|
Vrijstellingsverordeningen
De Europese Commissie heeft bepaalde soorten steunmaatregelen vrijgesteld van voorafgaande melding. Dat doet zij op grond van haar bevoegdheid die voortvloeit uit de Verordening nr. 994/98 van de Raad betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 VWEU (oud artt. 87 en 88 van het EG-Verdrag) op bepaalde soorten horizontale steunmaatregelen. Deze zogenaamde groepsvrijstellingen zijn uitgewerkt in de verordeningen voor de-minimissteun en een nieuwe algemene groepsvrijstellingsverordening nr. 800/2008. Deze groepsvrijstellingsverordening is op 7 juli 2008 door de Commissie vastgesteld en op 29 augustus 2008 in werking getreden. In de nieuwe groepsvrijstellingsverordening zijn de eerder geldende vrijstellingen, met uitzondering van de de-minimisvrijstelling, namelijk steun aan het MKB, steun ten behoeve van O&O aan het MKB, opleidingssteun, werkgelegenheidssteun en de regionale investeringssteun gebundeld en gestroomlijnd. Voor meer informatie zie de alinea hieronder.
Voor de uitvoering van de vrijgestelde steunmaatregelen hoeft de Commissie geen goedkeuring te verlenen. Bij de toepassing van de vrijstellingsverordeningen dienen decentrale overheden rekening te houden met de maximale steunintensiteit (een percentage van in aanmerking komende kosten van een project). Met uitzondering van de-minimissteun geldt er een publicatieverplichting (de zogenaamde kennisgeving): de steunverlenende decentrale overheid dient het rijk (Coördinatiepunt staatssteun decentrale overheden) te informeren over de voorgenomen of verleende steun zodat deze binnen 20 dagen aan de Commissie kenbaar kan worden gemaakt (voor publicatie in het Publicatieblad van de EU). Volgens de normale procedure vult de decentrale overheid een digitale kennisgevingsformulier in en zendt deze per e-mail aan het Coördinatiepunt. Zie onder Procedures.
Praktijk
Een lijst van vrijgestelde steunmaatregelen van Nederlandse (decentrale) overheden is te vinden op deze webpagina (onderaan) van het DG Mededinging van de Europese Commissie. Steunmaatregelen met codes XA (landbouw), XE (werkgelegenheid), XF (visserij), XS (MKB) en XT (opleiding) zijn te vinden onder aan dit overzicht van Nederlandse steunmaatregelen.
De Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV)
Op 29 augustus 2008 is een ' algemene groepsvrijstellingsverordening' in werking getreden. Daardoor kunnen (decentrale) overheden bepaalde steun verlenen zonder dat zij dit vooraf bij de Commissie hoeven te melden. Lees meer over deze omvangrijke vrijstellingsverordening op deze pagina.
De definitie van een kleine en middelgrote onderneming (KMO)
De uniforme Europese definitie voor kleine en middelgrote ondernemingen moet worden gevolgd als decentrale overheden staatssteun toekennen aan KMO's. Volgens de definitie van de Commissie die zij in de Aanbeveling betreffende kleine, middelgrote en micro-ondernemingen doet, heeft een middelgrote onderneming minder dan 250 werknemers, en een kleine minder dan 50. Een onderneming dient zelfstandig te zijn en een beperkte jaaromzet te hebben. Voor partnerondernemingen en verbonden ondernemingen (bijvoorbeeld binnen een concern) gelden specifieke regels voor afbakening. Zie voor gedetailleerde criteria de bovengenoemde aanbeveling. De criteria worden toegepast op een onderneming in haar geheel, inclusief dochterondernemingen (ook buiten Nederland).
Handboek staatssteun aan kleine en middelgrote ondernemingen
In 2009 is het ‘Handboek voor staatssteunregels voor Kleine- en Middelgrote Ondernemingen (KMO)’ van de Commissie verschenen. Het Handboek geeft een bondige en vereenvoudigde samenvatting van de mogelijkheden voor staatssteun aan KMO’s op grond van de Europese staatssteunregelgeving. Hierbij gaat het Handboek zowel in op het algemene staatssteunkader als op bijvoorbeeld mogelijke maatregelen gedurende de huidige financiële crisis. Voor decentrale overheden, die zich steeds vaker een stimulerende rol voor het Midden- en Kleinbedrijf wensen aan te meten, kan het Handboek een behulpzaam instrument ter toetsing van mogelijke staatssteun zijn.
Meer informatie
‘ Handbook on community state aid rules for SME’s’
Handreiking van de Commissie ‘ The new SME definition’ (in het Engels).
Vrijstellingsverordening landbouw
Sinds 1 januari 2007 geldt voor de landbouwsector de Vrijstellingsverordening nr. 1857/2006. Volgens deze verordening zijn bepaalde soorten steun aan kleine en middelgrote ondernemingen vrijgesteld van aanmeldingsplicht bij de Commissie. Met deze verordening wordt een nieuwe methodiek geïntroduceerd. Deze vrijstelling is van toepassing op steun voor het landbouw-MKB dat in de primaire productie van landbouwproducten actief is (behalve artikel 9 van de verordening). Steun ten behoeve van afzet en verwerking van landbouwproducten door het MKB valt onder de Vrijstellingsverordening nr. 70/2001.
Ook steun die vóór de inwerkingtreding van deze verordening (zonder goedkeuring van de Commissie) is verleend, maar die wel aan de voorwaarden van de verordening voldoet, zal als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt worden beschouwd. De steun die onder de ‘oude’ Vrijstellingsverordening nr. 1/2004 is verleend en aan alle voorwaarden van de ‘nieuwe’ vrijstellingsverordening voldoet, blijft vrijgesteld.
De vrijgestelde categorieën van steun zijn onder meer:
- Investeringssteun in landbouwbedrijven tot 40%;
- Instandhouding van traditionele landschappen en gebouwen tot 100%;
- Verplaatsing van landbouwbedrijven in algemeen belang tot 100%;
- Steun aan jonge landbouwers en steun voor vervroegde uittreding;
- Steun voor producentengroeperingen;
- Steun met betrekking tot dier- en plantenziekten en door ongunstige weersomstandigheden veroorzaakte verliezen;
- Steun ter bevordering van de productie van kwaliteitslandbouwproducten;
- Technische ondersteuning.
De meeste landbouwbedrijven vallen onder de definitie van een midden- en kleinbedrijf (tot 250 werknemers, 50 miljoen euro jaaromzet of minder dan 43 miljoen euro jaarlijkse balanstotaal). De afschaffing van de voorafgaande aanmeldingsplicht houdt een verlichting van administratieve lasten in. Tegelijkertijd voorziet de verordening in strenge eisen voor rapportage. Uiterlijk tien dagen voor de inwerkingtreding van een steunmaatregel dient een decentrale overheid de informatie over deze steun ter bekendmaking in het Publicatieblad van de EU aan de Commissie te sturen. Daarnaast stelt de lidstaat eens per jaar een verslag op. Een dossier over de verstrekte steun dient gedurende tien jaar te worden bewaard. Voor informatie- en rapportageverplichtingen zie Procedures.
Vrijstellingverordening O&O&I
Steun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (O&O&I) maakt onderdeel uit van de algemene groepsvrijstellingsverordening, die sinds april 2008 in werking is getreden. De typen steunmaatregelen uit deel 7 van deze verordening nr. 800/2008 zijn vrijgesteld van voorafgaande aanmeldingsplicht bij de Commissie. Dit betreft steun voor onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten, steun voor technische haalbaarheidsstudies, steun voor kmo’s ten behoeve van de kosten voor industriële-eigendomsrechten, steun voor onderzoek en ontwikkeling in de landbouw- en visserijsector, steun voor jonge innoverende ondernemingen, steun voor innovatieadviesdiensten en voor diensten inzake innovatieondersteuning en ten slotte steun voor het uitlenen van hooggekwalificeerd personeel. Deze algemene groepsvrijstellingsverordening vervangt de vrijstellingsverordening nr. 364/2004 (geconsolideerde versie van Verordening nr. 70/2001).
Vrijstellingsverordening werkgelegenheidssteun
Werkgelegenheidssteun maakt onderdeel uit van de algemene groepsvrijstellingsverordening (lees hierover meer op deze pagina). Onder deze verordening zijn verschillende steunregelingen die werkgelegenheid stimuleren vrijgesteld van de meldingsplicht. Het betreft regionale steun (deel 1), kmo-steun ten behoeve van investeringen en werkgelegenheid (deel 2), steun voor vrouwelijk ondernemerschap (deel 3) en steun voor kwetsbare en gehandicapte werknemers (deel 9). De steunintensiteit is afhankelijk van de grootte van de betrokken ondernemingen en in regionale steungebieden is hogere steunintensiteit toegestaan. Verder wordt met deze verordening indienstneming van specifieke categorieën 'benadeelde' werknemers, zoals werkloze jongeren, langdurig werklozen of mensen met een permanente handicap, gestimuleerd. De verordening geldt niet voor maatregelen voor het behoud van werkgelegenheid, deze blijven meldingsplichtig.
Vrijstellingsverordening opleidingssteun
Sommige steunmaatregelen gericht op het bevorderen van het opleidingsniveau van Europese werknemerd zijn vrijgesteld van melding bij de Europese Commissie. Opleidingssteun maakt onderdeel uit van de algemene groepsvrijstellingsverordening nr. 800/2008, zie deel 8. Deze Verordening vervangt de oudere Verordening nr. 68/2001.
De opleidingssteun wordt vrijgesteld van de aanmeldingsplicht als de steunintensiteit niet hoger ligt dan een bepaald percentage van het totale bedrag van het project. De steunintensiteit mag worden verhoogd voor het MKB, in streken die in aanmerking komen voor de regionale steun of gebieden waar de werkgelegenheid beperkt is. De in aanmerkingkomende kosten zijn onder andere materiaalkosten, personeelskosten van de opleiders, verplaatsingskosten van de opleiders en van de leerlingen en uitgaven voor begeleiding en advisering.
Oude vrijstellingsverordeningen
Vrijstellingsverordening MKB, vervangen door AGVV
Vrijstellingsverordening nr. 70/2001 (geconsolideerde versie) van de Commissie betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 VWEU op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen, was van toepassing op steun in de vorm van investeringen in activa zoals gebouwen en apparatuur en immateriële goederen, bijvoorbeeld technologie en kennis, die decentrale overheden willen verlenen aan het MKB. De vrijstelling gold niet voor de sectoren landbouw (met uitzondering van verwerking en afzet van landbouwproducten) en visserij, exportsteun en steun waardoor binnenlandse producten ten opzichte van ingevoerde producten worden bevoordeeld. In de vervoerssector was steun voor investeringen in vervoermiddelen en vervoeruitrusting uitgesloten. De steunintensiteit was afhankelijk van gebieden waarin een bedrijf gevestigd is: in gebieden die niet in aanmerking komen voor regionale steun was de toegestane steunintensiteit lager (15% voor kleine en 7,5% voor middelgrote ondernemingen) dan in de regio’s die wel op de regionale steunkaart staan. De steun voor de kosten van extern advies en sommige marketingactiviteiten mocht oplopen tot 50% van de projectkosten.
Individuele steun voor grote investeringen was van de vrijstelling uitgesloten en moet worden aangemeld. De verordening vermeldde twee drempelbedragen bij overschrijding waarvan er sprake was van een grote investering: de totale in aanmerking komende kosten bedragen ten minste 25 miljoen euro of het totale bruto steunbedrag bedraagt ten minste 15 miljoen euro.
Steun voor het MKB, zoals vastgesteld in deze verordening, mocht niet worden gecumuleerd met enige andere soorten van steun. Alle nationale of Europese steun is in de verordening genoemde steunpercentages inbegrepen.
Vrijstellingsverordening Regionale investeringssteun nr. 1628/2006, vervangen door AGVV
De Europese Commissie heeft op 24 oktober 2006 een vrijstellingsverordening aangenomen voor regionale investeringssteun. Lidstaten (en ook decentrale overheden) waren vanaf 1 januari 2007 niet langer verplicht om steunregelingen die aan de voorwaarden van de vrijstellingsverordening voldoen, vooraf ter goedkeuring voor te leggen aan de Europese Commissie.
De vrijstellingsverordening gold alleen voor regionale-investeringssteunregelingen die 'doorzichtig' zijn. Dit zijn volgens de Commissie steunregelingen waarbij de omvang van steun vooraf precies kan worden berekend zonder dat een risicoanalyse behoeft te worden uitgevoerd (zoals subsidies, rentesubsidies en fiscale maatregelen waarvoor een plafond geldt). Ook kon de vrijstelling worden toegepast op ad-hocsteun indien deze ad-hocsteun gebruikt wordt ter aanvulling van steun op grond van een doorzichtige regionale-investeringssteunregeling. Daarbij mocht de ad-hoccomponent 50 % van de totale ten behoeve van de investering toe te kennen steun niet overschrijden. Regionale steunregelingen waarbij een staatsgarantie was betrokken of overheidsleningen die een element van staatsgarantie bevatten, werden in beginsel niet als doorzichtig beschouwd. Ook overheidsdeelnemingen en steun in de vorm van risicokapitaalmaatregelen werden als ondoorzichtige vormen van steun beschouwd. Dergelijke regelingen dienden nog steeds vooraf te worden aangemeld bij de Commissie. Ook steun voor grote investeringsprojecten en exploitatiesteun bleven meldingsplichtig.
|
|
|
|
|