Bij de besluitvorming op EU-niveau zijn vooral de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie ('de Raad') betrokken. De Europese Commissie neemt in het algemeen het initiatief tot nieuwe wetgeving en de Raad en/of het Parlement dienen deze dan goed te keuren. Andere instellingen en organen, zoals het Comité van de Regio’s, spelen eveneens een (adviserende) rol.
Voor het Verdrag van Lissabon werd voornamelijk gebruik gemaakt van 4 wetgevingsprocedures, zijnde medebeslissing, samenwerking, raadpleging en instemming. In het VEU zijn nu in grote lijnen 2 wetgevingsprocedures voor wetgevingshandelingen benoemd: de gewone en de bijzondere wetgevingsprocedure (artikel 289 VWEU). Daarnaast kent het VWEU zg. niet-wetgevingshandelingen, die zich weer nader onderscheiden in gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen (zie artikel 290 en 291 VWEU).
De verschillende vormen die besluiten van de Unie kunnen aannemen (verordening, richtlijn, besluiten, aanbevelingen, adviezen, zie artikel 288 VWEU ev.) worden op
deze webpagina beschreven.
De regels en procedures voor de besluitvorming in de Europese Unie zijn vastgelegd in de Verdragen.
Zo bepaalt artikel 14 VEU de taken en bevoegdheden van het
Europees Parlement, artikel 16 van de Raad en artikel 17 van de
Commissie.
Artikel 17 lid 2 stelt dat -tenzij in de Verdragen anders is bepaald- wetgevingshandelingen van de Unie alleen op voorstel van de Commissie kunnen worden vastgesteld. Andere handelingen worden op voorstel van de Commissie vastgesteld in de gevallen waarin de Verdragen daarin voorzien. Elk Europees wetsbesluit is gebaseerd op een Verdragsartikel, waarnaar verwezen wordt als de ‘rechtsgrondslag’ van de wetgeving. Dit heeft ook te maken met het attributiebeginsel uit artikel 5 VEU dat stelt dat de Unie alleen die bevoegdheden heeft die haar zijn overgedragen bij de Verdragen.
In principe ligt dus het initiatief vaak bij de Commissie al geeft artikel 17 VEU ook de ruimte voor initiatieven door andere instellingen (bijvoorbeeld de artikelen 76b, 289 lid 4 en 354 van het VWEU die bijvoorbeeld instellingen als een groep lidstaten, het Europees Parlement, de Europese Centrale Bank, het Hof van Justitie EU de mogelijkheid geven met een initiatief te komen).
De Raad en het Europees Parlement kunnen (zie de artikelen 225 en 241 van het VWEU) dus niet altijd zelf initiatief-wetsvoorstellen indienen maar kunnen de Commissie wel verzoeken met een initiatief-wetsvoorstel te komen.
Artikel 293 WVEU stelt dat de Commissie een door haar ingediend voorstel ten alle tijden kan wijzigen, zolang de Raad niet op het voorstel van de Commissie heeft besloten. De Raad kan (behalve in een aantal uitdrukkelijk genoemde gevallen) een voorstel slechts met eenparigheid van stemmen wijzigen.
Artikelen 14 en 16 van het VEU regelen dat in de meeste gevallen Raad en Parlement samen besluiten om een Commissievoorstel aan te nemen; zij oefenen gezamenlijk de wetgevings- en begrotingstaak uit.
Er zijn meerdere procedures voor de vaststelling van EU-wetgeving:
A. De gewone wetgevingsprocedure ingevolge artikelen 289 lid 1 en 294 VWEU (voorheen genaamd
medebeslissingsprocedure (codecisieprocedure);
B. De bijzondere wetgevingsprocedure ingevolge specifieke verdragsbepalingen (voorheen onder meer vaak genaamd de instemmings- of adviesprocedure), zie ook artikel 289 lid 2 VWEU.
Het verschil tussen de procedures is onder meer de manier waarop het Parlement samenwerkt met de Raad. In het kader van de bijzondere wetgevingsprocedure bijvoorbeeld gaat het om een wetgevingshandeling van het Parlement en de Raad tezamen; de rolverdeling daarbinnen verschilt. Wanneer de Europese Commissie wetgeving voorstelt volgens de gewone wetgevingsprocedure, dan wordt een voorstel in principe in codecisie aangenomen. Welke procedure gevolgd moet worden om een bepaald wetsvoorstel aangenomen te krijgen is dus afhankelijk van de bepaling in de Verdragen die voor dat besluit de bevoegdheid geven. Zie bijvoorbeeld de artikelen 114 t/m 118 VWEU die voor verschillende doeleinden verschillende wetgevingsprocedures aanwijzen.
De besluitvormingsprocedures worden hieronder nader beschreven. Zie voor meer achtergrondinformatie ook de
ECER-website.
Zoekt u meer informatie over welke onderwerpen dagelijks op de agenda van de verschillende instellingen staan? De Europese Commissie heeft begin 2009 een website geopend zodat iedereen in één oogopslag kan zien wat er op de Europese agenda staat: de EU-kalender. Door middel van kleuren kan men zien waarmee het Europees Parlement, de Raad van de EU, de Europese Commissie of andere instellingen zich die dag bezighouden. De site richt zich met name op journalisten, maar kan ook voor ambtenaren bij decentrale overheden van pas komen, bijvoorbeeld in het kader van het Europabewustzijn. De site is toegankelijk via
http://europa.eu/eucalendar/. Per week worden de onderwerpen die op de agenda van de diverse Europese instellingen staan weergegeven. Door te klikken op de betreffende activiteit krijgt men meer informatie over het betreffende onderwerp. De activiteiten van het Europees Parlement zijn in het donkerblauw weergegeven, die van de Raad van de EU bruin, die van de Europese Commissie lichtblauw en die van andere instellingen geel. De website biedt geen speciale aandacht aan de agenda van het Hof van Justitie van de EU, maar hiervoor is de eigen website van het Hof te raadplegen via
http://curia.europa.eu/nl/actu/activites/index.htm.