HomeDossiersStaatssteunWet- en regelgeving...Landbouw

Staatssteun

Voorpagina Kernvragen Wet- en regelgeving Uitspraken Procedures Info&Service
 

...Landbouw

18-02-2007
Staatssteun landbouw decentrale aspect
Decentrale overheden hebben onder andere te maken met de staatssteunregels in de landbouwsector bij steunverlening aan boeren en natuurbeschermingsorganisaties. Vaak verlenen decentrale overheden aanvullende steun aan ondernemingen naast een bijdrage van de lidstaat of als eigen bijdrage naast Europese subsidies. Zo dienen decentrale overheden rekening te houden met de staatssteunregels bij:
- de ILG-maatregelen (Investeringsbudget Landelijk Gebied). Door de invoering van het Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG) in 2007, gaat veel van de uitvoering van het (rijks)plattelandsbeleid, inclusief beheer van het landelijk gebied, over naar de provincies;
- de provinciale POP-maatregelen (Plattelandsontwikkelingsprogramma) (ILG- + EU-gelden gecombineerd) en
- autonome steunmaatregelen van decentrale overheden, bij steun voor het leveren van groene diensten.
13-02-2007
Staatssteun titel vrijstellingsverordening landbouw 2
Vrijstellingsverordening landbouw
17-02-2009
Staatssteun landbouw vrijstellingsverordening
Sinds 1 januari 2007 geldt voor de landbouwsector de Vrijstellingsverordening nr. 1857/2006. Volgens deze verordening zijn bepaalde soorten steun aan kleine en middelgrote ondernemingen vrijgesteld van aanmeldingsplicht bij de Commissie. Met deze verordening wordt een nieuwe methodiek geïntroduceerd. Deze vrijstelling is van toepassing op steun voor het landbouw-MKB dat in de primaire productie van landbouwproducten actief is (behalve artikel 9 van de verordening). Steun ten behoeve van afzet en verwerking van landbouwproducten door het MKB valt onder de Vrijstellingsverordening nr. 70/2001.

Ook steun die vóór de inwerkingtreding van deze verordening (zonder goedkeuring van de Commissie) is verleend, maar die wel aan de voorwaarden van de verordening voldoet, zal als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt worden beschouwd. De steun die onder de ‘oude’ Vrijstellingsverordening nr. 1/2004 is verleend en aan alle voorwaarden van de ‘nieuwe’ vrijstellingsverordening voldoet, blijft vrijgesteld.

De vrijgestelde categorieën van steun zijn onder meer:
- Investeringssteun in landbouwbedrijven tot 40%;
- Instandhouding van traditionele landschappen en gebouwen tot 100%;
- Verplaatsing van landbouwbedrijven in algemeen belang tot 100%;
- Steun aan jonge landbouwers en steun voor vervroegde uittreding;
- Steun voor producentengroeperingen;
- Steun met betrekking tot dier- en plantenziekten en door ongunstige weersomstandigheden veroorzaakte verliezen;
- Steun ter bevordering van de productie van kwaliteitslandbouwproducten;
- Technische ondersteuning.

De meeste landbouwbedrijven vallen onder de definitie van een midden- en kleinbedrijf (tot 250 werknemers, 50 miljoen euro jaaromzet of minder dan 43 miljoen euro jaarlijkse balanstotaal). De afschaffing van de voorafgaande aanmeldingsplicht houdt een verlichting van administratieve lasten in. Tegelijkertijd voorziet de verordening in strenge eisen voor rapportage. Uiterlijk tien dagen voor de inwerkingtreding van een steunmaatregel dient een decentrale overheid de informatie over deze steun ter bekendmaking in het Publicatieblad van de EU aan de Commissie te sturen. Daarnaast stelt de lidstaat eens per jaar een verslag op. Een dossier over de verstrekte steun dient gedurende tien jaar te worden bewaard. Voor informatie- en rapportageverplichtingen zie Procedures.
13-02-2007
Staatssteun titel landbouw de minimis 2
De minimis-vrijstelling in de landbouwsector
29-01-2010
Staatssteun landbouw de-minimis
Decentrale overheden kunnen ook de-minimissteun aan landbouwbedrijven voor de primaire productie verlenen. Een landbouwbedrijf (een primaire producent van landbouwproducten in de zin van Bijlage I EG-Verdrag) mag tot 7.500 euro steun binnen een periode van drie belastingjaren ontvangen, zonder dat de overheid deze steun aan de Europese Commissie moet melden. Het totaalbedrag van de-minimissteun dat in Nederland door alle overheden over een periode van drie belastingjaren aan de ondernemingen van de landbouwproductiesector wordt toegekend, mag niet hoger zijn dan 165.322.500 euro. Zie de tekst van de de-minimisverordening nr. 1535/2007 voor de landbouwproductiesector.

Let wel: de verwerking en afzet van landbouwproducten valt sinds 2007 onder de 'gewonde' de-minimisvrijstelling nr. 1998/2006. De de-minimisverordening voor de sectoren landbouw en visserij nr. 1860/2004 wordt hiermee ingetrokken.

De Europese Commissie heeft een aanpassing van de tijdelijke kaderregeling inzake staatssteun voorgesteld, om steun aan landbouwondernemingen die zijn getroffen door de economische en financiële crisis toe te staan. Met deze voorgestelde wijziging zou aan land- of tuinbouwondernemingen een subsidie tot maximaal 15.000 euro kunnen worden verleend. Momenteel is de landbouwsector nog uitgesloten van tijdelijke steun in het kader van de crisis. Lees hierover meer in dit nieuwsbericht.
17-02-2009
Staatssteun landbouw richtsnoeren
Richtsnoeren landbouw
Voor de landbouwsector gelden eigen specifieke Richtsnoeren. Deze zijn sinds 1 januari 2007 van kracht. Deze richtsnoeren gelden voor alle staatssteun die wordt verleend voor activiteiten op het gebied van de productie, verwerking en afzet van onder bijlage I bij het Verdrag vallende landbouwproducten. Decentrale overheden dienen hun steunmaatregelen voor de uitvoering ervan aan te melden bij de Europese Commissie. De aanmelding van landbouwsteun door een decentrale overheid verloopt via het Coördinatiepunt Staatssteun van het ministerie van BZK. Ook een melding in het kader van ILG verloopt via het Coördinatiepunt Staatssteun. Voor een beschrijving van de meldingsprocedures zie Procedures. De Commissie past deze richtsnoeren toe bij haar afweging om een voorgenomen steunmaatregel al dan niet goed te keuren.

De richtsnoeren bevatten regels voor steunmaatregelen op het gebied van:
- plattelandsontwikkeling (o.a. steun voor investeringen in landbouwbedrijven, steun met betrekking tot het milieu en het dierenwelzijn, steun voor de vestiging van jonge landbouwers, steun voor ruilverkavelingen, technische ondersteuning in de landbouwsector);
- risico- en crisisbeheer (o.a. steun ter vergoeding van schade aan de landbouwproductie, steun ter compensatie van landbouwers voor verliezen als gevolg van ongunstige weersomstandigheden);
- andere soorten steun (o.a. werkgelegenheidssteun, steun voor onderzoek en ontwikkeling, steun voor reclame voor landbouwproducten);
- bossector (waaronder bosbouw en natuurbeheer in bossen).

Tot de nieuwe categorieën van steun die werden opgenomen in deze richtsnoeren, behoort steun die is gericht op de naleving van normen, 'Natura 2000'-steun en steun die betrekking heeft op de betalingen waarin voorzien is bij Richtlijn 2000/60/EG (waterbeleid), steun die te maken heeft met belastingvrijstellingen zoals bedoeld in Richtlijn 2003/96/EG (belasting van energieproducten en elektriciteit) en steun aan de bosbouwsector.