HomeDossiersDienstenrichtlijnVoorpaginaWaarom een Dienstenrichtlijn?

Dienstenrichtlijn

Voorpagina Screening Aanvullende doorlichting Notificatie Dienstenloket Administratieve samenwerking Praktijk Info&Service
 

Waarom een Dienstenrichtlijn?

11-01-2010
Waarom een Dienstenrichtlijn
Achtergrond
In 2002 heeft de Europese Commissie in haar verslag over ‘De toestand van de interne markt voor diensten’ een inventarisatie gemaakt van de belemmeringen die de ontwikkeling van het verrichten van diensten verminderen of afremmen. De Commissie concludeerde dat tien jaar, nadat de interne markt had moeten zijn voltooid, deze nog steeds hapert. Vooral de Midden- en Klein bedrijven (MKB), die een belangrijke positie op het gebied van het verrichten van diensten innemen, worden door hoge administratieve lasten en rechtsonzekerheid gehinderd in het verrichten van diensten over de grenzen.

Ook bleek dat de artikelen over de vrijheid van vestiging (artikel 49 VWEU (voormalig art. 43 EG)) en vrij verkeer van diensten (artikel 56 VWEU (voormalig art. 49 EG)) uit het EG-verdrag niet volledig en direct doorwerken in de nationale rechtssystemen van de lidstaten. Volgens de Commissie zijn deze artikelen alleen zijn niet voldoende om de bestaande belemmeringen op te heffen en zijn de redenen daarvoor tweeledig. Enerzijds zijn inbreukprocedures tegen lidstaten wegens handelen in strijd met het EG-verdrag uiterst ingewikkeld voor zowel de nationale als voor de communautaire instellingen. Anderzijds kunnen vele belemmeringen pas worden opgeheven nadat wettelijke regelingen, onder meer door middel van administratieve samenwerking, zijn gecoördineerd.

Om nu voor 2010 tot een echte interne markt te komen, is op 28 december 2006 de Dienstenrichtlijn in werking getreden.

De Dienstenrichtlijn is onderdeel van de in 2005 hernieuwde Lissabonstrategie en ondersteunt door de administratieve vereenvoudiging het programma voor een betere regelgeving. Ook sluit in Nederland een groot aantal onderdelen van de Dienstenrichtlijn aan bij diverse al lopende trajecten, zoals vermindering van de regeldruk, verlaging van de administratieve lasten, vereenvoudiging van vergunningen, diverse e-overheidsprogramma’s de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de inzet van de Lex Silencio Positivo. Deze trajecten kunnen de implementatiedeadline van de Dienstenrichtlijn op 28 december 2009 een extra impuls geven.

Voordelen
Met de Dienstenrichtlijn moet het uiteindelijk voor dienstverleners makkelijker worden om zich in Nederland te vestigen en diensten te verrichten. Zo moet de richtlijn leiden tot een vermindering van regels en formaliteiten door de overheid. Hierdoor moet het voor bedrijven bijvoorbeeld makkelijker worden om een vergunning te verkrijgen en activiteiten sneller te kunnen starten.

Om Nederlandse dienstverleners, en daarmee bedrijven, ook te laten profiteren van een besparing van tijd en geld door de Dienstenrichtlijn, heeft de Nederlandse overheid besloten om het Dienstenloket ook voor hen open te stellen. Bovendien zal de administratieve vereenvoudiging en samenwerking uit de Dienstenrichtlijn naast de Europese, ook de Nederlandse economie stimuleren.

Het Centraal Planbureau concludeert in zijn notitie dat de verwachte economische effecten van de Dienstenrichtlijn voor zowel de EU als Nederland overwegend positief zijn. Zo zou het langetermijn Bruto Binnenlands Product (BBP) groei-effect neerkomen op een toename van 60 miljard tot 140 miljard euro, en voor het Nederlandse tussen de 1,4 miljard en 6,3 miljard euro. Deze resultaten zullen uiteindelijk een groter effect hebben vanwege de positieve effecten op de handel en investeringen op de productiviteit. Maar ook doordat bij verdere intensivering van de Europese handel tussen de lidstaten de verschillen in dienstenregulering geleidelijk kleiner worden.

Andere gevolgen
Ondanks de verplichtingen uit de Dienstenrichtlijn, stelt deze richtlijn feitelijk niet veel nieuwe eisen aan de regelingen en vergunningstelsels van de lidstaten. De eisen die de Dienstenrichtlijn stelt, vormen grotendeels een codificatie (een schriftelijk neergelegde weergave) van de bepalingen in het EG-verdrag over het vrij verkeer van diensten en van de jurisprudentie van het Hof van Justitie. Door de volledige en directe doorwerking van het EG-verdrag in ons nationale recht moesten deze bepalingen al door decentrale overheden worden nageleefd. Alleen nu zijn ze op schrift in één regeling neergelegd, namelijk in de Europese Dienstenrichtlijn.

Bovenstaande heeft tot gevolg dat door de Dienstenrichtlijn (onder andere door de screeningsverplichting) niet alleen ‘achterstallig onderhoud’ bij decentrale overheden wordt aangepakt. Ook zal er een verdergaand bewustwordingsproces en een verdere verankering van het Europese gedachtegoed omtrent het vrij verkeer in de praktijk plaatsvinden.

Meer informatie:
Raad voor Concurrentievermogen, ‘Brief minister van Economische Zaken over de implementatie van de Dienstenrichtlijn van 13 december 2007’, Kamerstukken 2007/08, 21 501-30, nr. 172, p. 2.
De folder 'Implementatie van de Dienstenrichtlijn' opgesteld door het ministerie van Economische Zaken van mei 2009.