Schaarse vergunningen dienen een beperkte geldigheidsduur te hebben (art. 12 lid 2 Dienstenrichtlijn, art. 33 lid 4b en 5 Dienstenwet). Ze vormen hiermee een uitzondering op de ‘gewone’ vergunningen die in beginsel een passende, onbeperkte geldigheidsduur hebben (art. 11 lid 1).
Een voorbeeld van een schaarse vergunning, is de vergunning voor de organisatie van een gemeentelijke warenmarkt. Aangezien er niet een onbeperkt aantal vergunningen voor de markt verleend kan worden betreft het hier een schaarse vergunning.
Het gaat in artikel 12 lid 2 om vergunningen waarbij de schaarste niet zozeer kunstmatig ontstaat als gevolg van een dwingende reden van algemeen belang, maar om gevallen waarbij die schaarste inherent is aan het gebruik van beschikbare natuurlijke hulpbronnen (er is bijvoorbeeld slechts beperkte ruimte) of de bruikbare technische mogelijkheden (de technische mogelijkheden laten het niet toe dat er een onbeperkt aantal vergunningen wordt verleend) bij het aanbieden van diensten. Diensten waarbij deze vorm van schaarste aan de orde is, zullen vaak niet onder de werking van de Dienstenrichtlijn vallen. Vervoer is bijvoorbeeld van de reikwijdte van de richtlijn uitgesloten.
Selectieprocedure
Wanneer het aantal beschikbare vergunningen wordt beperkt vanwege de schaarste van natuurlijke hulpbronnen of de bruikbare technische mogelijkheden, dan moet op grond van artikel 12 Dienstenrichtlijn worden voorzien in een speciale selectieprocedure. Deze procedure moet alle waarborgen voor onpartijdigheid en transparantie bieden, met inbegrip van met name een toereikende bekendmaking van de opening, uitvoering en afsluiting van de procedure. Voorbeelden van dergelijke procedures zijn aanbestedingsprocedures of lotingen.
Bij de vaststelling van regels voor de selectieprocedure mag rekening gehouden worden met overwegingen die betrekking hebben op:
- De volksgezondheid.
- De doelstellingen van het sociaal beleid.
- De gezondheid en veiligheid van werknemers of zelfstandigen.
- De bescherming van het milieu.
- Het behoud van cultureel erfgoed.
- Andere dwingende redenen van algemeen belang, in overeenstemming met het Gemeenschapsrecht (art. 12 lid 3 Dienstenrichtlijn).