Het vrij verkeer van personen wordt naast deze ‘primaire’ wetgeving (de verdragsartikelen) in belangrijke mate beheerst door secundaire wetgeving (verordeningen en richtlijnen). De verordeningen en richtlijnen regelen procedurele dan wel inhoudelijke aspecten van de vrij algemeen geformuleerde verdragsartikelen. De verordeningen dienen rechtstreeks te worden toegepast door de decentrale overheden. De richtlijnen worden door de lidstaat Nederland omgezet in de nationale wet- en regelgeving. De secundaire wetgeving is ondergeschikt aan het Verdrag.