Diensten van Algemeen Economisch Belang (DAEB) vallen onder de staatssteun regels. DAEB zijn marktdiensten die een publiekelijk belang dienen. Decentrale overheden kunnen hier gebruik van maken. Voorbeelden van DAEB zijn:
- Televisie-uitzendingen door regionale omroepen;
- Exploitatie van onrendabele vervoerstrajecten;
- Ambulancediensten;
- Beheer van afvalstoffen;
- Arbeidsbemiddeling.
Niet economisch
Wanneer een DAEB niet economisch van aard is, dan spreken we van Niet-Economische Diensten van Algemeen Belang (NEDAB). NEDAB zijn uitgezonderd van staatssteunregels. Of er sprake is van een DAEB of een NEDAB hangt in grote mate af van de aard en het doel van de activiteiten en de regels waaraan de activiteiten zijn onderworpen.
Beleidsvrijheid decentrale overheden
Decentrale overheden hebben ruime beleidsvrijheid bij het invullen van DAEB en het toezicht houden op de uitvoering hiervan. Deze vrijheid is niet onbegrensd. Een decentrale overheid mag een onderneming belasten met het uitvoeren van een DAEB of NEDAB. De verhoudingen op de interne markt mogen niet onevenredig verstoord worden.
Voorwaarden staatssteun
Het beleid van de Commissie voor de financiering van DAEB is als volgt samengevat:
De overheid mag een onderneming een vergoeding verlenen voor zover het een compensatie is voor het verrichten van diensten van algemeen belang, die de overheid aan deze onderneming heeft opgedragen.
Volgens het
Altmark-arrest van het Hof van Justitie is zo’n compensatie geen staatssteun (
art. 107 lid 1 VWEU). Het hoeft niet te worden aangemeld bij de Commissie, mits er aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Deze en andere arresten met betrekking tot DAEB zijn opgenomen onder '
Uitspraken'. Voor compensaties voor DAEB die niet aan de Altmark-criteria voldoen, heeft de Commissie eigen regelgeving in het leven geroepen: een vrijstelling en een kaderregeling. Zie dossier
Diensten van Algemeen Belang.