HomeDossiersEuropees recht en beleid decentraalInleiding Europees rechtVaststelling wet- en regelgeving

Europees recht en beleid decentraal

Voorpagina Inleiding Europees recht Europabewust Organisaties Praktijk Info&Service
 

Vaststelling wet- en regelgeving

29-10-2010
EU besluitvorming
Bij de besluitvorming op EU-niveau zijn vooral de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie ('de Raad') betrokken. De Europese Commissie neemt in het algemeen het initiatief tot nieuwe wetgeving en de Raad en/of het Parlement dienen deze dan goed te keuren. Andere instellingen en organen, zoals het Comité van de Regio’s, spelen eveneens een (adviserende) rol.

Voor het Verdrag van Lissabon werd voornamelijk gebruik gemaakt van 4 wetgevingsprocedures, zijnde medebeslissing, samenwerking, raadpleging en instemming. In het VEU zijn nu in grote lijnen 2 wetgevingsprocedures voor wetgevingshandelingen benoemd: de gewone en de bijzondere wetgevingsprocedure (artikel 289 VWEU). Daarnaast kent het VWEU zg. niet-wetgevingshandelingen, die zich weer nader onderscheiden in gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen (zie artikel 290 en 291 VWEU).
De verschillende vormen die besluiten van de Unie kunnen aannemen (verordening, richtlijn, besluiten, aanbevelingen, adviezen, zie artikel 288 VWEU ev.) worden op deze webpagina beschreven.

De regels en procedures voor de besluitvorming in de Europese Unie zijn vastgelegd in de Verdragen.
Zo bepaalt artikel 14 VEU de taken en bevoegdheden van het Europees Parlement, artikel 16 van de Raad en artikel 17 van de Commissie.
Artikel 17 lid 2 stelt dat -tenzij in de Verdragen anders is bepaald- wetgevingshandelingen van de Unie alleen op voorstel van de Commissie kunnen worden vastgesteld. Andere handelingen worden op voorstel van de Commissie vastgesteld in de gevallen waarin de Verdragen daarin voorzien. Elk Europees wetsbesluit is gebaseerd op een Verdragsartikel, waarnaar verwezen wordt als de ‘rechtsgrondslag’ van de wetgeving. Dit heeft ook te maken met het attributiebeginsel uit artikel 5 VEU dat stelt dat de Unie alleen die bevoegdheden heeft die haar zijn overgedragen bij de Verdragen.

In principe ligt dus het initiatief vaak bij de Commissie al geeft artikel 17 VEU ook de ruimte voor initiatieven door andere instellingen (bijvoorbeeld de artikelen 76b, 289 lid 4 en 354 van het VWEU die bijvoorbeeld instellingen als een groep lidstaten, het Europees Parlement, de Europese Centrale Bank, het Hof van Justitie EU de mogelijkheid geven met een initiatief te komen).
De Raad en het Europees Parlement kunnen (zie de artikelen 225 en 241 van het VWEU) dus niet altijd zelf initiatief-wetsvoorstellen indienen maar kunnen de Commissie wel verzoeken met een initiatief-wetsvoorstel te komen.

Artikel 293 WVEU stelt dat de Commissie een door haar ingediend voorstel ten alle tijden kan wijzigen, zolang de Raad niet op het voorstel van de Commissie heeft besloten. De Raad kan (behalve in een aantal uitdrukkelijk genoemde gevallen) een voorstel slechts met eenparigheid van stemmen wijzigen.

Artikelen 14 en 16 van het VEU regelen dat in de meeste gevallen Raad en Parlement samen besluiten om een Commissievoorstel aan te nemen; zij oefenen gezamenlijk de wetgevings- en begrotingstaak uit.

Er zijn meerdere procedures voor de vaststelling van EU-wetgeving:
A. De gewone wetgevingsprocedure ingevolge artikelen 289 lid 1 en 294 VWEU (voorheen genaamd medebeslissingsprocedure (codecisieprocedure);
B. De bijzondere wetgevingsprocedure ingevolge specifieke verdragsbepalingen (voorheen onder meer vaak genaamd de instemmings- of adviesprocedure), zie ook artikel 289 lid 2 VWEU.
 
Het verschil tussen de procedures is onder meer de manier waarop het Parlement samenwerkt met de Raad. In het kader van de bijzondere wetgevingsprocedure bijvoorbeeld gaat het om een wetgevingshandeling van het Parlement en de Raad tezamen; de rolverdeling daarbinnen verschilt. Wanneer de Europese Commissie wetgeving voorstelt volgens de gewone wetgevingsprocedure, dan wordt een voorstel in principe in codecisie aangenomen. Welke procedure gevolgd moet worden om een bepaald wetsvoorstel aangenomen te krijgen is dus afhankelijk van de bepaling in de Verdragen die voor dat besluit de bevoegdheid geven. Zie bijvoorbeeld de artikelen 114 t/m 118 VWEU die voor verschillende doeleinden verschillende wetgevingsprocedures aanwijzen.

De besluitvormingsprocedures worden hieronder nader beschreven. Zie voor meer achtergrondinformatie ook de ECER-website.

Zoekt u meer informatie over welke onderwerpen dagelijks op de agenda van de verschillende instellingen staan? De Europese Commissie heeft begin 2009 een website geopend zodat iedereen in één oogopslag kan zien wat er op de Europese agenda staat: de EU-kalender. Door middel van kleuren kan men zien waarmee het Europees Parlement, de Raad van de EU, de Europese Commissie of andere instellingen zich die dag bezighouden. De site richt zich met name op journalisten, maar kan ook voor ambtenaren bij decentrale overheden van pas komen, bijvoorbeeld in het kader van het Europabewustzijn. De site is toegankelijk via http://europa.eu/eucalendar/. Per week worden de onderwerpen die op de agenda van de diverse Europese instellingen staan weergegeven. Door te klikken op de betreffende activiteit krijgt men meer informatie over het betreffende onderwerp. De activiteiten van het Europees Parlement zijn in het donkerblauw weergegeven, die van de Raad van de EU bruin, die van de Europese Commissie lichtblauw en die van andere instellingen geel. De website biedt geen speciale aandacht aan de agenda van het Hof van Justitie van de EU, maar hiervoor is de eigen website van het Hof te raadplegen via http://curia.europa.eu/nl/actu/activites/index.htm.  
01-10-2010
Medebeslissingsprocedure
A. De gewone wetgevingsprocedure: Medebeslissingsprocedure (codecisieprocedure)
Bij deze procedure deelt het Europees Parlement de wetgevende bevoegdheid met de Raad. De Commissie stuurt haar voorstel naar beide instellingen. Zij lezen en bespreken het allebei twee opeenvolgende keren (eerste en tweede lezing). Bij onenigheid tussen beide instellingen wordt het voorstel in de zogenaamde conciliatiefase aan een ‘bemiddelingscomité’ voorgelegd. Dit comité bestaat uit vertegenwoordigers van de Raad of hun vertegenwoordigers en een gelijk aantal leden die het Parlement vertegenwoordigen. Vertegenwoordigers van de Commissie zijn eveneens aanwezig op de vergaderingen van het bemiddelingscomité, nemen deel aan de werkzaamheden en stellen alles in het werk om de standpunten van het Parlement en Raad tot elkaar te brengen. Zodra het comité binnen een bepaalde periode tot een akkoord is gekomen, wordt de gemeenschappelijke ontwerptekst naar het Parlement en de Raad gestuurd voor een derde lezing, zodat zij het definitief kunnen goedkeuren.

De volgende terreinen vallen onder meer onder de gewone wetgevings c.q. medebeslissingsprocedure:
- DAEB (artikel 14 VWEU)
- recht op toegang tot documenten (aritkel 15 VWEU)
- non-discriminatie op grond van nationaliteit (artikel 18 VWEU)
- stimuleringsmaatregelen ter bestrijding van discriminatie op grond van geslacht, ras, etnische afstamming, godsdienst, overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid (artikel 19
    lid 2 VWEU)
- vrijheid van verkeer en verblijf (artikel 21 VWEU)
- vrij verkeer van werknemers (artikel 46 VWEU)
- sociale zekerheid voor vrij verkeer werknemers (artikel 48 VWEU)
- recht van vestiging (artikel 50 VWEU)
- vrij verrichten van diensten (artikel 56 VWEU)
- justitiele samenwerking in burgerlijke en strafzaken (artikel 81 en 82 VWEU)
- politiele samenwerking (artikel 87 VEU)
- vervoer (artikel 91 VWEU) 
- stimuleringsmaatregelen werkgelegenheidsbeleid (artikel 149 VWEU) 
- douanesamenwerking (artikel 33 VWEU)
- bestrijding van sociale uitsluiting en gelijke behandeling mannen en vrouwen (artikel 153 VWEU)
- uitvoeringsbesluiten betreffende het Europees Sociaal Fonds (artikel 164 VWEU) 
- onderwijs en sport (artikel 165 VWEU) 
- beroepsopleiding (artikel 166 VWEU)
- cultuur (artikel 167 VWEU)
- volksgezondheid (artikel 168 VWEU) 
- consumentenbescherming (artikel 169 VWEU) 
- Trans-Europese netwerken (artikel 172 VWEU) 
- uitvoeringsbesluiten betreffende het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (artikel 178 VWEU)
- onderzoek (artikel 182 VWEU) 
- milieu (artikel 192 VWEU)
- energie (artikel 194 VWEU)
- toerisme (artikel 195 VWEU)
- civiele bescherming (artikel 196 VWEU)
- administratieve samenwerking (artikel 197 VWEU)
- ontwikkelingssamenwerking (artikel 209 VWEU)
- humanitaire hulp (artikel 214 VWEU)
- voorkomen en bestrijden van fraude (artikel 325 VWEU)
- statistieken (artikel 338 VWEU) 
01-10-2010
Instemmingsprocedure
B. De bijzondere wetgevingsprocedure
De bijzondere wetgevingsprocedure wordt niet zoals de gewone wetgevingsprocedure in artikel 294 VWEU stapsgewijs beschreven. Wel  geeft artikel 289 lid 2 VWEU aan: 'In de bij de Verdragen bepaalde specifieke gevallen bestaat een bijzondere wetgevingsprocedue in de vaststelling van een verordening, een richtlijn of een besluit door het Europees Parlement met deelname van de Raad, of door de Raad met deelname van het Europees Parlement'.'
De meeste verdragsbepalingen die een bijzondere wetgevingsprocedure benoemen (neem bijvoorbeeld de artikelen 19 lid 1, 22 t/m 25 en 114 t/m 118 VWEU) zien op de tweede variant in artikel 289 en geven de Raad de beslissingsbevoegdheid (en het Parlement keurt dan bijvoorbeeld goed of wordt geraadpleegd door de Raad). Soms worden in de aangewezen bijzondere wetgevingsprocedure bijzondere vereisten aangaande unanieme besluitvorming/ eenparigheid van stemming in de Raad meegenomen of andere bijzondere procedure eisen (neem bijvoorbeeld in artikel 311 VWEU het vereiste van goedkeuring van het besluit van de Raad door lidstaten).

De bijzondere procedure vertoont gelijkenis met de voormalige (voor het Verdrag van Lissabon) instemmingsprocedure.
Die instemmingprocedure hield in dat de Raad bepaalde, zeer belangrijke besluiten alleen kon nemen met de instemming van het Europees Parlement.

Onder meer de volgende terreinen vallen onder een bijzondere wetgevingsprocedure:
- passende maatregelen om discriminatie op grond van geslacht, ras, etnische afstamming, godsdienst, overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid te bestrijden (artikel 19 lid 1 VWEU)
- actief en passief kiesrecht (artikel 22 VWEU)
- bescherming van de diplomatieke en consulaire instanties (artikel 23 VWEU)
- taken Europese Centrale  Bank (artikel 127 VWEU)
- eenvormige verkiezingsprocedure voor het Europees Parlement (artikel 223 VWEU) 
- bepaalde internationale overeenkomsten (artikel 216 ev. VWEU)
- vaststelling stelsel van eigen middelen van de Unie (artikel 311 VWEU)
- vaststelling verordening meerjarig financieel kader (artikel 312 VWEU)  
01-10-2010
Overige procedures
Overige procedures
Er gelden aparte procedures voor onder meer de vaststelling van de begroting (artikel 314 VWEU; bijzondere wetgevingsprocedure onder bijzondere bepalingen) en het sluiten van bepaalde internationale overeenkomsten door de EU (artikel 218 VWEU).
21-09-2010
Soft law
Bronnen van Europees beleid

Soft law
Naast de juridische bindende wet- en regelgeving, wordt er binnen de EU ook zogenaamde ‘soft law’ uitgevaardigd. Dit zijn juridisch niet-bindende (maar in de praktijk vaak wel gevolgde) bepalingen en beleidsinstrumenten die vaak de vorm aannemen van (actie)programma's, aanwijzingen, beleidsdoelstellingen, conclusies, gedragscodes, resoluties, richtsnoeren of interpretatieve mededelingen. Met name de Raad en de Europese Commissie kunnen via dergelijke soft law instrumenten (beleids)aanbevelingen doen wanneer daarvoor grondslag of bevoegdheid bestaat in de EU-Verdragen. Zie voor de verschillende terreinen waarop de Unie voorstellen kan doen voorgaande beschrijving. De verschillende bevoegdheden van bijvoorbeeld de EU-instellingen Raad, Commissie en Europees Parlement staan nader beschreven in de artikelen 13 t/m 19 VEU. EU-instellingen kunnen dus ook beleid(sregels) uitvaardigen, met daarin bijvoorbeeld nadere bepalingen over de uitvoering van de bevoegdheden van die instelling.
21-09-2010
Beleidsdocumenten
Beleidsdocumenten
Met enige regelmaat brengt de Europese Commissie documenten uit, die decentrale overheden van nut kunnen zijn bij de interpretatie van (onderdelen van) het Europees recht. Voorbeelden hiervan zijn Groen- en Witboeken:

Groenboeken zijn reflectiedocumenten die de Commissie over een bepaald beleidsterrein publiceert. Deze documenten zijn vooral bestemd voor belanghebbende organisaties en personen, die worden verzocht deel te nemen aan een raadplegings- en discussieprocedure. In sommige gevallen liggen zij aan de basis van verdere ontwikkelingen op het gebied van wetgeving.

Een overzicht van de verschillende lopende raadplegingsprocedures ten aanzien van verschillende initiatieven vindt u op de website Uw kijk op Europa.

Witboeken zijn documenten met voorstellen voor communautaire maatregelen op een bepaald gebied. Zij sluiten soms aan op een groenboek dat is gepubliceerd om een raadplegingsprocedure op Europees niveau op gang te brengen. In groenboeken wordt een scala van ideeën behandeld met het oog op openbare discussie en debat. Witboeken daarentegen bevatten een officieel aantal voorstellen voor bepaalde beleidsterreinen; zij dienen om die voorstellen verder uit te werken.

(Bron: Documenten van de instellingen, website EU)