HomeDossiersStaatssteunWet- en regelgevingMilieu

Staatssteun

Voorpagina Kernvragen Wet- en regelgeving Uitspraken Procedures Info&Service
 

Milieu

04-05-2010
Staatssteun milieu intro
Milieubescherming is een belangrijke doelstelling van de Europese Unie. Er moet meer worden gedaan omdat het niveau van milieubescherming niet voldoende hoog is. Dit komt met name doordat bedrijven de kosten van de vervuiling voor de samenleving niet volledig voor hun rekening nemen. Om dit marktfalen aan te pakken en een hoger niveau van milieubescherming te bevorderen, mogen regeringen regelgeving gebruiken om te garanderen dat bedrijven voor hun vervuiling betalen (bijvoorbeeld via belastingen of systemen voor emissiehandel) of aan bepaalde milieunormen voldoen. In dergelijke gevallen kan staatssteun die ondernemingen stimuleert om meer in milieubescherming te investeren gerechtvaardigd zijn.

Uit artikel 11 van VWEU volgt dat de Commissie de doelstellingen van het milieubeleid, in het bijzonder met het oog op het bevorderen van een duurzame ontwikkeling, dient te integreren in haar staatssteunbeleid. Staatssteun voor milieubescherming moet de juiste prikkels te geven aan de industrie om hun inspanningen voor het milieu en het klimaat op te voeren. Om dit te bereiken moeten steunmaatregelen aan bepaalde criteria voldoen en worden goedgekeurd door de Commissie. Zij stelt richtsnoeren en kaderregelingen vast zodat lidstaten vooraf weten welke steunmaatregelen verenigbaar met de gemeenschappelijke markt zullen zijn. Hierdoor neemt de goedkeuring minder tijd in beslag.

De Commissie heeft vastgesteld in welke mate en in welke omstandigheden steunmaatregelen noodzakelijk kunnen zijn om de bescherming van het milieu en de duurzame ontwikkeling veilig te stellen. Hierbij staan de beginselen ‘vervuiler betaalt’ en ‘internalisering van de kosten’ – het beginsel dat ondernemingen alle met de bescherming van het milieu verbonden kosten in hun productiekosten moeten opnemen – centraal. Daarnaast wil de Commissie voorkomen dat slecht gerichte of buitensporige staatssteun wordt toegekend, die niet alleen de concurrentie verstoort maar ook milieudoelstellingen doorkruist.
04-05-2010
Milieu Staatssteun Milieubescherming Richtsnoeren
Richtsnoeren Milieusteun
In de communautaire richtsnoeren inzake staatssteun voor milieubescherming (2008/C 82/1, van kracht vanaf 2 april 2008) stelt de Commissie vast in welke mate en in welke omstandigheden zij steunmaatregelen toestaat die (decentrale) overheden ontwerpen ter bescherming van het milieu en ter bevordering van duurzame ontwikkeling. Milieusteun moet, tenzij de maatregel aan de voorwaarden voor vrijstelling voldoet, vooraf worden gemeld bij de Commissie. Als aan de voorwaarden van de richtsnoeren wordt voldaan staat de Commissie de steun in vrijwel alle gevallen toe.

Gemeenten, provincies en waterschappen moeten met deze Richtsnoeren rekening houden als zij subsidies verlenen, leningen verstrekken of andere steunmaatregelen treffen in het voordeel van ondernemingen om milieu- en klimaatdoelstellingen te realiseren. Het kan bijvoorbeeld gaan om subsidieregelingen voor investeringen in energiebesparing door woningeigenaren of verschillende stappen voor CO2-reductie, maar deze staatssteun mag geen onevenredig negatieve invloed hebben op de concurrentie en de economische groei. Het toegestane steunbedrag is gebaseerd op de extra investeringskosten die nodig zijn om het niveau van milieubescherming te bereiken, en niet op de volledige investeringskosten.
04-05-2010
milieu staatssteun richtsnoeren
De volgende typen steun vallen onder de richtsnoeren. Hierbij is met * aangegeven of ze nieuw zijn toegevoegd in de richtsnoeren uit 2008.

- Steun voor ondernemingen die verder gaan dan communautaire normen of die, bij ontstentenis van communautaire normen, het niveau van de milieubescherming doen toenemen (bijvoorbeeld middels eco-innovatie)
- Steun voor de aanschaf van nieuwe vervoermiddelen
- Steun voor vroege aanpassing aan toekomstige communautaire normen*
- Steun voor milieustudies*
- Steun voor energiebesparing
- Steun voor het gebruik van hernieuwbare energiebronnen
- Steun voor warmtekrachtkoppeling*
- Steun voor stadsverwarming*
- Steun voor afvalbeheer*
- Steun voor de sanering van verontreinigde terreinen
- Steun voor de verhuizing van ondernemingen
- Steun bij regelingen inzake verhandelbare vergunningen*
- Steun in de vorm van verlagingen of vrijstellingen van milieubelastingen

Meer informatie
Richtsnoeren staatsteun inzake het milieu (PbEU 2008/C 82/1)
Vaak gestelde vragen over richtsnoeren milieusteun, MEMO/08/31
04-05-2010
Milieu Staatssteun Vrijstellingsverordening
Vrijstellingsverordening Milieusteun
De algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV) stelt (decentrale) overheden voor bepaalde steunmaatregelen vrij van de verplichting om deze aan te melden bij de Commissie. Bepaalde typen milieusteun hoeven niet meer bij de Commissie te worden aangemeld als deze steun aan de vastgestelde voorwaarden voldoet. De voorwaarden zijn grotendeels ontleend aan de eerder besproken Richtsnoeren inzake staatsteun voor milieubescherming. Daarnaast wordt in de groepsvrijstellingsverordening een vereenvoudigde methode geďntroduceerd voor de berekening van het steunbedrag.
04-05-2010
staatssteun milieu algemene groepsvrijstellingsverordening agvv
De AGVV biedt handvatten voor het ‘staatssteunproof’ optuigen van decentrale subsidieverordeningen. Er kan bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt van de gehanteerde definities (energiebesparing, kleine en middelgrote ondernemingen etc.), maar ook het toepassen van de eerder besproken economische benadering wordt vereenvoudigd door gebruik te maken van de AGVV. In de AGVV zijn volgende typen staatssteun ten behoeve van de bescherming van het milieu vrijgesteld.

- investeringen om verder te gaan dan de EU-normen inzake milieubescherming;
- aanschaf van transportvoertuigen die verder gaan dan de EU-normen inzake milieubescherming;
- vroege aanpassing MKB aan toekomstige milieunormen;
- investeringen in energiebesparende maatregelen;
- investeringen in hoogefficiënte warmtekrachtkoppeling;
- investeringen ter bevordering van energie uit hernieuwbare energiebronnen;
- milieustudies;
- belastingverminderingen ten behoeve van het milieu.
04-05-2010
staatssteun milieu intensiteiten stimuleren effect
Steunintensiteiten
In de AGVV en de Richtsnoeren zijn steunintensiteiten aangegeven voor grote, middelgrote en kleine ondernemingen. De steunintensiteit is het toegestane steunniveau uitgedrukt als een percentage van de in aanmerking komende kosten. Een overzicht hiervan is te vinden op pagina 51 van de Informatiewijzer staatssteun voor decentrale overheden. Voorts kan een verhoging van de steun met 10 % worden toegekend wanneer een investering om de communautaire normen te overtreffen of om het niveau van milieubescherming te verhogen bij ontstentenis van normen, betrekking heeft op innovatieve maatregelen (de zogenaamde eco-innovatie). Voor de opwekking van hernieuwbare energie kunnen de lidstaten 100 % van de door de ondernemingen te dragen extra kosten dekken. Bovendien is het voortaan mogelijk om 100 % steun toe te kennen na een ‘werkelijk concurrerende inschrijvingsprocedure op grond van duidelijke, doorzichtige en niet-discriminerende criteria’.

Stimulerend effect
De Commissie verlangt van de steunverlenende autoriteiten dat deze de aanwezigheid van stimulerend effect van voorgenomen staatssteun vaststellen. Het doel hiervan is te garanderen dat ondernemingen, zonder steun, niet dezelfde activiteiten zouden ontplooien. In de AGVV, waaronder steunbedragen tot 7,5 miljoen euro kunnen worden gebracht, is opgenomen dat het project waaraan steun wordt verleend niet mag zijn aangevangen voordat de steun is ontvangen. Hiermee wordt het stimulerende effect van de steun aangetoond. Grotere steunbedragen zullen intensiever worden beoordeeld, volgens een standaardbeoordeling of een nadere beoordeling. De methode van nadere beoordeling zal worden toegepast op grote steunbedragen voor individuele ondernemingen. Deze methode maakt diepgaander onderzoek mogelijk van de individuele gevallen die het grootste risico op verstoring van de mededinging en van het handelsverkeer inhouden.
04-05-2010
Staatssteun melding
Melden en notificeren van staatssteun
Decentrale overheden dienen staatssteun, die conform deze regels is vormgegeven, vooraf te melden bij de Commissie. Als de steunmaatregel voldoet aan de voorwaarden van een vrijstellingsverordening, kan er worden volstaan met een notificatie. Zie voor meer informatie hierover deze pagina over procedures.
04-05-2010
Milieu rapportage milieusteun scoreboard mei 2008

Onderzoek naar staatssteun voor milieudoeleinden 2001-2007
In het Scorebord voor staatssteun van de Europese Commissie dat op 21 mei 2008 is verschenen staat de toepassing van staatssteun voor milieudoeleinden centraal. Uit het rapport blijkt dat lidstaten, waaronder decentrale overheden, in toenemende mate gebruik hebben gemaakt van de door de EU-staatssteunregels geboden mogelijkheden om projecten op het gebied van milieubescherming te ondersteunen.

Tijdens de geldigheidsduur van de voorgaande kaderregeling milieusteun (2001-2007) heeft de Commissie circa 350 beschikkingen gegeven. In verreweg de meeste gevallen (98 %) stelde de Commissie vast dat de steun verenigbaar was. In veel van deze gevallen worden de mededingingsproblemen tijdens het eerste onderzoek opgelost, zodat de Commissie het project zonder diepgaand onderzoek kan goedkeuren. Hoewel het aantal nieuwe milieusteunmaatregelen voor de meeste lidstaten sinds 2001 stabiel is gebleven zijn de totale uitgaven voor milieudoeleinden tussen 2001 en 2006 verdubbeld van 7 tot 14 miljard euro. In relatieve zin is het aandeel van milieusteun in het BBP met 50 % gestegen. Onder dit gemiddelde gaan aanzienlijke verschillen tussen de lidstaten schuil. De grootste steunverleners in 2004-2006 waren Zweden (0,77 % van het BBP), Denemarken (0,35 %) en Duitsland (0,32 %), gevolgd door Oostenrijk, Nederland en Finland die elk meer steun toekenden dan het EU-gemiddelde.

De Commissie benadrukt wel dat bij elk onderzoek naar staatssteunuitgaven voor milieudoeleinden rekening moet worden gehouden met het feit dat een groot deel van de steun (naar schatting 53%) bestaat uit vrijstellingen van milieubelasting, die gewoonlijk ten goede komen aan energie-intensieve industrieën, waaronder zich soms grote vervuilers bevinden die moesten worden geaccepteerd om de invoering van bepaalde maatregelen mogelijk te maken die verder gingen dan de minimale maatregelen die door de EU richtlijnen worden opgelegd. Deze steun wordt geacht het milieu indirect ten goede te komen.

Meer informatie
Scoreboard, COM (2008) 304 final
Website Europese Commissie met alle scoreboards

04-04-2011
Staatssteun praktijk milieu
Praktijk

Voorbeelden van vrijgestelde steunmaatregelen onder de AGVV

- Subsidieregeling ‘stimulering verbetering luchtkwaliteit’ provincie Noord-Holland (X411/09, PbEU 2010/C 20/02)

Noord-Hollandse overheden en marktpartijen kunnen subsidie aanvragen voor activiteiten die leiden tot een verbetering tot boven de wettelijk geldende normen ten aanzien van de stoffen fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NOx) in Noord-Holland. De provincie heeft een aantal criteria vastgesteld op basis waarvan de ingediende projecten worden beoordeeld, zoals het effect van een project uitgedrukt in kilogrammen reductie van de stoffen PM10 en NOx, de kosteneffectiviteit, de mate van innovatie, het economisch perspectief en brede toepassing van het project. De maximumsubsidie per project is 250.000 euro. De beperking van de maatregel tot in Noord-Holland gevestigde bedrijven en overheden enerzijds en de hoogte van de subsidiebedragen anderzijds maken dat er sprake is van staatssteun in de zin van artikel 107 lid 1 VWEU. De subsidieregeling is daarom zo vormgegeven dat de regeling automatische vrijgesteld was van melding. De regeling voldoet aan de voorwaarden voor investeringssteun om ondernemingen in staat te stellen verder te gaan dan wettelijke normen inzake milieubescherming (art. 18 en 19 AGVV).

- Eenmalige subsidie NUON Helianthos voor flexibele zonnecellen (X86/2008, PbEU 2009/C 259/05).
De stadsregio Arnhem-Nijmegen draagt met een eenmalige subsidie bij aan de productie door NUON Helianthos van flexibele zonnecellen op folie in een proeffabriek. Dit type steun kan de markt voor deze producten verstoren, maar de investeringssteun die de stadsregio verstrekt voldeed aan de voorwaarden van de AGVV om bedrijven te prikkelen om energiebesparing te bewerkstelligen. De steun maakte 24 % uit van de specifiek op milieubescherming betrekking hebbende kosten van het project en was het steunbedrag minder dan 7,5 miljoen euro.

- Bio-energiecentrale Meerhoven in de gemeente Eindhoven (X557/2009)
De gemeente Eindhoven steunt een bio-energiecentrale voor de verwarming van ruim1500 woningen en ca 10.000 m2 aan overige binnenruimte en tevens voor de opwekking van elektriciteit (beschikking). De centrale zal gevoed worden met plantsoenafval en ander groenafval afkomstig van gemeentelijk groenonderhoud en milieustraten van de gemeente Eindhoven. De subsidie is goedgekeurd op basis van art. 23 van de AGVV inzake milieu-investeringssteun ter stimulering van energie uit hernieuwbare energiebronnen (2010/C 12/07).

- Subsidie provincie Noord-Brabant aan Biomassacentrale Treurenburg (X 514/09)
De provincie ondersteunt de realisatie van een biomassacentrale op snoeihout en groenafval voor gebouwenverwarming en een warmtenet op de nieuwe locatie van de gemeentelijke Afvalstoffendienst op het bedrijventerrein Treurenburg (beschikking). Deze maatregel is goedgekeurd op basis van art. 23 van de AGVV inzake milieu-investeringssteun ter stimulering van energie uit hernieuwbare energiebronnen (2010/C 5/05)

- Garantiefonds Energie Provincie Utrecht (X 470/09)
De provincie Utrecht heeft een garantiefonds opgericht ter financiering van en het afdekken van de risico’s van projecten op het gebied van duurzame energie en energiebesparing zodat projecten daadwerkelijk kunnen worden gerealiseerd. Dit fonds is goedgekeurd op basis van de artikelen 21 en 23 van de AGVV over investeringssteun voor energiebesparende maatregelen en het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen. (2010/C 8/07)

Voorbeelden van goedgekeurde steunmaatregelen onder de richtsnoeren

- Nederlandse garantiefaciliteit voor geothermische energie (N 442/2009)
Deze maatregel is bedoeld om testboringen naar aardwarmte (geothermie) tot stand te brengen die uitblijven door de hoge risico’s die deze boringen met zich mee brengen. De garantiefaciliteit is goedgekeurd op basis van punt 101 van de richtsnoeren over milieu-investeringssteun ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen, zoals geothermische energie. 

- Subsidieregeling Vitaal Gelderland 2007 (N 588/2006)
De subsidieregeling van provincie Gelderland om samen met partners te werken aan een vitaal, groen en leefbaar platteland in veertig prioritaire gebieden in de regio heeft een looptijd van 6 jaar en beloopt 36.25 miljoen euro. Hieruit worden onder meer subsidies gefinancierd om de natte landnatuur in de provincie Gelderland te herstellen. Omdat in deze situatie overheidsgeld naar bedrijven gaat, en slechts bedrijven in de provincie Gelderland voor de subsidie in aanmerking komen, is er sprake van staatssteun in de zin van artikel 107 lid 1 VWEU. De subsidie zal de financiële positie van de betrokken bedrijven ten opzichte van anderen versterken en dit kan worden beschouwd als een verstoring van mededinging in de EU. Deze regeling is door de Commissie getoetst en goedgekeurd vanwege de eisen die de provincie stelt aan de subsidieontvangers en de sterke onderbouwing van de noodzaak van het tegengaan van verdroging (punt 43 van het Milieusteunkader).

- Warmtebedrijf NV Gemeente Rotterdam
(N 452/2006, 18.12.2006)
Het eerste geval betreft het gebruik van de warmte die vrij komt bij industriële processen in het Rijnmond-gebied voor de verwarming van huizen en gebouwen. Naar schatting zou met het project tegen 2020, circa 50.000 woningequivalenten worden verwarmd, waardoor 85% van de warmtevraag van deze woningen zou worden gedekt. Voor de uitvoering van het project hebben de gemeente Rotterdam, de provincie Zuid- Holland en het Havenbedrijf Rotterdam het 'Warmtebedrijf N.V.' opgericht. Het Warmtebedrijf wordt deels (7 van de 27 miljoen) gefinancierd door de gemeente Rotterdam. De Commissie heeft deze steun goedgekeurd op basis van het milieusteunkader.

- Eneco duurzame energie Provincie Zuid-Holland (N 96/06, 11.07.2006)
In het geval van Eneco duurzame energie verleende de provincie investeringssteun voor een demonstratieproject ('Morgenstond') in het zuidwesten van Den Haag, waarbij warmte uit rioolpersleidingen wordt gebruikt voor de verwarming van woningen. Met het project wordt naar schatting een CO2-reductie van 25% gerealiseerd ten opzichte van een woning die gebouwd is volgens het huidige bouwbesluit. De aangemelde steun van 450 000 EUR vertegenwoordigt 26% van de subsidiabele investeringskosten en blijft hiermee onder de maximum steunintensiteit van 40% die kan worden toegestaan voor investeringen in projecten inzake hernieuwbare energie overeenkomstig punt 32 van het milieusteunkader.