Potentiële vervalsing mededinging
Hoe bepaalt de Commissie of een steunmaatregel de mededinging vervalst of dreigt te vervalsen? Volgens het Hof in
730/79 Philip Morris kan de steun aan een onderneming de mededinging vervalsen als de positie van het ontvangende bedrijf versterkt wordt ten opzichte van andere ondernemingen die concurreren in het intracommunautaire handelsverkeer. Concludeert de Commissie dat de concurrentievervalsing zich tot één lidstaat beperkt, dan is er geen sprake van staatssteun (
C-303/88 Eni Lanerossi).
Het uitvoeren van activiteiten die wegens hun aard en doel en de regels waaraan zij zijn onderworpen buiten het economisch verkeer vallen of neerkomen op het uitoefenen van een overheidsprerogatief, wordt niet als een economische activiteit aangemerkt (
C-309/99, Wouters). Voor dergelijke activiteiten bestaat geen markt. Daarom kan er ook geen sprake zijn van concurrentievervalsing.
Grensoverschrijdend effect
Volgens de rechtspraak van het Hof bestaat er geen drempel of percentage waaronder het handelsverkeer tussen lidstaten kan worden geacht niet ongunstig te worden beïnvloed. De omstandigheid dat het steunbedrag betrekkelijk gering is of de begunstigde onderneming vrij klein, sluit immers niet a priori de mogelijkheid uit dat bedoeld handelsverkeer ongunstig wordt beïnvloed (
Altmark C-280/00, punt 81). Aan de voorwaarde van art. 107 lid 1 VWEU 'ongunstige beïnvloeding handelsverkeer tussen de lidstaten' kan worden voldaan ongeacht de plaatselijke of regionale aard van de geleverde diensten of de omvang van het betrokken werkterrein (punt 82).
Grensoverschrijdende activiteit van een bedrijf zelf is niet noodzakelijk om van beïnvloeding van de tussenstaatse handel te spreken. Ook al neemt een onderneming geen deel aan uitvoer, de steun kan helpen om binnenlandse productie in stand te houden, waardoor de ondernemingen uit andere lidstaten niet van de normale marktwerking zouden kunnen profiteren door hun uitvoer naar de lidstaat te verhogen (
C-75/97 Maribel). De Commissie beoordeelt de economische aspecten zoals de precieze structuur van de relevante markt, het al dan niet bestaan van merkbare mededinging en het aantal ondernemingen dat op deze markt actief is.
In 2005 heeft het Hof in een Oostenrijkse zaak bevestigd dat niet kan worden uitgesloten dat in Oostenrijk gevestigde gespecialiseerde tandartsen concurreren met tandartsen die hun vak in andere lidstaten van de Europese Unie uitoefenen en derhalve voldaan is aan de criteria van een grensoverschrijdend effect en een vervalsing van de interstatelijke mededinging (
C-172/03, Oostenrijkse tandartsen, punt 35).
Samenvattend, de afweging van het criterium 'grensoverschrijdend effect en een vervalsing van de mededinging' (artikel 107 lid 1 VWEU) blijft complex en kan risico's voor een decentrale overheid met zich meebrengen. Uiteindelijk is de Commissie bevoegd om een uitsluitsel hierover te geven.
Lokale activiteiten
De Europese Commissie heeft in een aantal beschikkingen bevestigd dat het mogelijk is om lokale activiteiten te steunen, zonder dat er sprake is van staatssteun in de zin van artikel 107 lid 1 VWEU. Zie daarvoor beschikking nr.
N 258/00 (zwembad Dorsten), beschikking inzake
Nederlandse jachthavens (Enkhuizen, Nijkerk en Wieringermeer),
N 560/01 en NN 17/02 van 2000 (Brighton West Pier),
N 543/2001 (Ierse ziekenhuizen).
Zie ook N 377/2007 – Nederland -
Steun voor Bataviawerf. Reconstructie van een schip uit de 17e eeuw
Wat deze verschillende lokale activiteiten betreft, is het helaas niet mogelijk om een algemene richtlijn te ontdekken. In ieder geval gaat het niet om bepaalde activiteiten in het algemeen, maar om de grootte en de karakteristieken van de concrete markt, de invloed van de concrete speler op deze markt, enz. Aan elke beschikking ligt een marktanalyse ten grondslag. Elk geval wordt steeds op grond van de specifieke omstandigheden beoordeeld.
Hoogte steunbedrag
Ook de hoogte van het bedrag van de steun is niet beslissend voor het bepalen of een steunmaatregel toegestaan kan worden. Belangrijker is zijn invloed op het intracommunautaire handelsverkeer. (
C-225/91 Matra,
T-214/95 Vlaams Gewest/ Commissie).
Doel steunmaatregel
Voor de aanwezigheid van staatssteun is het doel van een maatregel niet van belang, echter wel zijn uitwerking op het intracommunautaire handelsverkeer. Een regeling met een sociaal karakter zoals in de zaken
173/73 Italiaanse Textielindustrie en
C-241/94 Kimberley, kan staatssteun zijn. Een duidelijke sociaal of cultureel karakter van een maatregel kan echter wel van belang zijn voor de beoordeling van de Commissie (
T-14/96 BAI) en kan de kans op goedkeuring van de steun vergroten.