HomeDossiersStaatssteunVoorpaginaInfrastructuur

Staatssteun

Voorpagina Kernvragen Wet- en regelgeving Uitspraken Procedures Info&Service
 

Infrastructuur

16-02-2010
Staatssteun infrastructuur
Het aanleggen en onderhouden van algemene openbaar toegankelijke infrastructuur wordt gezien als een typische overheidstaak. Bij investeringen in infrastructuur is er sprake van algemene maatregelen waarvan de kosten doorgaans gedragen worden door de staat of decentrale overheden en is er geen sprake van staatssteun in de zin van het Werkingsverdrag van de EU. Decentrale overheden dienen er wel voor te zorgen dat de voorzieningen op niet discriminatoire basis toegankelijk zijn, dat wil zeggen algemeen toegankelijk zijn voor alle potentiële eindgebruikers. Zo stelde de Europese Commissie in de beschikking met betrekking tot de Nederlandse steunmaatregel N 464/99 'Pilot Transferium Sittard' dat staatssteun voor vervoerinfrastructuur in het algemeen niet moet worden beschouwd als steun in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU, indien de infrastructuur op niet-discriminerende basis toegankelijk is voor alle potentiële gebruikers. Daarnaast is van belang dat decentrale overheden bij infrastructurele werken rekening dienen te houden met de aanbestedingsregelgeving.

Infrastructuur voor bepaalde ondernemingen
Zodra investeringen in infrastructuurvoorzieningen uitsluitend ten goede komen aan duidelijk identificeerbare eindgebruikers (bijvoorbeeld een parkeervoorziening die voor vrijwel exclusief gebruik is van één bedrijf), kunnen deze een vorm van staatssteun zijn. Hetzelfde geldt voor discriminerende toegangsbeperkingen voor infrastructuur. Dergelijke maatregelen dienen aangemeld te worden bij de Commissie.

Beheer infrastructuur
Indien de infrastructuur zoals parkeervoorzieningen beheerd wordt door een onderneming die losstaat van de overheid, dienen de overheidssubsidies te worden getoetst op de aanwezigheid van staatssteun. In dat geval beschouwt de Commissie een open, niet-discriminerende en onvoorwaardelijke aanbestedingsprocedure als het beste middel om er voor te zorgen dat de prijs overeenkomt met de marktprijs. Als dat niet mogelijk is, moet de steun aangemeld worden bij de Commissie en moet de overheid aantonen (liefst op basis van een rapport van een onafhankelijke deskundige) dat de overheidsfinanciering overeenkomt met de marktprijs.

Nutsvoorzieningen
Overheidsfinanciering voor de aansluiting op openbare nutsvoorzieningen is geen staatssteun als de onderneming direct of indirect, bij voorbeeld via het belastingstelsel, betaalt voor de kosten (Zeventiende mededingingsverslag (1988), punt 220; Vijf en twintigste mededingingsverslag (1995), punt 158).
01-02-2010
Staatssteun uitbreiding Rotterdamse haven Maasvlakte II
Praktijk
Overheidsbijdrage Maasvlakte II geen staatssteun
De Europese Commissie heeft op 24 april 2007 Nederland toestemming gegeven de uitbreiding van de Rotterdamse haven, het project Ontwikkeling mainport Rotterdam (steunmaatregel nr. N 60/2006), financieel te steunen.

Doel van dit project is de uitbreiding van de haven die thans 10 500 ha beslaat en die zeer belangrijk is voor de nationale en regionale economie. Door tegemoet te komen aan de groeiende vraag naar dok- en havengebieden, zal het project ruimtegebrek in de Rotterdamse haven voorkomen.

Het ontwikkelingsproject bestaat uit het volgende:
- Uitbreiding van het bestaande havengebied door de aanleg van Maasvlakte II, een bedrijventerrein van ongeveer 1000 ha ten westen van de huidige Maasvlakte I. Het nieuwe gebied zal door middel van landaanwinning worden aangelegd;
- Aanleg van een zeevaarttoegang door het huidige havengebied om Maasvlakte II voor zeeschepen toegankelijk te maken;
- Aanleg van een natuur- en recreatiegebied van 750 ha.

Dit project – dat € 2,8 miljard zal kosten - zal voornamelijk door het Havenbedrijf Rotterdam worden gefinancierd. Het Havenbedrijf Rotterdam is een privaatrechtelijke vennootschap waarvan alle aandelen momenteel in handen zijn van de gemeente Rotterdam. De Nederlandse staat zal € 571 miljoen bijdragen in de financiering van de openbare infrastructuur en zal voor € 500 miljoen nieuwe aandelen kopen in het Havenbedrijf Rotterdam.

Infrastructuur
De Nederlandse staat zal bijdragen in de aanleg van de infrastructuur die niet commercieel kan worden geëxploiteerd (een zeewering, een spoorbaan, een weg, pijpleidingen en kabelgoten, het doortrekken en verbreden van de bestaande zeevaarttoegang). De rijksbijdrage heeft geen betrekking op investeringen in havenfaciliteiten die inkomsten voor het Havenbedrijf kunnen genereren (bijvoorbeeld door het aanrekenen van commerciële vergoedingen voor het gebruik van faciliteiten, het verhuren van nieuwe terminals enz.).

Grondprijs
Voorts zal het Havenbedrijf de marktprijs betalen voor de pacht van de gronden waarop de haven zal worden uitgebreid. Daarom is de Commissie tot de conclusie genomen dat deze maatregel geen staatssteun in de zin van artikel 107 lid 1 VWEU inhoudt.

Market Economy Investor Principle
De Nederlandse overheid betaalt ook een marktprijs voor de nieuwe aandelen en zal delen in de inkomsten van het Havenbedrijf Rotterdam. De Commissie heeft vastgesteld dat het besluit van de Nederlandse overheid op winstvooruitzichten berust. Daar de Nederlandse overheid bij de aankoop van aandelen als een particuliere investeerder handelt, wordt deze aankoop evenmin als staatssteun beschouwd.
17-12-2009
Staatssteun infra Ahoy
Infrastructuur voor culturele, sport- en recreatie-evenementen

Gemeente Rotterdam en Ahoy'
(C 4/08, ex N 97/07, van 21 oktober 2008)
De Europese Commissie heeft op 21 oktober 2008 een investering van 42 miljoen euro door de gemeente Rotterdam in de renovatie en uitbreiding van het Sportpaleis, een onderdeel van het Ahoy'-complex, goedgekeurd . Een diepgaand onderzoek heeft uitgewezen dat de investering geen onrechtmatig voordeel toekent aan de exploitant van het complex of aan enige andere onderneming, omdat de overeenkomsten met de gemeente Rotterdam tegen marktvoorwaarden (het zogenaamde market economy investor principle) zijn gesloten. De Commissie heeft geconcludeerd dat de maatregel geen staatssteun inhoudt. Deze beschikking is interessant voor andere decentrale overheden die investeren in accommodaties voor culturele, sport- en recreatie-evenementen.

Het Ahoy'-complex omvat een Sportpaleis, tentoonstellingshallen en een groot vergader- en congrescentrum. Het biedt onderdak aan een groot aantal verschillende evenementen zoals tentoonstellingen, conferenties, handelsbeurzen, shows, concerten en sport- en maatschappelijke evenementen. In 2006 privatiseerde Rotterdam de exploitatie van het Ahoy'-complex en verhuurde het gebouw aan de exploitant, Ahoy Rotterdam N.V.. Als eigenares van het complex investeert de gemeente thans in de renovatie en uitbreiding van het Sportpaleis.

In februari 2007 meldde de gemeente Rotterdam de voorgenomen investering bij de Commissie om rechtszekerheid te verkrijgen, waarbij zij het standpunt innam dat de investering geen staatssteun vormde, omdat de gemeente geen selectief voordeel aan de exploitant van het complex verschafte. De Europese Commissie opende op 30 januari 2008 een officieel onderzoek (steunmaatregel nr. C 4/2008) naar de geplande investering in de renovatie en ontwikkeling van het Ahoy’-complex. Ze onderzocht de voorwaarden waaronder de transacties tussen de gemeente en de exploitant van het complex zijn gesloten. Na het onderzoek heeft de Commissie geconcludeerd dat noch de aangemelde investering in het Sportpaleis, noch de daarmee samenhangende verkoop- en verhuurtransacties in verband met de exploitatie van het complex een onrechtmatig voordeel aan de exploitant of aan enige andere onderneming verlenen. Met name kwam zij tot de conclusie dat de prijs van de aandelen in Ahoy'-Rotterdam N.V. en de huurprijs voor het Ahoy'-complex marktconform zijn.