneer het gaat om een richtlijn die te laat is omgezet en die geen directe werking heeft, moet het EG-recht in het licht van de tekst en het doel van die richtlijn worden uitgelegd.

In de zaak Wells (zaak C-201/02) ging het om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van Richtlijn 85/337/EEG betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten. Het geding tussen Delena Wells en de Secretary of State betrof de verlening van een nieuwe vergunning voor mijnexploitatie van een steengroeve zonder voorafgaande milieueffectbeoordeling, zoals is voorgeschreven door Richtlijn 85/337. Het Hof moest oordelen over de mogelijkheid voor particulieren om zich te verzetten tegen het verzuim van de staat om een milieueffectbeoordeling op te leggen en de eventuele vergoeding van geleden schade door een particulier. Met de zaak Wells wordt aan decentrale overheden meer houvast geboden in situaties waarin EG-richtlijnen niet (correct) zijn omgezet in nationale wetgeving en de eventuele daaruit voortkomende schadeclaims door derden. In dit artikel van mr. S. Belhaj en prof.dr. B. Hessel wordt nader gekeken naar de rol van decentrale overheden bij met EG-richtlijnen strijdige nationale wetgeving, waarin ook de uitkomsten van het arrest Wells verder worden uitgelegd.

Zie voor meer informatie over rechtstreekse werking van (met name milieu) richtlijnen ook hoofdstuk 5 Milieu uit de Handreiking Europaproof Gemeenten (versie juni 2008) alsmede de jurisprudentie hierover op de website. De ICER heeft in het rapport over ‘Toepassing EG-richtlijnen door decentrale overheden’ een vergelijkbaar stroomschema als in de Handreiking Europaproof Gemeenten opgenomen over de doorwerking van richtlijnen.

Zie voor meer informatie over de rechtstreekse werking van EG-recht tenslotte ook het factsheet van Europa decentraal.
17-12-2009
Factsheet rechtstreekse werking van EG-recht
Rechtstreekse werking van EG-recht (december 2009)
Bij decentrale overheden neemt bewustwording van het belang van Europees recht toe. Een belangrijk onderdeel van die bewustwording is de onderkenning dat implementatie van het gemeenschapsrecht niet uitsluitend de verantwoordelijkheid van de nationale wetgever is. Dit geldt met name in het geval van richtlijnen. Als deze niet tijdig, geheel of correct zijn omgezet in nationale wetgeving, zijn gemeenten, provincies en waterschappen zelf verantwoordelijk voor de juiste uitvoering ervan. Een van de leerstukken waarmee decentrale overheden hierbij geconfronteerd worden is dat van de rechtstreekse (of directe) werking. Omdat hier behalve verplichtingen ook risico´s aan vastzitten, is het van belang dat decentrale ambtenaren en bestuurders er (tijdig) kennis van nemen. Dit factsheet is bedoeld voor een eerste verkenning van de materie, die juridisch complex is en veel ´grijze´ gebieden kent.