HomeDossiersWerkgelegenheid en sociaal beleidArbeidsomstandighedenSociale zekerheid

Werkgelegenheid en sociaal beleid

Voorpagina Aanbesteden & Staatssteun Arbeidsomstandigheden Subsidies Info&Service Praktijk
 

Sociale zekerheid

04-08-2008
Sociale zekerheid
Een daadwerkelijke waarborging van het vrij verkeer van werknemers vereist voldoende sociale bescherming in geval van verplaatsing binnen de Gemeenschap. De beginselen van sociale bescherming en Europees arbeidsrecht zijn door de lidstaten vastgelegd in het Gemeenschapshandvest van de sociale grondrechten van de werknemers (1989). Het Sociale Handvest gaat onder andere in op vrij verkeer, werkgelegenheid en beloning, verbetering van levensstandaard en arbeidsomstandigheden, sociale bescherming, beroepsopleiding, gelijke behandeling van mannen en vrouwen, bescherming van kinderen en jongeren, ouderen en gehandicapten.

De beleidscoördinatie van de sociale zekerheidsregelingen heeft niet alleen betrekking op werknemers, maar ook op zelfstandigen en studenten. Het principe dat in de andere lidstaten verworven rechten (sociale verzekering en pensioenbijdragen) kunnen worden gecumuleerd met het oog op het verkrijgen van sociale uitkeringen in een andere lidstaat is hier van toepassing. Onder bepaalde voorwaarden hebben ook werklozen de mogelijkheid om in een andere lidstaat te gaan wonen zonder hun recht op werkloosheidsuitkeringen te verliezen.

De socialezekerheidsstelsels zijn in de landen van de EU verschillend van aard. Een harmonisatie van de deze stelsels is niet aan de orde. Toch zijn er om het recht van werknemers op vrij verkeer te waarborgen afspraken gemaakt over de onderlinge coördinatie van de sociale bescherming door middel van coördinatieverordeningen.

De Europese Commissie heeft op 20 oktober 2005 een richtlijn (COM(2005) 507) ten behoeve van de ‘meeneembaarheid van pensioenen’ voorgesteld. Deze richtlijn moet invulling geven aan het credo van de Lissabonstrategie ‘growth and jobs’. Op 12 oktober 2007 is door de Commissie een gewijzigd voorstel ingediend (COM(2007) 603), waarin de focus ligt op minimumeisen aan meeneembaarheid van aanvullende pensioenrechten. Bij de eventuele inwerkingtreding van deze Richtlijn kunnen werknemers van werkgever en lidstaat wisselen zonder daarbij hun opgebouwde pensioenaanspraken te verliezen. Volg hier het Europese wetgevingstraject.

13-10-2008
Europese Code inzake sociale zekerheid
De Europese Code inzake sociale zekerheid
De Europese Code inzake sociale zekerheid is een internationale overeenkomst die moet leiden tot een verzekering van een minimumniveau aan bescherming op het sociaal gebied. De belangrijkste hoofdstukken in de herziene Code hebben betrekking op de negen traditionele takken van sociale rechten: medische zorg; uitkeringen bij ziekte, werkloosheid, ouderdom en invaliditeit; uitkeringen en verstrekkingen bij arbeidsongevallen, beroepsziekten en moederschap; gezinsbijslagen, en ten slotte uitkeringen aan nagelaten betrekkingen. De Code bevat voorschriften ten aanzien van de uitkeringen en in deze takken.   

In maart 2008 heeft de Tweede Kamer de herziene Code bekrachtigt. Momenteel is het wetsvoorstel in behandeling bij de Eerste Kamer. Nederland is dicht bij het internationaal vastleggen aan minimumstandaarden voor sociale zekerheid. Dat nog geen enkel ander land de herziene Code heeft bekrachtigd, komt volgens het ministerie van SZW doordat veel landen druk bezig zijn met het hervormen van hun eigen socialezekerheidsstelsels. Hierdoor is er geen animo voor het aangaan van internationale verplichtingen op dit gebied. Dat Nederland zich nu wel verbindt aan de Code sluit aan bij de conclusies van een rapport van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). De OESO stelt dat structurele hervorming van de sociale zekerheidsstelsels in vrijwel alle landen van de EU hard nodig is om de Europese economie gezond te houden. Nederland wordt in het rapport aangehaald als één van de weinige landen waar hervorming goed is uitgevoerd. De bekrachtiging van de herziene Code is een signaal dat Nederland klaar is zich internationaal te binden op het gebied van sociale minimumeisen.   

Tegelijk met de bekrachtiging van de herziene Europese Code is een deel van de Code opgezegd. De opzegging van deel IV van de Europese Code maakt mogelijk dat in Nederland een eigen bijdrage kan worden gevraagd voor medische kosten die het gevolg zijn van werkgerelateerde ongevallen en ziekten, zoals RSI. De opzegging van dit deel volgt op een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB), die bepaalde dat een eigen bijdrage zoals momenteel in Nederland is ingevoerd, in strijd is met de Europese Code. Aan de Code ligt namelijk de visie ten grondslag dat beroepsrisico's in het algemeen niet door de werknemer behoren te worden gedragen. Dit maakt het heffen van een eigen bijdrage voor medische zorg in strijd met de Code.  

De opzegging raakt decentrale overheden in hun rol als werkgever. Nederland is door de opzegging niet meer gebonden aan de bescherming van werknemers op het terrein van arbeidsongevallen en beroepsziekten zoals vastgelegd in de Europese Code, maar nog wel aan de verplichtingen die zijn neergelegd in het Verdrag betreffende de prestaties bij arbeidsongevallen en beroepsziekten op het gebied van ziektekostenvergoedingen (IAO-verdrag nr. 121). Deze normen zijn echter minder streng dan de bepalingen in de Europese Code.