De Europese Commissie heeft bepaalde soorten steunmaatregelen vrijgesteld van voorafgaande melding. Dat doet zij op grond van haar bevoegdheid die voortvloeit uit de
Verordening nr. 994/98 van de Raad betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 VWEU (oud artt. 87 en 88 van het EG-Verdrag) op bepaalde soorten horizontale steunmaatregelen. Bij verlening van deze vrijgestelde steunmaatregelen dienen (decentrale) overheden rekening te houden met een
kennisgevingsplicht.
Om voor een vrijstelling in aanmerking te komen, dient staatssteun aan de voorwaarden van een
vrijstellingsverordening van de Commissie te voldoen. Om de transparantie te waarborgen en het toezicht op deze steun mogelijk te maken, hebben (decentrale) overheden een
kennisgevingsplicht. De steunverlenende decentrale overheid dient binnen bepaalde tijd een samenvatting van de inlichtingen over de voorgenomen steun aan de Commissie te sturen voor publicatie in het Publicatieblad van de EU. Praktisch houdt het in dat de decentrale overheid het rijk (respectievelijk het Coördinatiepunt Staatssteun decentrale overheden of het ministerie van Verkeer en Waterstaat) informeert over de voorgenomen of verleende steun zodat deze informatie binnen 20 dagen aan de Commissie kenbaar kan worden gemaakt. Volgens de normale procedure vult de decentrale overheid een digitaal
kennisgevingsformulier in en zendt deze per e-mail aan het Coördinatiepunt.
Let wel: de
de minimis-verordening kent geen kennisgevingsplicht.