Wat is een DAEB?
Een algemene definitie van diensten van algemeen economisch belang (DAEB) wordt in de jurisprudentie niet gegeven. Uit de rechtspraak (
T-106/95 FFSA, punt 192) volgt dat de Commissie ‘bij gebreke van een gemeenschapsregeling ter zake niet bevoegd is zich uit te spreken over de organisatie en de omvang van de aan een overheidsonderneming opgedragen openbare dienstverleningstaken noch over de opportuniteit van de desbetreffende politieke keuzes van de bevoegde nationale autoriteiten, dit voor zover de toekenning van de betrokken steun niet ten goede komt aan de activiteiten in de concurrentiële sectoren en de steun niet hoger is dan noodzakelijk om de betrokken onderneming in staat te stellen de haar toevertrouwde bijzondere taak te vervullen’. Wanneer echter de voorwaarden voor het opleggen van openbaredienstverplichtingen in een communautair document zijn vastgelegd, mogen de lidstaten (en decentrale overheden) daarvan niet afwijken. Denk hierbij aan bijvoorbeeld Europese verordeningen op het gebied van openbaar vervoer. De Europese Commissie dient erover te waken dat deze bepalingen zonder kennelijke fouten worden toegepast.
Wie mag een DAEB verrichten?
Artikel 106 lid 2 VWEU staat toe dat de ondernemingen die belast zijn met het beheer van de diensten van algemeen economisch belang van de mededingingsregels mogen afwijken als deze de vervulling van aan hen toevertrouwde taken verhindert. De jurisprudentie zet uiteen wanneer zulke uitzonderingen mogelijk zijn. Volgens de zaak
127/73 BRT I SABAM gelden de uitzonderingen zowel voor openbare bedrijven (zoals nutsbedrijven) als particuliere ondernemingen die diensten van algemeen economisch belang in opdracht van de overheid verrichten.
Het opleggen van een 'bijzondere taak'
In het arrest
127/73 BRT I SABAM (punt 23) heeft het Hof benadrukt dat het begrip 'dienst van algemeen economisch belang' in de zin van artikel 106 van het Verdrag betreffende de werking van de EU met name impliceert dat de staat de onderneming een 'bijzondere taak' oplegt. Volgens het Hof 'kan zulks niet het geval zijn bij een onderneming waaraan de Staat geen enkele taak heeft opgedragen en die particuliere belangen beheert [..]'.
Het feit dat een onderneming een exclusief of bijzonder recht heeft om een dienst te verrichten, duidt als zodanig niet op de verplichting om een DAEB te verrichten. Dit is pas het geval indien de DAEB is opgelegd. Wel vormt een een exclusief of bijzonder recht vaak een tegenprestatie voor een DAEB (
C-179/90 Porto di Genova over het exclusieve recht tot het laden en lossen van goederen in een haven). Uit dit arrest blijkt dat havenwerkzaamheden in beginsel geen algemeen economisch belang dienen dat hen van andere economische activiteiten onderscheidt.
Welke kenmerken heeft een DAEB?
Het Hof heeft geoordeeld dat 'de werkzaamheden inzake vast- en ontmeren [in een haven] een algemeen economisch belang dienen dat zich door zijn specifieke kenmerken onderscheidt van dat van andere economische activiteiten en waardoor die werkzaamheden binnen de werkingssfeer van artikel 106, lid 2, van het VWEU kunnen vallen. Het walpersoneel dient immers
te allen tijde en
ten behoeve van elke gebruiker een universele dienst inzake vast- en ontmeren te verzekeren en wel omwille van de veiligheid in de havens' (
C-266/96 Corsica Ferries).
Het Hof heeft dezelfde kwalificatie ook toegepast op postdiensten in de zaak
C-320/91 Corbeau. De overweging is dat 'niet kan worden betwist, dat de [onderneming] belast is met een dienst van algemeen economisch belang, bestaande in de verplichting te zorgen voor het inzamelen, vervoeren en bestellen van poststukken,
ten behoeve van alle gebruikers, over het gehele grondgebied van de betrokken lidstaat, tegen eenvormige tarieven en onder vergelijkbare voorwaarden van kwaliteit, zonder te letten op bijzondere situaties en op de economische rentabiliteit van elke individuele verrichting. Verder heeft het Hof geoordeeld dat specifieke diensten die beantwoorden aan bijzondere behoeften van de marktdeelnemers en meer activiteiten vergen die de traditionele post niet aanbiedt, geen diensten van algemeen belang zijn.
Er is geen sprake van een DAEB wanneer de betrokken activiteit geheel geen specifieke kenmerken heeft waarmee deze van andere economische activiteiten onderscheiden kan worden, of wanneer deze activiteit reeds op bevredigende wijze verricht wordt door ondernemingen die volgens de regels van de markt werken. Zo blijkt uit het arrest
C-179/90 Porto di Genova over het exclusieve recht tot het laden en lossen van goederen in een haven dat havenwerkzaamheden in beginsel geen DAEB zijn. Een DAEB moet immers algemeen economisch belang dienen dat deze dienst van andere economische activiteiten onderscheidt.
Voorbeelden van DAEB
Activiteiten die het Hof erkend heeft als DAEB zijn onder meer het bevaarbaar houden van een belangrijke waterweg (
10/71 Muller/Luxemburg), het verzorgen van televisie-uitzendingen (
155/73 Sacchi), watervoorziening (
96/82 IAZ), het verrichten van diensten op het gebied van telecommunicatie (
41/83 Italië/ Commissie), post- en telecommunicatiediensten (
C-320/91 Corbeau), beheer van afvalstoffen (
C-209/98 FFAD), arbeidsbemiddeling (
C-41/90 Höfner), ambulancevervoer (
C-475/99 Ambulanz-Glöckner) en exploitatie van niet-rendabele vervoerstrajecten (
66/86 Ahmed Saeed Flugreisen en
C-280/00 Altmark). De Europese Commissie heeft het aanleggen en exploiteren van breedbandnetwerken bij publieke instellingen en in afgelegen en achtergestelde gebieden (beschikking
N 381/2004 Pyrénées-Atlantiques) er aan toegevoegd. Verder blijkt uit de regelgeving dat ook het voorzien in sociale woningbouw als een DAEB kan worden aangemerkt.