Europees Hof van Justitie
Arrest Jaeger
Het Europese Hof van Justitie heeft op 9 september 2003 een uitspraak gedaan in de zaak-Jaeger (
C-151/02), over
Richtlijn 93/104/EG, betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeids- en rusttijden. Het Hof heeft in deze uitspraak vastgesteld dat de door artsen aan wachtdiensten bestede tijd in zijn geheel als arbeidstijd moet worden aangemerkt als de fysieke aanwezigheid van de artsen in het gezondheidscentrum is vereist. Het Hof is van mening dat een nationale regeling van een lidstaat waarin een beschikbaarheidsdienst als rusttijd wordt aangemerkt strijdig is met Richtlijn 93/104/EG. Deze uitspraak heeft niet alleen betrekking op artsen, maar ook op andere beroepsgroepen waarbij aanwezigheidsdiensten gehanteerd worden, zoals ten aanzien van brandweerlieden.
Naar aanleiding van deze uitspraak hebben de VNG en de sociale partners in de gemeentesector op 7 maart 2007 een
onderhandelaarsakkoord gesloten over de arbeidstijden van brandweerlieden. Besloten is dat de werkweek van brandweerlieden in 24-uursdienst wordt teruggebracht van 54 naar 48 uur met behoud van loon. Het akkoord maakt een einde aan het conflict over arbeidstijden van brandweerlieden dat ontstond naar aanleiding van bovenstaande uitspraak.
Arrest Adelkader Dellas e.a./Premier Ministre e.a.
Op 1 december 2005 bevestigde het Europese Hof van Justitie de kwalificatie van wachtdiensten als arbeidstijd in het arrest Abdelkader Dellas e.a./Premier Ministre e.a.. In zijn uitspraak stelde het Hof dat nachtelijk toezicht door een opvoeder in een instelling voor gehandicapten volledig in aanmerking moet worden genomen om te bepalen of de gemeenschappelijke voorschriften ter bescherming van werknemers – met name de toegestane maximale wekelijkse arbeidstijd – zijn nageleefd. Het Hof heeft daarmee zijn eerdere uitspraak inzake wachttijden van artsen (het Jaeger-arrest) bevestigd en qua toepassingsbereik verruimd.
Nederlandse rechter
Ook de rechtbank in Den Haag
heeft op 27 februari 2007 een brandweerman die met behoud van salaris
48 uur in plaats van 54 uur wilde werken in het gelijk gesteld. De
rechtbank in Den Haag vindt dat ook de werkweek van brandweerlieden
maximaal 48 uur mag duren. De Haagse brandweer moet de brandweerman als
goed werkgever dus een rooster van 48 uur aanbieden. Dat rooster moet
zodanig in elkaar steken dat er een volledig salaris kan worden
verdiend. Lees hier
de uitspraak en
hier meer over deze zaak op de website van de VNG.
Op 17 januari 2007 is bij het
Gerechtshof Arnhem uitspraak gedaan over de dienstroosters bij de Ambulancedienst Gelderland-Zuid (lees
hier de uitspraak). Deze werden strijdig bevonden met Europese arbeidstijdenrichtlijn en de uitleg daarvan door het Europese Hof van Justitie in het arrest Jaeger. Het gevolg van deze uitspraak is dat rusttijd vanaf 1 februari 2008 alleen mag worden ingekort als daar een goede reden voor is en collectief wordt afgesproken. De rusttijd tussen twee diensten mag maximaal twee keer per week worden ingekort tot eenmaal tien uur en eenmaal acht uur, voordat een volgende dienst begint en beide inkortingen mogen niet meer direct achter elkaar worden toegepast en moeten dus worden verspreid over de week. Ook moeten de door inkorting gemiste rusturen direct in de volgende rustperiode worden gecompenseerd. De aangescherpte regels van minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid maken deel uit van het Arbeidstijdenbesluit. Ze zijn op 25 oktober 2007 in het Staatsblad verschenen en op 1 februari 2008 in werking getreden.
In een uitspraak van 13 november 2006 stelde het
kantongerecht in Rotterdam dat brandweerlieden in Rotterdam niet langer 54 uur per week hoeven te werken. De rechter bepaalde dat het gehanteerde dienstrooster in strijd was met de Europese richtlijn voor Arbeidstijden waarin een maximum is opgenomen van 48 uur. De Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, aan wie de gemeente Rotterdam haar dienst brandweer overgedragen heeft, moest in een nieuw dienstrooster rekening houden met dit verminderde aantal uren.