HomeDossiersStaatssteunWet- en regelgevingRegionale steunkaart

Staatssteun

Voorpagina Kernvragen Wet- en regelgeving Uitspraken Procedures Info&Service
 

Regionale steunkaart

01-02-2010
Staatssteun regionale steun algemeen
Op grond van artikel 107, lid 3, onder a en c, van het Verdrag betreffende de werking van de EU kan de Commissie steun ter bevordering van de economische ontwikkeling van bepaalde achterstandsregio's in de Europese Unie verenigbaar verklaren met de gemeenschappelijke markt. Dit soort staatssteun wordt regionale steun genoemd. De steun wordt toegekend in de vorm van investeringssteun voor grote ondernemingen of soms in de vorm van exploitatiesteun; beide vormen van steun zijn op specifieke geografische gebieden toegesneden, met de bedoeling regionale verschillen weg te werken. Ook een percentage investeringssteun voor in achterstandsregio's gevestigde kleine en middelgrote ondernemingen dat hoger ligt dan hetgeen in andere gebieden is toegestaan, wordt als regionale steun beschouwd. De gebieden die in aanmerking komen voor regionale steun, worden op de zogenaamde regionale steunkaart geplaatst.

De regels voor steun aan minder ontwikkelde regio’s zijn opgenomen in de nieuwe Richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen 2007-2013 (2006/C 54/08) en de Vrijstellingsverordening voor regionale investeringssteun nr. 1628/2006. De Commissie past deze nieuwe regels op alle na 31 december 2006 toegekende regionale steun toe.
01-02-2010
Staatssteun regionale steunkaart
Regionale steunkaart Nederland
In de regionale steunkaart wordt aangegeven welke regio’s in aanmerking komen voor regionale steun. Alleen decentrale overheden die deel uitmaken van de aangewezen regio’s kunnen regionale steun toekennen. De Europese Commissie heeft in 2005 en 2006 de regels voor regionale steun herzien. Volgens de nieuwe Richtsnoeren heeft de steunkaart betrekking op een kleiner gebied.

Oude steunkaart 2000-2006
De regionale steun in Nederland was voor de periode 2000-2006 beperkt tot bepaalde gebieden in Noord-Nederland, Twente, Zuid- en Midden-Limburg, Lelystad en Urk. Deze gebieden bestreken 15% van de totale bevolking van Nederland. De centrale steunregeling voor het Besluit subsidies regionale investeringsprojecten 2000 (BSRI) en de Investeringspremieregeling Noord-Nederland 2000 waren voorbeelden van regelingen die onder de oude Regionale richtsnoeren vielen en tot eind 2006 geldig waren.

Nieuwe steunkaart 2007-2013
De nieuwe steunkaart voor Nederland voor de periode 2007-2013 is inmiddels vastgesteld. Decentrale overheden kunnen weer steun verlenen op basis van de regionale richtsnoeren en de vrijstellingsverordening. Zie hier een document met daarin de meestgestelde vragen over regionale steun en een opsomming van regio’s die op de Nederlandse steunkaart staan.

Wat zijn de verschillen ten opzichte van de vorige steunkaart?
In de periode 2000-2006 leefde 15 % van de Nederlandse bevolking in regio’s die voldeden aan de criteria van artikel 107 lid 3 sub c Verdrag betreffende de werking van de EU. De maximum steunintensiteit die toegekend mocht worden varieerde tussen de 10 % en 20 %. De steunintensiteit ziet op het steunbedrag, uitgedrukt als subsidie-equivalent, het gaat hierbij dus om de contante waarde van de steun, uitgedrukt als een percentage van de contante waarde van de in aanmerking komende kosten.
 
Tot en met 2008 is er voor Nederland sprake van een overgangsperiode en is de maximale bevolkingsdekking van de steunkaart vastgesteld op 9,9% van de bevolking. Vanaf 2010 wordt het nog maar 7,5% van de Nederlandse bevolking. Dat betekent dat provincies en gemeenten in de komende periode regionale steun op een nog beperktere schaal in kunnen zetten.

In de nieuwe periode van 2007-2013 is het percentage van de bevolking in dergelijke regio’s gehalveerd, het percentage van de totale Nederlandse bevolking dat in regio’s onder artikel 107 lid 3 sub c VWEU valt, bedraagt nu 7,5 %. De periode 2007-2008 is een overgangsperiode waarbij een additionele dekking van 2,4 % van de bevolking geldt (dus totaal 9,9 % van de bevolking). Ook is de maximum steunintensiteit met de komst van de nieuwe steunkaart veranderd en bedraagt nu 10 % tot 15 %.

Brief minister
Minister van Economische Zaken Maria van der Hoeven motiveert in een brief aan de Tweede Kamer (13 april 2007) voor de gebieden die niet op de steunkaart komen, waarom de keuze zo is gemaakt. Mede omdat de Tweede Kamer eerder gezegd heeft dat in Nederland ondersteunde gebieden aan eveneens ondersteunde gebieden in Duitsland of België moeten grenzen, liggen gebieden die wel een beroep kunnen doen op subsidies, in de provincies Groningen, Friesland, Drenthe en Limburg. Twente, de Achterhoek en Flevolandse gemeenten Lelystad en Urk (beide na 2009) staan er niet meer bij.
13-10-2010
Staatssteun regionale steun vrijstellingsverordening
Vrijstellingsverordening Regionale investeringssteun nr. 1628/2006, vervangen door AGVV
De Europese Commissie heeft op 24 oktober 2006 een vrijstellingsverordening aangenomen voor regionale investeringssteun. Lidstaten (en ook decentrale overheden) waren vanaf 1 januari 2007 niet langer verplicht om steunregelingen die aan de voorwaarden van de vrijstellingsverordening voldoen, vooraf ter goedkeuring voor te leggen aan de Europese Commissie.

De vrijstellingsverordening gold alleen voor regionale-investeringssteunregelingen die 'doorzichtig' zijn. Dit zijn volgens de Commissie steunregelingen waarbij de omvang van steun vooraf precies kan worden berekend zonder dat een risicoanalyse behoeft te worden uitgevoerd (zoals subsidies, rentesubsidies en fiscale maatregelen waarvoor een plafond geldt). Ook kon de vrijstelling worden toegepast op ad-hocsteun indien deze ad-hocsteun gebruikt wordt ter aanvulling van steun op grond van een doorzichtige regionale-investeringssteunregeling. Daarbij mocht de ad-hoccomponent 50 % van de totale ten behoeve van de investering toe te kennen steun niet overschrijden. Regionale steunregelingen waarbij een staatsgarantie was betrokken of overheidsleningen die een element van staatsgarantie bevatten, werden in beginsel niet als doorzichtig beschouwd. Ook overheidsdeelnemingen en steun in de vorm van risicokapitaalmaatregelen werden als ondoorzichtige vormen van steun beschouwd. Dergelijke regelingen dienden nog steeds vooraf te worden aangemeld bij de Commissie. Ook steun voor grote investeringsprojecten en exploitatiesteun bleven meldingsplichtig.
10-05-2007
Verschil regionale investeringssteun vrijstelling en richtsnoeren
Materieel gezien is er geen verschil tussen de regels van de Vrijstellingsverordening Regionale investeringssteun en de Richtsnoeren Regionale steun die op investeringssteun van toepassing zijn. De vrijstelling is, zoals gezegd, van toepassing op transparante vormen van regionale steun.
28-11-2008
Staatssteun regionale steun richtsnoeren
Richtsnoeren regionale staatssteun
Regionale steun die niet onder een vrijstellingsverordening valt, dient vooraf gemeld te worden bij de Europese Commissie. De regels voor toegestane steun zijn vastgelegd in de Richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen 2007-2013.

De richtsnoeren zijn niet van toepassing op de sectoren visserij en de kolenindustrie. In de landbouwsector gelden deze richtsnoeren niet voor de productie van landbouwproducten in de zin van bijlage I bij het Verdrag. Zij gelden wel voor de verwerking en de afzet van deze producten, voor zover dat vastgelegd is in de communautaire richtsnoeren voor staatssteun in de landbouwsector. Voor steun aan o.a. vervoer en de scheepsbouw geldt hiernaast ook eigen (sectorspecifieke) regelgeving.

De Richtsnoeren bevatten o.a. bepalingen over investeringssteun en steun voor nieuw opgerichte kleine ondernemingen. Investeringssteun (zoals initiële investeringen bij de oprichting van een nieuwe vestiging) is bedoeld voor investeringen in materiële activa (grond, gebouwen en installaties/ uitrusting) en voor investeringen in immateriële activa (zoals technologieoverdracht). Daarnaast is het mogelijk om steun voor werkgelegenheidsgroei te verlenen, uitgedrukt als een percentage van de salariskosten van nieuwe arbeidsplaatsen. De investeringssteun mag worden verleend onder voorwaarde dat de investering in het bewuste gebied ten minste 5 jaar zal worden behouden.

Met het oog op vereenvoudiging en transparantie heeft de Commissie besloten de bepalingen van de multisectorale kaderregeling voor grote investeringsprojecten (2002) in deze richtsnoeren voor regionale steun voor 2007-2013 op te nemen. Van een groot investeringsproject is sprake als de voor steun in aanmerking komende uitgaven ten minste 50 miljoen euro bedragen. Naarmate deze uitgaven stijgen, geldt er een lager steunplafond. Deze regels zijn bedoeld om grote bedrijven te weerhouden om maximale subsidies uit te lokken door hun vestigingen naar andere, rijkere lidstaten of regio’s te verhuizen die meer steun zouden kunnen bieden.

De bepalingen over exploitatiesteun bedoeld om de lopende kosten van een onderneming te dekken zijn op Nederlandse steunkaartgebieden niet van toepassing.

De Nederlandse steunkaart voor de periode 2007-2013 is aangemeld bij de Europese Commissie. Na de goedkeuring van de steunkaart door de Commissie is deze in werking getreden.
04-05-2010
Staatssteun melding
Melden en notificeren van staatssteun
Decentrale overheden dienen staatssteun, die conform deze regels is vormgegeven, vooraf te melden bij de Commissie. Als de steunmaatregel voldoet aan de voorwaarden van een vrijstellingsverordening, kan er worden volstaan met een notificatie. Zie voor meer informatie hierover deze pagina over procedures.
13-02-2007
Staatssteun regionale meldingsformulier
Sinds kort worden er nieuwe meldingsformulieren voor regionale steun gebruikt.