Gelijke behandeling uitzendkrachten
Op 6 december 2008 is de Europese Uitzendrichtlijn in werking getreden (2008/104/EG, PbEU L327/9 van 5.12.2008). Deze richtlijn
regelt de gelijke behandeling van uitzendkrachten en werknemers van
inlenende organisaties door een kader op te richten voor
arbeidsvoorwaarden. De implementatiewetgeving die zal volgen uit deze
richtlijn is vooral van belang voor uitzendbureaus, maar raakt
decentrale overheden ook in hun rol als werkgever. Nederland en de
andere Europese lidstaten hebben tot 5 december 2011 de tijd om de Europese
wetgeving om te zetten. Hiervoor is het ministerie van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid verantwoordelijk.
Hiermee is goedgekeurd dat uitzendkrachten vanaf de eerste
dag dezelfde rechten zullen hebben als de gewone werknemers in
hetzelfde bedrijf. Dit betreft zaken als loon, ouderschapsverlof,
gebruik van bijvoorbeeld transportdiensten, etc. Daarnaast wordt het
standaard maximaal aantal werkuren per week 48 uur, en moeten
uitzendkrachten verbeterde toegang krijgen tot opleidingsmogelijkheden.
Werkgevers behouden echter vrijheid om met hun werknemers te
onderhandelen over eventuele uitzonderingen en deze vast te leggen in
een arbeidsovereenkomst.
De Europese vakbond ETUC en de Eurocommissaris voor werkgelegenheid en
sociale zaken Vladimir Spidla verwelkomen de aanname van de richtlijn
als teken dat een ‘Sociaal Europa’ mogelijk is waarin rechten van alle
werknemers worden gegarandeerd. De Nederlandse Europarlementariër van
de PvdA
Ieke van den Burg was gedurende zes jaar rapporteur van het
voorstel voor deze richtlijn, en in die rol verantwoordelijk voor het
rapport waarover het hele Europees Parlement heeft gestemd.
Meer informatie
Tekst Uitzendrichtlijn (PbEU L327/9 van 5.12.2008)