Standstill bepaling
Volgens artikel 108 lid 3 VWEU mag de steun niet worden verleend zolang de Commissie de formele onderzoeksprocedure niet heeft afgerond. Deze zogenaamde 'standstill' bepaling heeft rechtstreekse werking: zij kan voor de nationale rechter worden ingeroepen (
C-354/90 FIOM/ Frankrijk).
Voorbeelden van Nederlandse zaken waar een concurrent van een begunstigde onderneming de 'standstill' bepaling inroept:
-
SNN en gemeente Groningen tegen Stichting Prins Bernardhoeve (een overheidssubsidie voor de verbouwing van het evenementencomplex Martinihal). De uitspraak van de rechtbank te Groningen wordt op 17 december 2003 in hoger beroep bevestigd door de Raad van State. Volgens de Afdeling Bestuursrechtspraak van de RvS diende de steunverlenende overheid zich er bij de Europese Commissie afdoende van te vergewissen dat de aanmeldingsverplichting van artikel 108, derde lid VWEU, niet van toepassing is op de subsidieverlening in kwestie, of dat de subsidieverlening onder de vrijstellingsregeling van Verordening (EG) Nr. 70/2001 valt, of diende de subsidieverlening overeenkomstig artikel 108, lid 3 VWEU, aangemeld te worden.
-
Essent tegen gemeente Appingedam (aanleg gemeentelijke glasvezelnetwerk)
Appingedam heeft bij raadsbesluit van 27 mei 2004 besloten tot aanleg en exploitatie van een breedbandglasvezelnetwerk (Damsternetproject) in haar gemeente. Essent heeft de gemeente Appingedam gedagvaard in kort geding omdat zij van mening is dat dit project verboden staatssteun behelst in de zin van artikel 107 lid 1 VWEU en omdat het project ten onrechte niet overeenkomstig artikel 108 lid 3 VWEU is aangemeld bij de Europese Commissie. In afwachting van de beslissing van de Europese Commissie dient de gemeente Appingedam van de voorzieningenrechter de werkzaamheden met betrekking tot de aanleg van het Damsternetproject te staken en gestaakt te houden.
Standstill bepaling niet van toepassing
-
Uitspraak UPC tegen gemeente Amsterdam, Rechtbank Amsterdam (22 juni 2006) - aanleg glasvezelnetwerk
Bij brief van 10 mei 2005 heeft de gemeente Amsterdam de Europese Commissie een verzoek gezonden om te bevestigen dat de investering in het Citynet-project geen staatssteun inhoudt. Volgens UPC betreft de gemeentelijke deelneming staatssteun. Zolang de Europese Commissie geen goedkeuring heeft verstrekt, is de zogenaamde standstill bepaling van toepassing en mag Glasvezelnet Amsterdam (GNA) volgens UPC niet met de aanleg van het glazvezelaansluitnet beginnen. UPC spant een kort geding aan tegen de gemeente en eist de opschorting van de aanleg van gedeelte van een glasvezelnet. De rechter stelt echter dat de standstill bepaling niet van toepassing is, nu het project conform het
Market Economy Investor Principle is ingericht.
-
Uitspraak hoger beroep kort geding UPC tegen gemeente Amsterdam, Gerechtshof Amsterdam (18 januari 2007)
Het Gerechtshof in Amsterdam bevestigt de uitspraak van de rechtbank van 22 juni 2006. Het arrest gaat uitgebreid in op het nadere onderzoek dat de Europese Commissie voert naar de deelneming van de gemeente in de aanleg van het glasvezelnet in Amsterdam. Volgens UPC nam Amsterdam het voortouw, was er geen weg meer terug en stond de gemeente aan de basis van Citynet. Het gerechtshof zegt hierover: 'Hier lijkt de gemeente wat verder te zijn gegaan, maar uit de voorliggende feiten kan het hof niet tot de conclusie komen dat de gemeente reeds een zodanige beslissing had genomen dat zij daarop niet meer kon terugkomen (...).' Het Hof gaat er van uit dat indien de gemeente bij de Commissie alsnog kan aantonen dat de voorinvesteringskosten door alle investeerders tezamen worden gedragen, er op gelijke voorwaarden (
Market Economy Investor Principle) is geïnvesteerd. Het Hof concludeert dat er voor de gemeente geen standstill verplichting geldt, zoals UPC aanvoert, want de Amsterdamse investering is niet als staatssteun bij de Commissie aangemeld. Kortom: zolang er geen afkeuring is uit Brussel, mag de gemeente doorgaan.
Meer informatie over Citynet en staatssteun vindt u in het
dossier staatssteun/ breedband.