Voor de vraag of een decentrale overheid een opdracht vergeeft voor een werk, levering of dienst in de zin van de richtlijn, dient zij onderstaande definities te raadplegen uit artikel 1 van Richtlijn 2004/18/EG.
Werk
Een
overheidsopdracht voor werken wordt in artikel 1 lid 2 sub b van Richtlijn 2004/18/EG omschreven als:
Overheidsopdrachten die betrekking hebben op hetzij de uitvoering, hetzij zowel het ontwerp als de uitvoering van werken in het kader van de in bijlage I vermelde werkzaamheden of van een werk, dan wel het laten uitvoeren met welke middelen dan ook van een werk dat aan de door de aanbestedende dienst vastgestelde eisen voldoet.
Een ‘werk’ is het product van een geheel van bouwkundige of civieltechnische werken dat ertoe bestemd is als zodanig een economische of technische functie te vervullen.
Levering
Een
overheidsopdracht voor leveringen wordt in artikel 1 lid 2 sub c van Richtlijn 2004/18/EG omschreven als:
Andere dan de onder sub b bedoelde overheidsopdrachten die betrekking hebben op de aankoop, leasing, huur of huurkoop, met of zonder koopoptie van producten.
Een overheidsopdracht die betrekking heeft op de levering van producten en in bijkomende orde op werkzaamheden voor het aanbrengen en installeren wordt beschouwd als een ‘overheidsopdracht voor leveringen’.
Dienst
Een
overheidsopdracht voor diensten wordt in artikel 1 lid 2 sub d van Richtlijn 2004/18/EG omschreven als:
Andere overheidsopdrachten dan overheidsopdrachten voor werken of leveringen, die betrekking hebben op het verrichten van de in bijlage II bedoelde diensten.
Een overheidsopdracht die zowel op producten als op diensten in de zin van bijlage II betrekking heeft, wordt als een ‘overheidsopdracht voor diensten’ beschouwd, indien de waarde van de desbetreffende diensten hoger is dan die van de in de opdracht opgenomen producten.
Een overheidsopdracht die op de in bijlage II bedoelde diensten betrekking heeft en slechts bijkomstig ten opzichte van het hoofdvoorwerp van de opdracht werkzaamheden als bedoeld in bijlage I omvat, wordt als een overheidsopdracht voor diensten beschouwd.
In de regel moeten werken, leveringen en diensten (met uitzondering van zogenaamde IIB-diensten, zie hieronder voor nadere informatie over het aanbestedingsregime van IIA- en IIB diensten) boven de Europese
drempelwaarden via de Europese openbare of niet-openbare procedure worden aanbesteed. Zie voor meer informatie hierover ook de term
aanbestedingsprocedures.
Hulpmiddelen bij de bepaling werk, levering of dienst
Werken
Bovengenoemde bijlage I bij
Richtlijn 2004/18/EG (en
Bao) betreft de zogenaamde NACE-lijst. De NACE is een algemene systematische bedrijfsindeling in de Europese Unie en de classificatie van bouwwerken in sectie F (Bouwnijverheid) van die NACE systematiek is weergegeven in bijlage I. Uit de bijlage kan worden opgemaakt welke werkzaamheden in de bouwnijverheid geacht worden te vallen onder overheidsopdrachten voor werken, bijvoorbeeld op het gebied van bouwrijp maken van terreinen, Burgerlijke en Utiliteits- (B&U) en Grond-, Weg- en Waterbouw (GWW), Installatie, etc. Ook zijn verwijzingen naar
CPV-codes opgenomen in bijlage I. Bijlage III bij de
CPV-verordening bevat een overzicht van mogelijke (sub)categorieën werken en bijbehorende CPV-codes.
Leveringen
CPV-codes voor overheidsopdrachten voor leveringen zijn te vinden in de Gemeenschappelijke Woordenlijst Overheidsopdrachten of
Common Procurement Vocabulary (CPV). De CPV bestaat uit een basiswoordenlijst en een aanvullende woordenlijst. De aanvullende woordenlijst kan worden gebruikt voor een nadere omschrijving van het voorwerp van een opdracht. Zie voor nadere uitleg ook de factsheet
Aanbesteden in de praktijk: CPV-codes.
Diensten
Bijlage II bij
Richtlijn 2004/18/EG (en
Bao) onderscheidt 27 verschillende categorieën diensten. Categorie 1 tot en met 16 zien op de zogenaamde IIA-diensten en categorie 17 tot en met 27 op de zogenaamde IIB-diensten. Aan de hand van de vindplaats kan een aanbestedende dienst dus vrij eenvoudig bepalen of een gekozen overheidsopdracht voor diensten moet worden gekenmerkt als een IIA- of een IIB-dienst en vervolgens wat het toepasselijk aanbestedingsregime is (zie hieronder). Ook bijlage II bij Richtlijn 2004/18/EG bevat verwijzingen naar de
CPV-indeling. Bijlage II bij de
CPV-verordening bevat een overzicht van de mogelijke (sub)categorieën diensten en bijbehorende CPV-codes.
De 27 categorieën in bijlage II bij Richtlijn 2004/18/EG zijn:
IIA-diensten:
1. Onderhoud en reparatie
2. Vervoer te land, met inbegrip van vervoer per pantserwagen en koerier, met uitzondering van postvervoer
3. Luchtvervoer van passagiers en vracht, met uitzondering van postvervoer
4. Postvervoer te land en door de lucht
5. Telecommunicatie
6. Diensten van financiële instellingen: a) verzekeringsdiensten b) bankdiensten en diensten in verband met beleggingen
7. Diensten in verband met computers
8. Onderzoeks- en ontwikkelingswerk
9. Accountants en boekhouders
10. Markt- en opinieonderzoek
11. Advies inzake bedrijfsvoering en beheer van aanverwante diensten
12. Diensten van architecten; diensten van ingenieurs en geïntegreerde diensten van ingenieurs bij kant-en-klaar opgeleverde projecten; diensten in verband met stedenbouw en landschapsarchitectuur; diensten in verband met aanverwante wetenschappelijke en technische adviezen; diensten voor keuring en controle
13. Reclamewezen
14. Reiniging van gebouwen en beheer van onroerend goed
15. Uitgeven en drukken, voor een vast bedrag of op contractbasis
16. Straatreiniging en afvalverzameling; afvalwaterverzameling en -verwerking en aanverwante diensten
IIB-diensten:
17. Hotels en restaurants
18. Vervoer per spoor
19. Vervoer over water
20. Vervoersondersteunende activiteiten
21. Rechtskundige diensten
22. Arbeidsbemiddeling
23. Opsporen en beveiliging, met uitzondering van vervoer per pantserwagen
24. Onderwijs
25. Gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening
26. Cultuur, sport en recreatie
27. Overige diensten
Aanbestedingsregime IIA-diensten en IIB-diensten
Op overheidsopdrachten voor IIA-diensten waarvan de totale geraamde waarde (exclusief btw) boven het gestelde
drempelbedrag voor diensten uitkomt is het volledige richtlijnregime van toepassing (zie artikel 20 van Richtlijn 2004/18/EG). Op deze opdrachten zijn de artikelen 23 tot en met 55 van de richtlijn van toepassing. In de regel betekent dit dat dergelijke opdrachten volgens een reguliere Europese
aanbestedingsprocedure moeten worden gegund.
Voor IIB-diensten geldt een ‘lichter’ aanbestedingsregime. In artikel 21 van Richtlijn 2004/18/EG wordt gesteld dat op dergelijke opdrachten artikel 23 en artikel 35 lid 4 van de richtlijn van toepassing zijn. Dat betekent dat geen discriminatoire technische specificaties mogen worden gehanteerd en dat achteraf een resultaat van de gunning dient te worden bekendgemaakt in de
Tenders Electronic Daily (TED) via het
Publicatiebureau in Luxemburg. In de praktijk werd de IIB-procedure in het verleden gezien als automatische legitimatie voor het volgen van een onderhandelings- of onderhandse procedure. Sinds de uitspraken van de Europese Commissie en het Europese Hof van Justitie over het transparantie en non-discriminatiebeginsel in het Verdrag kan echter ook voor IIB-diensten een Europese aanbestedingsverplichting aan de orde zijn. Zie voor meer informatie over het toepasselijk aanbestedingsregime voor IIB-diensten ook
praktijkvraag nr. 42 en de
jurisprudentie. Meer informatie over verdragsbeginselen vindt u op
deze webpagina.
Meer informatie
Praktijkvragen (zie met name nr.
5,
6 en
13 over samenloop)
Overzicht Veelgestelde vragen Bao
Jurisprudentie
Wet- en regelgeving
Factsheet Aanbesteden in de praktijk: CPV-codes